`Groeidiamant' uit De Peel vaart blind op zichzelf

De Brabantse gedeputeerde Pieter van Geel komt in 2002 naar Den Haag. Zijn overstap werpt in het CDA al schaduwen vooruit. Is hij een aanwinst voor de CDA-fractie in de Kamer, of eerder een probleem voor politiek leider Jaap de Hoop Scheffer? Portret van een populaire bestuurder met ,,een hoge aaibaarheidsfactor''.

Zijn secretaresse vergist zich nooit in z'n serie voorletters. P.L.B.A. staat voor `Pieter Lacht Bijna Altijd', zo weet ze eenvoudig. Pieter Leonardus Bastiaan Antonius van Geel vertelt het zelf. Met een knipoog, waardoor het net niet aanmatigend klinkt. Hij is het type ideale schoonzoon. Een beetje zoals vroeger Jan Terlouw. Nonchalante flair en een energieke aanpak zorgen voor een jongensachtig imago. En toch is hij al bijna 50 jaar – niet eens zo gek veel jonger dan Jaap de Hoop Scheffer.

Vorige maand werd bekend dat Pieter van Geel de overstap maakt van Brabant naar Den Haag. De man die twee jaar geleden geen voorzitter mocht worden van het CDA stelt zichzelf kandidaat voor de Tweede Kamer bij de verkiezingen van 2002. En niemand minder dan Jaap de Hoop Scheffer, dezelfde die verhinderde dat Van Geel partijvoorzitter werd, maakte de overstap bekend.

Pieter van Geel is meer dan zomaar een gedeputeerde uit Brabant. Noem zijn naam in CDA-kring en de speculaties zijn niet van de lucht. Velen zien hem als de gedroomde opvolger voor De Hoop Scheffer, voor wie het wel eens snel kan zijn afgelopen wanneer het CDA in 2002 opnieuw zetels verliest, na de nederlagen van 1994 (min 20 zetels, onder Brinkman) en 1998 (min 5 zetels).

De Hoop Scheffer zal de laatste zijn om Van Geel openlijk een concurrent te noemen. Met Pieter van Geel komt ,,een van de grootste talenten van het CDA naar Den Haag'', stelt de CDA-leider. ,,Hij krijgt een plek in de top van de kieslijst.'' Hoewel, niks staat nog vast. Als Jaap de lijst trekt, is de nummer 2 automatisch een vrouw. En als zij geen protestantse is, is plaats 3 voor een man van hervormden of gereformeerden huize. Zo subtiel liggen die zaken nog steeds in het CDA: Van Geel of geen Van Geel.

Hun verhouding is ingewikkeld. Van Geel geldt als een linkse CDA'er. Hij wordt in Brabant op handen gedragen als een stemmentrekker. De Hoop Scheffer heeft, ondanks het sterk sociale CDA-program waarmee hij moet werken, nog altijd een behoudend profiel. Hij heeft nog niet bewezen te beschikken over een grote electorale wervingskracht. Bovendien is Van Geel een katholiek uit het zuiden en De Hoop Scheffer een katholiek uit het noorden. Dat zijn ook in het CDA nog altijd twee werelden van verschil. In Brabant houen ze van Van Geel. En ze koesteren stevige reserves tegenover De Hoop Scheffer, die ze als afstandelijk ervaren.

,,Pieter heeft een hoge aaibaarheidsfactor. Hij is aardig in de ouderwetse zin van het woord. Hij weet mensen voor zich te winnen, maar niet op een gelikte manier'', zegt voormalig CDA-voorzitter Hans Helgers. Hij waardeert Van Geel om diens toegankelijkheid en bestuurlijke kracht. ,,Dat is een vrij schaarse combinatie.''

Helgers probeerde in 1998 al Van Geel naar Den Haag te halen, bij zijn poging de samenstelling van de Tweede-Kamerfractie ingrijpend te vernieuwen. Van Geel weigerde. Hij had zijn `missie' als gedeputeerde in de provincie Brabant nog niet volbracht, vond hij toen. Wel zag Helgers kans Van Geel te interesseren voor de commissie die het nieuwe verkiezingsprogramma moest schrijven. Voorzitter mocht hij niet worden; daarvoor was hij nog te onbekend in de landelijke circuits van het CDA. Vice-voorzitter werd hij wel, tot genoegen van Tineke Lodders, de uiteindelijke voorzitter van de programcommissie. ,,Het sterke van Pieter vind ik dat hij niet blijft steken in platgetreden paden. En hij weet mensen te verenigen in een nieuwe denkrichting. Dat is knap.''

