VEEL MEER DAN VETERS STRIKKEN

`Morgen hebben we sprookjestocht in het bos, dus duimen voor goed weer, jongens', zegt juf Anneke Verkaaik tegen haar kleuters in groep 1/2. Prompt stopt een jongetje zijn duim in zijn mond en begint driftig te zuigen. Onderwijsassistent-in-opleiding Bas Markus (19) ziet het, schiet in de lach en wisselt een blik van verstandhouding met juf Anneke. Op de bosdag zal Bas een heks spelen, compleet met groene heksensoep en gifgroene appeltjes.

Het is donderdagochtend negen uur. De kleuters van basisschool De Duizendpoot in Oosterhout zitten in de kring. Mike vertelt dat hij een nieuwe slaapkamer heeft. ``Hij ziet er ook uitgerust uit, vind je niet, meneer Bas?'' Bas knikt en lacht en aait zijn buurmannetje Gillian, die nog maar een paar weken op school zit, over zijn bol. Gillians handje rust vertrouwelijk op Bas' knie.

In het basisonderwijs is onderwijsassistent een nieuw beroep. Onder de slogan `meer handen in de klas' werd het door toenmalig staatsecretaris van Onderwijs Netelenbos geïntroduceerd in het kader van `Weer Samen Naar School', waarin kinderen die voorheen naar het speciaal onderwijs gingen zo veel mogelijk in het regulier onderwijs worden opgevangen. Eind dit schooljaar zullen de eerste officiële onderwijsassistenten afstuderen. Met het diploma onderwijsassistent kunnen mbo-ers aan de slag in de onderbouw van de basisschool, waar zij onder de verantwoordelijkheid van de docent werken.

Voor Bas Markus is het nieuwe beroep een uitkomst. Hij wilde al zolang hij zich kan herinneren meester worden, maar met zijn vooropleiding vbo was de pabo een brug te ver. Als onderwijsassistent-in-opleiding heeft Bas het duidelijk naar zijn zin, hoewel hij waarschijnlijk na het mbo toch de pabo wil gaan doen. ``Ik wil mijn eigen klas hebben.'' Bas volgt de driejarige middelbare beroepsopleiding Sociaal Pedagogisch Werk (SPW), met aantekening onderwijsassistent niveau-4, het hoogst haalbare binnen het mbo. Vorig jaar zijn er gespecialiseerde opleidingen voor onderwijsassistenten begonnen.

Schriftjes nakijken, voorlezen, bijles geven, helpen bij de gymles, verf en lijm klaarzetten, knutsels ophangen, toneelstukjes voorbereiden: het takenpakket van een onderwijsassistent is veel uitgebreider dan dat van een klassenassistent (zoals al langer werkzaam in het speciaal onderwijs) die alleen ondersteunend werk verricht.

``Ik moet plassen, meneer.'' ``Nee, je bent net geweest, Stan, ga maar zitten'', antwoordt Bas. Stan springt huilend op en neer. ``Ik moet echt.'' Dan komt juf Anneke de klas binnen. ``Maar meneer Bas, Stan had net gepoept, dat is heel iets anders dan plassen. Ga maar gauw.'' Ze knipoogt naar Bas: ``Anders wordt dat toch niks.'' Als de kinderen in groepjes gaan spelen geeft Bas bijles aan drie allochtone kindjes die moeite hebben met de begrippen `meer' en `minder'. Hij heeft nauwkeurige instructies van de remedial teacher. Doel van de bijles is herhaling van wat zij eerder heeft behandeld. ``Als ik Bas niet had zou dat er bij inschieten'', vertelt Anneke Verkaaik. ``Zijn aanwezigheid in de klas schept ruimte.'' Ze is erg te spreken over Bas. ``Deze jongen gaat er echt voor. De opleiding die Bas volgt leidt mensen op vanuit de praktijk en dat werkt erg goed. Als je op de pabo zit moet je die boekenkennis ook maar zien te vertalen naar de praktijk.''

Op de gang geeft onderwijsassistent-in-opleiding Ria van Hoorn (44) bijles aan een meisje met het syndroom van Down. Zij loopt nu voor het tweede jaar stage op De Duizendpoot en werkt er een ochtend als betaalde kracht. `Superleuk', vindt ze haar werk. ``Omdat je geen les draait maar ondersteunt, heb je de kans om extra aandacht te geven aan de kinderen. Je ziet hun kleine verdrietjes en ruzietjes en kan daar op inspelen.''

Een probleem voor het nieuwe beroep is dat voor scholen een onderwijsassistent niet veel goedkoper is dan een leraar. Daarom koos Het Kompas in Etten-Leur, een basisschool voor speciaal onderwijs, er voor een extra leerkracht aan te nemen. ``Om het probleem van de wachtlijst te tackelen'', verklaart adjunct-directeur Jac Verschueren. ``Nu konden we in augustus met een schone lei starten. En, eerlijk gezegd is de druk om onderwijsassistenten aan te nemen niet zo groot doordat wij steeds stagiaires krijgen.'' Ieder half jaar werken er op Het Kompas zes onderwijsassistenten-in-opleiding, maar er is er niet één in dienst.

Henny (10) en Thomas (9) krijgen rekenles van onderwijsassistent-in-opleiding Stefanie Melissen (18). Op een kladblaadje moeten ze getallenlijnen maken. Henny wiebelt op zijn stoel, lacht eens vriendelijk, kijkt peinzend schuin omhoog en gaat beginnen. Als hij merkt dat zijn balpen het nog niet doet slaat hij met het knopje van zijn pen tegen zijn voorhoofd en schrijft in één beweging verder. In het tweede deel van de les moeten de jongens met blokjes huizen bouwen bovenop een aangegeven omtrek: de plattegrond. Henny en Thomas leggen met hun blokjes de fraaiste huizen plat neer op tafel, maar snappen niet dat ze de hoogte in moeten. Stefanie moet alles uit de kast halen om het duidelijk te maken. ``Wat zie je als je in een vliegtuig zit?'' ``De daken'', zegt Thomas. ``En de dakgoot'', vult Henny aan. Pas als Stefanie de jongens daadwerkelijk laat staan en ze van bovenaf op hun papier kijken dringt het door.

``Zoiets heb ik niet geleerd op school'', geeft Stephanie later toe.