Gewoon zichzelf

Wanneer ik Leonardo zie, dat pas 17-jarige Braziliaanse talent op de linkervleugel van Feyenoord, denk ik terug aan de tijd dat Go Ahead de beste jeugdvoetballers had van Nederland. Dan denk ik terug aan die keren dat ik één van de grootste talenten uit de Deventer voetbalschool aanschouwde. Bertje van Marwijk, een dartel spelertje met Beatle-kapsel dat op de linkervleugel de ene na de andere tegenstander - zoals ik - met flitsende bewegingen passeerde.

Nu, zo'n dertig jaar later, heet hij Bert van Marwijk. Zijn haren zijn nu kort en grijs. Na omzwervingen als speler en trainer is hij trainer van Feyenoord, de trainer van Leonardo, het grootste talent in het Nederlandse voetbal. Dank zij onder meer God, voorzitter Van den Herik én Van Marwijk mag de jongen uit een sloppenwijk van Rio zijn kunsten aan de massa vertonen. Van Marwijk is geen man die zijn emoties toont, maar wie goed kijkt ziet wellicht dat de voormalige linksbuiten met een blik van herkenning Leonardo door defensies ziet slingeren.

Soms moet Van Marwijk de schrik in de benen slaan, bijvoorbeeld wanneer hij ziet hoe verdedigers zich op Leonardo storten. Mogelijk denkt hij dan terug aan dat tuig à la Ajacied Suurbier dat hem bewust vol op de knieën of de enkels trof. Mogelijk denkt dat hij dan terug aan de klassejustitie die Suurbier-types destijds ten deel viel. Bertje was geen voetballer die onverlaten probeerde een gele kaart aan te smeren. Ten eerste bestond het fenomeen gele kaart nog niet, ten tweede dacht hij niet spontaan aan simuleren.

Wat zou Van Marwijk denken, nu hij de jongen die zijn zoon had kunnen zijn, soms ziet vallen alsof hij door een grove tackle is gevloerd? Zou hij dat dan net als al die voetballers die in de Braziliaanse voetbalcultuur zijn opgegroeid, de beste manier vinden om verdedigers te leren dat ze met hun boerenvoeten uit de buurt van adellijke benen moeten blijven? Voorop staat natuurlijk dat Van Marwijk een onberispelijke voetbalman is, maar toch: een knipoog naar het jonge mannetje zal hij nauwelijks kunnen onderdrukken.

Van Marwijk was net als Leonardo als 17-jarige een talent dat vol bewondering door scouts werd gevolgd. Na een tijd als junior bij Activia in Twello rijpte zijn aanleg op de voetbalschool van Go Ahead. Van de Ajax-kweekvijver was nog geen sprake toen in Deventer al topspelers werden voorbereid op het profavontuur.

De meesten groeiden op in het internaat van ex-legerofficier Wim Beltman, onder de lieve leiding van dr. Frantisek Fadrhonc en aan de hand van voetbaldocent Joop Brand. Bertje had er ook kunnen wonen, maar omdat zijn ouderlijk huis in de naburige Geraniumstraat stond, vonden zijn ouders het verstandiger hun zoon thuis te houden. Zo werd hem het kwajongensleven in het pleeghuis bespaard.

Bertje was zeventien toen Barry Hughes hem al in het eerste elftal opstelde tegen Feyenoord. Vanaf dat moment was hij de schrik van 's lands beste backs. Na een paar jaar het stadion aan de Vetkampstraat met zijn acties op de kop te hebben gezet, kocht het toen rijke AZ hem. Eén keer mocht hij vervolgens maar in Oranje spelen. Waarom? Niemand begreep het.

Van Marwijk daalde af naar het zuiden, waar hij bij MVV en Fortuna ging spelen. Daar openbaarde zich een ander talent in hem. Hij bleek een voetbaldocent die duidelijke taal sprak. De rust die hij als speler bewaarde wanneer hij weer eens werd geschopt, straalde hij nu uit als trainer.

Daarom houdt Bert (48) zich ook staande bij Feyenoord. Zoals hij voetballers met sterallures als Leonardo koestert, zoals hij zichzelf is, dat doet denken aan de wijze waarop hij zich teweer stelde tegen grove aanslagen. Hij is een gewoon voetbaldier uit een gewone buurt van gewone mensen dat weet dat hij slechts gewoon is.