DE HAAGSE STAAT

HOE EEN JONGEMAN MET FRISSE IDEEËN...

Eerste bedrijf, het Rai-Congrescentrum, gisteren. Kijk, dat doet de staatssecretaris voor cultuur nu graag: een beurs voor e-culture openen. E-mail in vrolijk gekleurde flesjes, hometrainers die als je hard trapt recht geven op video-spelletjes vullen de Rai. Op een verhoginkje staat Rick van der Ploeg (44), in uiterlijk en manier van spreken één met de whizzkids.

Hij spreekt over `different kinds of brainpower' en zegt dat meer jonge toeristen in Holland Internet-cafés bezoeken, dan onze wereldberoemde coffeeshops. Hij heeft ook nog een subsidietje in petto: 95.000 gulden namens de Nederlandse regering voor een `backbone' voor Europese `medialabs'.

Zo heeft Van der Ploeg (PvdA) het zich voorgesteld, toen hij in 1998 staatssecretaris voor cultuur werd: vernieuwend bezig zijn. Geheel passend in de casual stijl van optreden die deze jonge hoogleraar economie ook als Kamerlid sinds 1994 ten toon had gespreid: iemand met stimulerende inzichten die er niet voor schroomt af en toe door de Haagse porseleinkast te banjeren.

Tweede bedrijf, flashback naar de Algemene beschouwingen in de Tweede Kamer, september dit jaar. Op de laatste avond van de debatten zit Van der Ploeg met de cultuurwoordvoerders van de regeringspartijen aan een tafeltje van het Kamerrestaurant: Judith Belinfante (PvdA), Boris Dittrich (D66), Atzo Nicolaï (VVD). Allen kijken zorgelijk.

HULP VINDT IN DE KAMER...

Zelden heeft een staatssecretaris voor cultuur zoveel kritiek over zich heen gekregen. Gemene kritiek ook, voor een deel. Zei hij eens iets over verruiming van het publiek voor cultuur, met allochtonen of jongeren, dan kreeg hij de wind van voren in kranten die hem van onbegrip voor de autonomie van de artistieke schepping betichtten.

Maar de tegenwind stak pas echt de kop op, toen van der Ploeg zijn Cultuurnota had gepubliceerd, de vierjaarlijkse exercitie waaraan iedere bewindspersoon voor cultuur moet geloven en waarin de kunstsubsidies voor de komende vier jaar worden vastgelegd. Dat leidt iedere vier jaar tot verontwaardiging onder degenen die hun subsidie zien verminderd of geschrapt. Tot zover niets nieuws.

Maar wat Van der Ploeg van de immer welbespraakte kunstgemeenschap over zich heen heeft gekregen, stelt de ophef van vier of acht jaar geleden in de schaduw. Hanneke Groentenman heeft een uur lang op de televisie kunstenaars aan het woord gelaten, die met overslaande stem hun verontwaardiging uitriepen. En een heuse wegblokkade van kunstenaars is georganiseerd, tot verbazing van de politie.

Het leek zo'n eenvoudige opdracht, de Cultuurnota. De staatssecretaris kan voor impopulaire beslissingen op subsidiegebied immers een beroep doen op een van de laatste resten corporatistisch Nederland, de Raad voor Cultuur. Dat is een orgaan waarin kunstenaars oordelen over de subsidies voor andere kunstenaars, op grond van door de overheid aangereikte criteria - in het onderhavige geval onder andere de mate waarin kunstinstellingen nieuwe publiekscategorieën aanboren. De bewindspersoon neemt die aanbevelingen over. Bevalt zijn beleid niet, dan geeft hij de Raad de schuld.

...EN BEVOOGD EINDIGT

Deze beproefde methode blijkt Van der Ploeg geenszins af te schermen, moeten de cultuurwoordvoerders van de regeringspartijen concluderen. De meest kritische onder hen is Nicolaï van de VVD, die meent dat Van der Ploeg zondigt tegen het Thorbeckiaans principe dat een subsidiërende overheid er tegen moet waken zich al te openlijk met de inhoud van kunst te bemoeien. Ook Dittrich is kritisch, ook al heeft de staatssecretaris hem het genoegen gedaan een expositie van de schilder Joshua Rozenman, Dittrichs partner, te openen - een ongebruikelijke stap daar bewindspersonen van cultuur zich vér plegen te houden van openbare lof voor nog levende schilders. Belinfante staat de staatssecretaris het meest nabij, maar moet ook constateren dat er van een ambitie van de PvdA, `de partij van de cultuur' te zijn, op deze manier weinig terecht komt.

De drie cultuurwoordvoerders hebben de oplossing: veertig miljoen extra op de Rijksbegroting voor de kunsten. De staatssecretaris heeft de afgelopen maanden weinig moeite gedaan van de Minister van Financiën, Zalm, extra geld los te krijgen - dat soort moeizaam gezeur heeft niet zijn liefde en de aandacht voor de kunsten is binnen het Haagse establishment niet sterk ontwikkeld. Maar omdat de begrotingsmeevallers over elkaar heen buitelen heeft het de regeringsfracties niet veel moeite gekost bij Zalm veertig miljoen extra voor de kunsten los te peuteren.

De fractiewoordvoerders in de Tweede Kamer nemen de staatssecretaris bij de hand. Tijdens het dinertje in het Kamerrestaurant gaat het erom de bewindsman te vertellen hoe dit, door hun motie verkregen geld moet worden besteed. Zeven miljoen gaan naar een overgangsfinanciering van een jaar voor een aantal orkesten die Van der Ploeg van de subsidielijst had willen schrappen - en wier lot nu door een commissie opnieuw zal worden bezien.

Derde bedrijf, heden in de Tweede Kamer. Het kunstestablishment heeft bloed geroken en de protesten tegen het beleid van Van der Ploeg zijn onverminderd doorgegaan. Het afgelopen weekeinde zijn er weer acties geweest. Belinfante, Dittrich en Nicolaï hebben - buiten medeweten van de staatssecretaris - besloten tot een nieuwe fase in diens bevoogding vanuit de Tweede Kamer. Er moet nóg een commissie komen die - naar analogie van die voor de orkesten - met opheffing of sluiting bedreigde kunstinstellingen opnieuw moet bezien en subsidiebesluiten van Van der Ploeg terugdraaien.

Voor verdere financiering van dit uitstel (en afstel) zal worden voorzien in de Najaars- en Voorjaarsnota van het kabinet, als er opnieuw financiële meevallers te verdelen vallen. De vraag, aan het begin van het debat vanochtend, is alleen nog in hoeverre die nieuwe commissie zal worden gevraagd zich openlijk de distantiëren van de beleidsuitganspunten van de staatssecretaris, ten aanzien van die nieuwe publieksgroepen bijvoorbeeld. Deze afgang moet Van der Ploeg, die al heeft aangekondigd over twee jaar naar een andere betrekking om te zien, naar het oordeel van sommige regeringsfracties worden bespaard.

De Tweede Kamer spreekt deze week verder over de begrotingen OC&W en Verkeer en Waterstaat.