Zeerijs

Out of the blue verscheen vorige week zondag drs. T.E. Westerterp in het tv-programma Buitenhof: ex-minister, ex-directeur Optiebeurs. Buitenhof had opgepikt dat er een klimaatconferentie kwam en dat er ook een nieuwe broeikasstudie stond te verschijnen. Daar moest dus over gediscussieerd worden en de jongens van de televisie waren erin geslaagd zowel een directeur/wetenschapper als een in de strijd vergrijsde adviseur/activist achter de discussietafel te krijgen.

En Westerterp. Westerterp zei dat het broeikaseffect nog lang niet bewezen was. Hem was opgevallen dat de IPCC-studies elke keer anders waren en dat laatst nog een vermaarde klimaatonderzoeker geheel van zijn oude standpunt was teruggekomen: 't was niet CO2, 't was methaan. Bovendien: de opwarming die aan die broeikasgassen werd toegeschreven was maar een paar procent van de warmte die de aarde van de zon ontving. Daar viel toch weinig van te duchten.

Arme Westerterp. Hij behoort tot de mensen die denken dat het 's zomers, als het 24 graden is, twee keer zo warm is als 's winters als het maar 12 graden is. Het verschil tussen warmte, warmtestroom en temperatuur is aan hem niet besteed. Zijn gesprekspartners glimlachten meewarig, maar soms ook lichtelijk verontrust want de discussieleider wilde bij de afsluiting graag in het midden uitkomen. Zo kon bij de kijker-thuis makkelijk de indruk ontstaan dat de mannen-van-de-wetenschap er inderdaad nog niet uit waren.

Maar waaròm Westerterp? Is hij de nieuwe Klaas Dijkstra, die ontkende dat de aarde bolvormig was, of de nieuwe mr.dr. G. van den Bergh, die bewees dat bemande ruimtevaart naar de maan (en terug) onmogelijk was? Of betekent het dat er verder geen welbespraakte broeikasopponenten meer te vinden zijn, dat de oude, geharnaste tegenstanders van IPCC en klimaatdrukte het veld ruimden vóór hun borstkuras vast roestte?

Het AW-Climate Center ontvangt nog geregeld studies, verslagen en uitgewerkte hypothesen van personen die al die ophef over klimaatverandering zien als een complot van auto- en vliegtuighaters. Zo arriveerde een maand of wat geleden de vertaling van een artikel van ene John Daly dat ook nu nog op internet te vinden is. Het gaat over een peilschaal op, of liever: een merkstreep in een rotswand van een eilandje bij Tasmanië (foto) die daar door een lokale bestuurder op aanraden van de beroemde James Clark Ross in 1841 is aangebracht. De rotswand staat in het zeewater en de streep gaf 159 jaar geleden precies het gemiddeld zeewaterniveau aan. De merkstreep was in vergetelheid geraakt, maar is teruggevonden. Vandaagdedag staat hij dertig centimeter boven het gemiddeld zeewaterniveau.

Niks niet zeespiegelrijzing, laat de lezer weten. Zeespiegeldaling. We worden bedonderd. Wie het betreffende artikel opzoekt (zoek met `1841' en `Lempriere' en/of `Ross') merkt dat het met grote gretigheid wordt geciteerd door de anti-broeikaslobby die er kennelijk geen weet van heeft dat op tal van andere plaatsen op deze aarde een zeespiegeldaling is geregistreerd. Op Kreta ligt een Romeinse haven al vele meters boven zeeniveau, op Spitsbergen liggen de beenderen van de walvissen die onze eigen voorvaderen daar in het water ontleedden hier en daar hoog op het strand. Want Spitsbergen kantelt, een deel van de archipel komt omhoog, een ander deel zakt. Het zijn juist al deze verticale landbewegingen die het zo lastig maken een goede opgave voor de gemiddelde zeespiegelrijzing te geven.

De gemiddelde zeespiegelrijzing voor de afgelopen eeuw wordt gesteld op zo'n 18 centimeter. Hij wordt voornamelijk toegeschreven aan het uitzetten van het water, aan gletsjerverkorting en het smelten van kleine ijskappen. Dus aan opwarming. Maar nee: `Onzin', bericht een lezer in Hooglanderveen. Hij kan net zo goed aan afkoeling worden toegeschreven, afkoeling van de aardkern. Het binnenste van de aarde is vloeibaar door de ontzaglijke hitte die ontstond bij het samenklonten van kosmische brokken en verder door radioactief verval. Maar die hitte is niet eeuwig, hij dissipeert, en je mag aannemen dat de kern langzaam stolt. En dus krimpt.

De aarde krimpt, daardoor wordt de omtrek kleiner en dáárom stijgt het water. Het is geen slecht argument, want makkelijk rekent men uit dat de straal van een aarde waarvan het oppervlak voor 71 procent uit zee bestaat, een zee die in een eeuw 18 centimeter stijgt, dat die straal met maar 154 meter moet zijn afgenomen. Dat klinkt niet alsof het niet zou kunnen. (Het totale zeeoppervlak is 362 miljoen km², de gemiddelde zeediepte is 3,73 km, de aardstraal is 6370 km.) Het in het oog springende tekort van de theorie is dat de aarde zo groot wordt als men terugrekent naar de tijd van de dinosauriërs.

Het was waarschijnlijk niet ingenieur Boorsma van ingenieursbureau Boorsma zelf die alle knipsels over ingenieur Boorsma opstuurde, maar wie het wel deed is door onzorgvuldige archivering niet meer te achterhalen. Ook ingenieur Boorsma meent dat het broeikaseffect `nog geen duidelijke taal heeft gesproken' (`alleen het vlindereffect blijft actueel'). Het rijzen van de zee schrijft hij liever toe aan een verplaatsing van zware massa door de half vloeibare aardmantel. Het oppervlak van de oceanen is niet echt horizontaal, er zijn typische bergen en dalen op plaatsen waar de zwaartekracht, door de concentratie van zware massa of juist niet, meer of minder is dan gemiddeld. Gaat de massa schuiven, dan verschuiven die bergen en dalen en dat wekt al gauw een verkeerde indruk.

Daar is door het AW-Climate Center, dat destijds wel de slib-hypothese (de zeespiegel stijgt omdat rivierslib de zeebodem ophoogt) wist te ontzenuwen, geen verweer tegen te voeren. Ook moeilijk te weerleggen is de stelling dat de zee stijgt omdat de afkoelende (!) atmosfeer steeds minder waterdamp kan bevatten. Kwetsbaarder lijkt anderzijds weer de hypothese dat het rijzen van de zee eenvoudigweg (en lètterlijk) de neerslag is van de waterdamp die bij het verbranden van turf, olie en aardgas, en in mindere mate steenkool, wordt gevormd. Daarvan is wel een schatting te maken.