`Wij zijn dit continent zeer toegewijd'

Minister Van Aartsen bezocht deze week Afrika, een continent waarvoor hij warme gevoelens koestert. Hij knapte er helemaal van op.

. Hoe dieper hij Afrika in reisde, hoe meer het gezicht van minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) deze week opklaarde. Stralend kon hij de meegereisde journalisten achtereenvolgens melden dat hij succesvolle ontmoetingen had gehad met de regeringsleiders van Nigeria, Ethiopië en Eritrea. Het Haagse Binnenhof, waar de minister de afgelopen weken zulke onprettige momenten beleefde na twee frontale botsingen met premier Kok, was plotseling heel ver weg. Die episode vergeet Van Aartsen nu liever. ,,Ik ben niet zo'n terugkijker'', zei hij gisteren op de terugweg vanuit Eritrea in het regeringsvliegtuig. ,,Dat is meestal niet zo gezond.''

Het goede humeur van de minister had echter ook te maken met zijn verblijf in Afrika zelf, dat onder Paars II tot een van de prioriteiten in het buitenlands beleid is opgewaardeerd. Evenals premier Kok en minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) koestert Van Aartsen warme gevoelens voor het donkere continent. ,,Wij geloven in Afrika'', zei hij donderdag op een persconferentie in de Eritrese hoofdstad Asmara met een zekere gepassioneerdheid. ,,Wij zijn het continent zeer toegewijd.''

Waar komen die warme gevoelens voor Afrika vandaan?

,,We vonden dat het beleid voor Afrika moest worden verbreed. Het moest niet langer alleen uit ontwikkelingssamenwerking bestaan, maar Nederland heeft er ook een politieke opdracht te vervullen. Waarom? Omdat wij geloven dat het continent wel degelijk goede mogelijkheden heeft. Landen als Nigeria en Zuid-Afrika kunnen een stabiele kracht vormen. Ook de Organisatie van Afrikaanse Eenheid kan een belangrijke rol spelen in een wereldsysteem dat streeft naar evenwicht en oplossingen voor conflicten. Een regionale organisatie als ECOWAS doet dat al in West-Afrika. De Europese Unie en Nederland moeten die krachten steunen.''

Wat is het Nederlandse belang in Afrika eigenlijk? Anders dan de Fransen en de Engelsen heeft Nederland er vanouds geen speciale binding mee.

,,We hebben een Europees en dus ook een Nederlands belang in Afrika. Vluchtelingenstromen bewegen zich immers van arme naar rijke landen. Ik denk dat dat een belangrijk element is. Verder hebben we een goede naam in Afrika. Dat is de verdienste van Jan Pronk, die met veel landen een bilaterale hulprelatie opbouwde, maar het komt ook doordat wij daar niet zijn belast met een koloniaal verleden en daarom objectiever naar die landen kunnen kijken. Ze zien ons dus als een belangrijk land, dat via het bedrijfsleven ook economisch het nodige voor ze kan betekenen. Bovendien stellen wij ons vanouds ten doel de internationale rechtsorde te bevorderen en daarvoor is in Afrika met zijn talrijke afschuwelijke conflicten, zoals in Congo en Sierra Leone, alle reden. Nederland kan zich aan die verantwoordelijkheid niet onttrekken.''

Voert idealisme, als het erop aankomt, niet de boventoon?

,,Ik heb al gezegd dat ik echt in Afrika geloof. Maar er is, zoals vanouds in het Nederlandse beleid, ook bij mij een zekere mix van idealisme en realisme. Ik wil de belangen van het bedrijfsleven niet uit het oog verliezen. Voor mij blijft ook het beroemde adagium gelden: better trade than aid. Maar zegt u nu zelf: we kunnen ons toch niet afsluiten voor dat continent. Zie ook de stroom van asielzoekers naar Nederland. Het is beter de mensen een toekomst op het continent zelf te bieden. Dat laatste kan nooit op een koopje.''

Uw partijgenoot Bolkestein heeft juist in een artikel gesteld dat alle hulp aan Afrika weinig of niets heeft opgeleverd. Hij betoogt dat Afrika alleen op eigen kracht verder kan komen. Wat denkt u daarvan?

,,Je kunt je inderdaad afvragen waar we na al die aandacht en hulp zijn terechtgekomen. Maar ik denk niet dat wat Bolkestein zegt strijdig is met mijn betoog. Ik geloof in de potentie van het continent maar denk ook dat je meer aan de regeringen van de landen zelf moet overlaten. Het beleid van Paars II is daar ook op afgestemd. Wij moeten niet voor hun bepalen of ziekenhuis X of project Y ergens moet komen. Dat moeten ze zelf doen. Er zijn daar meer dan genoeg intelligente mensen, zoals ik ook op mijn reis weer heb kunnen zien. Daarnaast kunnen we in een land als Nigeria investeringen bevorderen door Nederlandse bedrijven.''

Maar hoe valt de neerwaartse trend in Afrika te keren? Wat kan Nederland daaraan bijdragen?

,,Wij kunnen dat natuurlijk niet alleen maar wel samen met de Europese Unie. Behalve via ontwikkelingssamenwerking en investeringen van het bedrijfsleven moeten we hardnekkig blijven proberen conflicten terug te dringen. Die onttrekken zoveel energie en geld aan een land, dat het niet meer aan ontwikkelingswerk toekomt. Bij mijn gesprekken in Ethiopië en Eritrea heb ik gelukkig gemerkt dat de regeringen daar dat ook beseffen. Die landen zijn gewoon oorlogsmoe en willen nu de ontwikkeling van hun gezondheidszorg en onderwijs weer opnemen. Ons Europeanen past trouwens wel enige bescheidenheid. In de vorige eeuw hebben wij op ons continent nog twee zeer bloedige oorlogen gehad en in de jaren negentig nog in de Balkan. Wij hebben ons eigenlijk zelf nog maar net aan etnische conflicten ontworsteld.''