Zwitserse connecties

Zwitserland speelt een belangrijke rol in het Clickfondsonderzoek. Nederland heeft vele rechtshulpverzoeken ingediend om informatie over verdachten los te krijgen, in eerste instantie in Chur, later ook in Zürich en Wallis. Daarbij gaat het om financiële gegevens, maar ook aanvragen voor huiszoekingen, uitlevering of verhoren. Zwitserland werkt onder voorwaarden mee aan de verzoeken. De gegevens mogen bijvoorbeeld niet worden gebruikt voor fiscale delicten, het zg. `specialiteitsvoorbehoud'. Vandaar dat een aantal verdachten, die wel degelijk een coderekening met zwart geld in Zwitserland bleken te bezitten, niet voor dat feit wordt vervolgd. Bij de mensen bij wie dat inmiddels wel gebeurd is, kwam dat vanwege in Nederland aanwezige gegevens of omdat de verdachten een bekentenis aflegden. De Zwitsers hebben één rechtshulpverzoek, in de zaak van hoofdverdachte Adri S., vanwege het fiscale voorbehoud afgewezen.

Een andere beperking gaat over handelingen die naar Zwitsers recht niet strafbaar zijn, zoals `frontrunning' (een vorm van voorwetenschap). In Zwitserland verzamelde gegevens over dat feit mogen niet voor vervolging in Nederland worden gebruikt. Nederland moest dus strafbare feiten als omkoping, witwassen, oplichting aanvoeren om de rechtshulp te krijgen. Verder heeft het Zwitserse Bundesgericht bepaald dat `Beweisausforschung, d.h. die Beweisafnahme aufs Geratewohl' ('het vorsen naar bewijs, d.w.z. het ontdekken van bewijs op goed geluk') ongeoorloofd is. Er mag dus met het Zwitserse materiaal niet gespeurd worden naar feiten waarvoor nog geen concrete aanwijzingen bestaan. Het uitwisselen van de gegevens is gebaseerd op het Europees verdrag voor wederzijdse rechtshulp uit 1959 en gebeurt op basis van het goede vertrouwen in het verkeer tussen de staten. Met andere woorden: Zwitserland mag er van uit gaan dat de Nederlandse justitiële autoriteiten hen zuiver over het onderzoek hebben voorgelicht.