Als vice-voorzitter van de programcommissie deed Van Geel publiekelijk stevige uitspraken over beperking van het autoverkeer en drastische milieumaatregelen in de landbouwsector. Voor collega-gedeputeerde Lambert Verheijen (PvdA), met wie Van Geel een krachtig vrijwel alles bestierend duo in het Bossche Provinciehuis vormt, is het zonneklaar dat Pieter van Geel moet worden ingedeeld bij de linker vleugel van het CDA: ,,Vorig jaar, bij de coalitiebesprekingen hier, heeft hij met de gedachte gespeeld om GroenLinks binnen het college te halen. Persoonlijk had hij die gok wel willen wagen. Hij zag dit ook als een mogelijke proeftuin voor landelijke samenwerking in de volgende kabinetsperiode. Uiteindelijk heeft hij dit niet doorgezet, omdat hij rekening moet houden met zijn Brabantse CDA-achterban die nu eenmaal behoudender is dan hijzelf.''

Als gedeputeerde is Van Geel onder meer verantwoordelijk voor de ingrijpende reconstructie van het Brabantse platteland, waarbij hij ook de intensieve varkenshouderij niet ontziet. Hij maakt zich sterk voor een zeer strikte scheiding tussen verstedelijking en de open `groene ruimte'. Van een meer liberale ruimtelijke ordening – waarbij woningen, bedrijven, natuur, landbouw en recreatie meer en meer met elkaar vervlochten raken –moet Van Geel niets hebben.

De vernieuwers in Den Haag zien hem als een groeidiamant. ,,Hij is een van de nieuwe generatie beelddragers van het CDA', zegt oud-voorzitter Helgers. In Brabant spreken ze vertederd over het `Van Geel-effect', verwijzend naar de opmerkelijke winst bij de Statenverkiezingen van vorig jaar. Het CDA wist onder leiding van Van Geel drie zetels extra binnen te halen, waar de christen-democraten het in de meeste andere provincies zonder winst of met hooguit één zetel extra moesten stellen. Hierbij moet overigens worden aangetekend dat de winst in Brabant betrekkelijk eenvoudig voor het oprapen lag. Vooral in deze provincie waren de kiezers in '94-'95 massaal overgelopen naar de ouderenpartijen, van wie een substantieel deel in '99 de weg terugvond naar de ooit vaste CDA-burcht.

Pieter van Geel is een zoon van de Brabantse `karige zandgrond', een omgeving die ook zijn opvattingen sterk heeft gevormd. ,,Mijn instelling is: gewoon nooit opgeven. Bij tegenwind ga ik vanzelf harder trappen.'' Opgegroeid in Valkenswaard: vader sigarenmaker, moeder boerendochter. Hijzelf de eerste van het gezin die mocht gaan studeren, de mulo voorbij.

Nijmegen, lichting 1968. Hij herinnert zich ,,een verwarde tijd met weinig structuur, in het eerste jaar nauwelijks colleges''. De jonge student maakte de kortstondige marxistische periode van de katholieke universiteit mee, maar hij werd niet gegrepen door het revolutionaire vuur. ,,Ik heb er af en toe achter de stencilmachine gestaan, maar ik ben verder een buitengewoon brave student geweest. Ik was nog maar net zeventieneneenhalf en had nog niets van de wereld gezien.''

Toenmalig studiegenoot Karel van Dijk herinnert zich Van Geel als ,,vrij degelijk' en een ,,harde werker''. Als hoge beleidsambtenaar van de gemeente Eindhoven kreeg Van Dijk later nog vaker met de bestuurder Van Geel te maken. Hij moest vaststellen ,,dat Pieter eigenlijk nauwelijks is veranderd''. Het enige wat hem verraste, was de keus van Van Geel voor het CDA: ,,Ik had hem toch eerder bij D66 verwacht.''

Van het CDA is Van Geel pas in '83 of '84 lid geworden, het precieze moment weet hij niet eens meer. De KVP, de partij die in zijn milieu de dominante politieke stroming was, sloeg hij over. Toch voelt hij zich voluit ,,een roomse jongen'', gezegend met het vermogen tot relativeren, in het bezit van een gezonde dosis humor. ,,Ik zeg wel eens in bestuurlijk overleg: je kunt beter achteraf vergiffenis vragen dan vooraf toestemming. Ik noem dat de Van Agt-doctrine, maar bij protestanten moet je daarmee niet aankomen. Die begrijpen dat eenvoudigweg niet.''

Tegelijk laat Van Geel zich naar eigen zeggen leiden door de vroegere anti-revolutionair Jan de Koning, met wie hij de opvatting deelt dat je als bestuurder moet proberen `mensen een stap verder te laten zetten dan ze van nature geneigd zijn te doen'. ,,Ja, ik vind dat je in de politiek normerend bezig moet zijn'', zegt hij met enige nadruk.

