Winst en verlies

Zelf doen

Wat bepaalt eigenlijk of iemand zijn effectenportefeuille beter zelf kan beheren of er juist wijs aan doet om het beleggen uit te besteden? Onder uitbesteden kan dan worden verstaan: beleggen conform het advies van een vermogenbeheerder of een financiële planner, of het geld in een pensioenproduct of een breed gespreid aandelenfonds stoppen.

Zelf doen is aantrekkelijk voor mensen die

1. Het volgen van de effectenmarkten leuk vinden en er ook voldoende tijd voor vrij kunnen maken

2. Voldoende verstand van zaken hebben. Niet alleen in de zin dat ze iets van het reilen en zeilen van de financiële markten snappen, maar ook moeten ze inzicht in hun eigen financiële situatie hebben. Hoeveel is er nu beschikbaar, en hoeveel blijft er daarnaast maandelijks over om te beleggen? Wie zich laat verleiden om een overschotje op zijn betaalrekening meteen speculatief te beleggen in volatiele aandelen, en over het hoofd ziet dat er aan het eind van het jaar nog een grote belastingaanslag betaald moet worden of dat zijn dak met spoed vernieuwd moet worden, is eigenlijk niet klaar om zelf te beleggen.

Op het eerste gezicht zou je denken dat ook de hoeveelheid geld die iemand te beleggen heeft een rol speelt. Toch is dat niet wezenlijk. Zeker, wie tientallen miljoenen moet wegzetten staat voor meer gecompliceerdere vragen dan iemand die een ton beheert. Een miljonair zal nu en dan hulp van bijvoorbeeld fiscale, juridische en beleggingsexperts moeten inroepen. Maar ook de rijkaard kan op hoofdlijnen heel goed zijn eigen portefeuille beheren.

En te klein voor `zelf doen' is een portefeuille ook niet gauw. Natuurlijk drukken de kosten van aan- en verkooptransacties zwaarder op een portefeuille van vijfduizend gulden dan op één van een half miljoen. Maar als je lol hebt in het `beleggingsspel' en je beleggingsbeleid er enigszins op aanpast (dat wil zeggen: niet al te vaak muteert) die hoeft zich door de kosten niet te laten weerhouden.

Uitbesteden

Een van de meest populaire manieren om het beheer van een effectenportefeuille uit te besteden is natuurlijk het gebruik van beleggingsfondsen. (Overigens, ook premies voor pensioen- en levensverzekeringen worden steeds vaker in dergelijke fondsen belegd.) Wie via een fonds belegt stopt zijn geld in één grote pot, samen met honderden, misschien wel duizenden andere beleggers. Met al die toevertrouwde gelden koopt een professionele fondsbeheerder dan aandelen, obligaties, deposito's, bedrijfspanden, of een mix van die vier beleggingscategorieën. Sommige beleggingsfondsen zijn beursgenoteerd en dus op elk moment te kopen of te verkopen, andere niet. De koers van een beursgenoteerd fonds reflecteert de actuele waarde van de onderliggende portefeuille.

Het voordeel van gezamenlijk beleggen is dat er met een grote pot geld makkelijker over meerdere aandelen, obligaties en dergelijke, gespreid kan worden, en dat de portefeuille voortdurend in de gaten gehouden wordt. Een doorsnee aandelenfonds belegt in wel veertig of vijftig, maar soms ook wel in honderd of zelfs tweehonderd verschillende aandelen. Koersstijgingen en -dalingen worden dus gedempt. Maar ook de rendementen komen dichter bij een marktgemiddelde.

Een nadeel is de dat de fondsbeheerder een vergoeding moeten krijgen. Met een half tot een procent per jaar moet wel gerekend worden. En het kan natuurlijk dat de fondsbeheerder, ondanks dat hij spreidt, achteraf toch een ongelukkige hand blijkt te hebben gehad.

Overigens is het goed om te beseffen dat wel of niet uitbesteden aan beleggingsfondsen geen zwart-wit beslissing is. Heel veel doe-het-zelvers op de beurs beleggen rechtstreeks in aandelen maar daarnaast ook in beleggingsfondsen. Dat zijn dat meestal fondsen die beleggen in markten die heel specifieke kennis vereisen. Veel amateurbeleggers kunnen zich nog wel en mening vormen over de grote `blue chip' bedrijven van Europa en Amerika. Maar als ze daarnaast ook in Azië willen beleggen, of in kleine en middelgrote Europese bedrijven, of in de Amerikaanse technologiesector, dan maken ze graag gebruik van de knowhow van de beheerder van een beleggingsfonds.

Beleggers die echter uitbesteden omdat ze `dat gedoe met effecten' vervelend vinden, of omdat ze gewoon niet weten welke aandelen het de komende tijd goed gaan doen, zullen vaak kiezen voor een wereld- of Europa-wijd beleggend fonds. En degenen die zelfs niet willen beslissen welk deel van hun portefeuille ze in aandelen en welk deel ze in vastrentende waarden (obligaties en deposito's) willen beleggen, zullen voor gemengde oftewel mixfondsen kiezen.

    • Bert Bakker