Deel senaat tobt nog met wet vreemdelingen

Staatssecretaris Cohen (Justitie) kan deze week in de Eerste Kamer een `stevig' debat verwachten over de nieuwe Vreemdelingenwet.

Leden van de regeringsfracties PvdA en D66 blijken grote problemen te hebben met enkele aspecten van de nieuwe wet. Tegelijkertijd lijkt niettemin op voorhand vast te staan dat de senatoren zich in meerderheid achter de wet scharen.

De regeringsfracties van VVD (19 zetels), PvdA (15 zetels) en D66 (4 zetels) hebben samen een meerderheid van slechts één zetel in de 75 zetels tellende Eerste Kamer. De coalitie weet zich echter in elk geval verzekerd van steun van RPF/GPV (4 zetels) en SGP (2 zetels).

Door de nieuwe Vreemdelingenwet krijgen erkende asielzoekers allemaal gedurende drie jaar een tijdelijke vergunning.

Na die tijd wordt dat eventueel een permanente verblijfstitel. Asielzoekers met een tijdelijke vergunning mogen in het voorstel van Cohen werken, naar school gaan en wonen in `gewone' huizen.

Volgens cijfers van het ministerie krijgt slechts 20 procent van de mensen die in Nederland asiel vraagt zo'n tijdelijke vergunning.

SGP-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Holdijk, die het woord voert voor de drie christelijke fracties zegt niet buitengewoon warm te lopen voor de nieuwe wet, maar hij zou het een `hele move' vinden om af te wijken van het stemgedrag van de fracties in de Tweede Kamer. Die gingen half juni akkoord met de wet. Holdijk noemt de wet wel `een gemiste kans', want `beter gaat voor goed'. Hij zal echter niet tegen stemmen.

Woordvoerder Kohnstamm (D66) zegt dat zijn fractie de grootste problemen heeft met de afwijzingsgronden over zogeheten `veilige derde landen', die via een wijzigingsvoorstel van het Tweede Kamerlid Kamp (VVD) in de wet zijn opgenomen.

Door die wijziging worden automatisch alle vreemdelingen naar hun land van herkomst teruggestuurd, als dat land het VN-Vluchtelingenverdrag en een aantal andere verdragen heeft getekend.

Volgens Kohnstamm kan zo'n rigide afwijzingsgrond betekenen dat vluchtelingen willens en wetens worden teruggestuurd naar een land waar evident de rechten van de mens worden geschonden. Op grond van de huidige wet kunnen mensen alleen worden teruggestuurd naar landen die volgens de Nederlandse overheid `veilig' zijn.