Eérst verzetsman

Geen politicus van betekenis kon zich het dit weekeinde permitteren om niet de loftrompet te steken over de vrijdagavond op 85-jarige leeftijd overleden Franse oud-premier en oud-verzetsman Jacques Chaban-Delmas. Het tekent de legende die Chaban-Delmas bij leven al was, dat zowel links als rechts zich uitputte in loftuitingen. President Jacques Chirac noemde hem ,,een groot gaullist, een groot verzetsman, een groot dienaar van het volk en een voorvechter van het moderne Frankrijk''. Het weerhield zijn politieke rivaal, premier Lionel Jospin, er niet van de overledene eveneens te prijzen als ,,een man van overtuigingen (-) die zijn hele leven een hartstocht voor Frankrijk heeft gekoesterd.''

Afkomstig uit een eenvoudig Parijs milieu, gaat Jacques Delmas in 1940 in het verzet, nadat hij de hem onbekende Charles de Gaulle heeft gehoord op de radio. Hij neemt de naam Chaban aan als nom de guerre. Als 29-jarige generaal trekt hij vier jaar later, naast generaal Leclerc, het bevrijde Parijs binnen. Op verzoek van de door hem aanbeden Charles De Gaulle gaat hij in de politiek.

Chaban-Delmas was bijna vijftig jaar (1947-1995) burgemeester van Bordeaux, drie keer minister tijdens de Vierde Republiek en drie keer, zestien jaar in totaal, voorzitter van de Assemblée. Onder president Georges Pompidou was hij premier, van 1969 tot 1972. Hij wierp zich, na het tumult van mei '68, op als voorvechter van de nouvelle société, een visie op de Franse samenleving waarin hij modernisering aan bezieling paarde. Het wordt een desillusie, omdat hij te vroeg was met wat nu als een noodzakelijk hervorming wordt gezien. In 1974 stelt Chaban-Delmas zich niettemin kandidaat voor de presidentsverkiezingen, vergeefs, omdat de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Jacques Chirac, zijn partijgenoten oproept niet hem maar Giscard d'Estaing te steunen.

De om zijn charme bekend staande Chaban-Delmas was een politiek eclecticus, een compromissenman, die evenzeer bevriend was met De Gaulle, als met de socialist François Mitterrand en de communisten. Daarmee betoonde hij zich zijn leven lang meer verzetsman dan politicus: in het verzet had hij zijn vrienden gemaakt en in het verzet was politieke kleur van geen belang.