Stuifzandproject

In zijn brief van 31 oktober spreekt W.J. Huygen zich uit tegen het stuifzandproject in het Nationale Park De Hoge Veluwe. In tegenstelling tot wat Huygen schrijft denkt niemand van De Hoge Veluwe dat rond 1850 iedereen het stuifzand prachtig vond en heeft geen beheerder de vroegere inspanningen ter beteugeling van stuifzanden `terzijde geschoven als ouderwets en gespeend van romantiek'.

Waar het om gaat is, dat met het verdwijnen van stuifzanden en stuifzandvegetaties een type landschap verdwijnt dat vroeger op grote schaal in Nederland voorkwam. Daardoor zullen organismen uitsterven die voor (een deel van) hun leven gebonden zijn aan deze terreinen. Huygen legt uit dat de gladde slang niet tot die soorten behoort. Dat is correct; het tegendeel is echter ook niet beweerd. Het doel van natuurbehoud is het ruimte bieden aan natuurlijke processen en het behoud van de biodiversiteit, de soortenrijkdom.

Huygen roept een beeld op van `een kleine groep machthebbers' die beslissingen op pseudo-democratische wijze doordrukken'. De leiding van De Hoge Veluwe is verantwoordelijk voor het plan. Daarbij is en wordt rekening gehouden met het gemeentelijk bestemmingsplan; de Boswet en met de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek en advies. Het plan is afgestemd met het bestuur en werkgroepen van de Vereniging van vrienden van De Hoge Veluwe. Voorts steunt het project onder andere op overheidsrapporten zoals de Ecologische Verkenning Veluwe en op de rijksregeling Overlevingsplan Bos en Natuur, een regeling met maatregelen tegen de effecten van verdroging, verzuring en vermesting.