Waarom maakt Van Geel de overstap van een comfortabele positie als provinciebestuurder naar een onzekere toekomst in het landelijke CDA? In Den Haag, waar Van Geel op een reeks departementen goede contacten heeft, zeggen ze wel: hij is zeker ministeriabel, maar helaas is hij lid van de verkeerde partij. In Brabant zeggen sommigen dat hij gek is dat hij weggaat. Wanneer hij gewoon als gedeputeerde aanblijft, kan hij rustig afwachten totdat het CDA in Den Haag in een nieuwe coalitie zou komen. En mocht dit in 2002 niet lukken, dan kan hij heel goed zijn partijgenoot Houben opvolgen als Commissaris van de Koningin in Brabant.

,,Ik vind het een heel gewaagde stap'', zegt Johan Stekelenburg, burgemeester van Tilburg. ,,Als ze mij zouden vragen plaats te nemen op de kandidatenlijst van de PvdA zou ik het niet doen'', verklaart de man over wie in de PvdA op eenzelfde manier wordt gesproken als over Van Geel in het CDA: een mogelijke `kroonprins'.

In de directe omgeving van Pieter van Geel twijfelt niemand eraan dat hij ambities koestert als minister en op termijn als CDA-leider. Oud-collega-gedeputeerde Willibrord van Beek (VVD), inmiddels Tweede-Kamerlid, noemt de overstap van Van Geel naar de Tweede Kamer in ieder geval ,,zeer begrijpelijk''. Volgens Van Beek is ,,het dienen als Kamerlid een uitermate nuttige leerschool voor een eventuele volgende stap in een politiek-bestuurlijke carrière. De sterkere en snellere bewindslieden hebben ook een achtergrond als Kamerlid. Ze kennen de procedures, ze kennen de netwerken in Den Haag.''

Van Geel heeft recentelijk aanbiedingen uit het bedrijfsleven laten schieten, zonder dat hij wil zeggen welke bedrijven aan hem trokken. ,,Ik ben een overheidsdier'', zo motiveert hij zijn keuze voor de Haagse politiek. Zijn jongere broer Johan, zelf manager bij Daf Trucks, probeerde Pieter in een goed familiaal gesprek wel eens te overtuigen van de charmes van het vrije bedrijf, met korte lijnen en snelle resultaten: ,,Maar dan zei hij met een stralende glimlach dat hij het prachtig vond ervoor te zorgen dat de regelgeving voor grondwater in orde komt, waardoor het over twintig jaar schoon is. Pieter is niet zo materieel ingesteld, hij volgt veel meer z'n hart.''

De keuze om de Brabantse politiek te verruilen voor de Haagse is niet alleen een keuze van het hart, maar ook een gecalculeerde beslissing. Bij de college-onderhandelingen van vorig jaar kondigde Van Geel al aan dat hij niet de volledige periode van vier jaar als gedeputeerde zou uitdienen. Afgelopen voorjaar sondeerde hij in zijn politieke omgeving of hij de sprong zou wagen. Met Jaap de Hoop Scheffer voerde hij al in de zomer gesprekken op welke condities hij zou overstappen.

Eric Janse de Jonge, vice-voorzitter van de CDA-fractie in de Brabantse staten, en een van de coming men in het CDA-Brabant, voorziet geen rimpelloze overstap: ,,Van Geel is gewend blind te varen op zijn eigen opvattingen en intuïtie. In Brabant kan hij zich dat permitteren, omdat hij met kop en schouders uitsteekt boven de meeste mensen met wie hij werkt. In Den Haag kan hij het zwaar krijgen omdat hij het niet gewend is om te worden tegengesproken. Als dat gebeurt, neemt hij zo'n houding aan van: ik zal het je nog een keer uitleggen, jongen, en daarna doen we het zoals ik het zeg. Ik verwacht dat hij met zo'n opstelling in Den Haag nog wel eens tegen een muur zal oplopen.''

Zijn charmes en zijn communicatieve gaven zijn Van Geel vanuit Brabant al vooruitgesneld naar Den Haag. Zijn andere, meer onverzettelijke kant moeten ze daar nog ervaren. Zijn milieu, de karige Peel, heeft hem ook anderszins gevormd: ,,Ik ben een gemoedelijke jongen, totdat ze met m'n voeten spelen.'' Het is het spraakgebruik van een jongen uit de Brabantse grensstreek. In de Haagse omgangstaal zou hij zeggen: ik laat me niet piepelen.