PvdA heeft een nieuw bestuur nodig

De PvdA praat maandagavond over de breuk tussen het bestuur en partijvoorzitter Marijke van Hees. Het is nog maar de vraag of de geest van crisis weer in de fles te krijgen valt, meent Gijsbert van Es.

Marijke van Hees zoekt steun voor rehabilitatie. Het is te hopen dat haar dat niet lukt. Sterker nog, het is te hopen dat Van Hees en het voltallige bestuur van de PvdA volgende week collectief aftreden, alle veertig leden tegelijk. Niet omdat er zo nodig veertig schuldigen moeten worden geslachtofferd, maar omdat individuele daders niet meer zijn te ontmaskeren.

Het PvdA-kader komt maandagavond in Utrecht bijeen om het hart te luchten over de gang van zaken rondom het abrupte terugtreden van partijvoorzitter Marijke van Hees, begin september. De vraag luidt: heeft het partijbestuur correct gehandeld toen het brak met Van Hees?

Wie op deze vraag een zinnig antwoord zoekt, moet de feiten kennen. Hier beginnen twee problemen. Want, één, de feiten getuigen van pijnlijk naïef amateurisme van de zijde van alle betrokkenen. En, twee, het gaat inmiddels allang niet meer om de feiten, maar om een worsteling tussen gebutste ego's en om nerveuze bewegingen in en van diverse media.

De breuk tussen het PvdA-bestuur en Van Hees komt voort uit een nauwelijks te ontwarren kluwen van oorzaak en gevolg. Botsing van karakters heeft daarbij een rol gespeeld, onderlinge argwaan, onduidelijkheid over taak- en rolverdeling, verwarring over gemaakte afspraken, gebrek aan ervaring. Zoiets kan gebeuren – zeker in een groep waarvan de leden elkaar niet hebben uitgezocht, maar die `van hogerhand' (het partijcongres) min of meer tot elkaar zijn veroordeeld.

Tot zover valt voor de kwestie nog wel enig begrip op te brengen. Maar tegelijk moet worden vastgesteld dat in de twee maanden van de nu slepende bestuurscrisis geen enkel inhoudelijk verschil mening aan het licht is gekomen dat radicale maatregelen zou rechtvaardigen. Van professionals mag worden verlangd dat ze flexibel en creatief omgaan met problemen en onderlinge conflicten weten te beheersen.

Komende maandag komt de PvdA in groepstherapeutische sessie bijeen. Het wordt een informele bijeenkomst, waarop geen besluiten kunnen vallen. Het is de vraag of de geest van crisis hiermee weer in de fles te krijgen valt.

Democratisch bestuur, waar dan ook, kan niet functioneren zonder enkele eenvoudige spelregels. Eén daarvan is dat wie verantwoordelijkheid neemt, die verantwoordelijkheid ook onvoorwaardelijk draagt. Een andere is dat verantwoordelijke bestuurders onder alle omstandigheden bereid zijn verantwoording af te leggen aan degenen van wie zij het vertrouwen hebben gekregen.

In de PvdA hadden de verantwoordelijke bestuurders onderling zulke grote problemen dat ze die zelf niet konden oplossen. Er moest een niet-gekozen organisatie-adviseur, H. Andersson, aan te pas komen om conclusies te trekken die te moeilijk waren voor de direct-gekozenen.

De boodschap was: mevrouw Van Hees, u kunt maar beter gaan. Daar ging ze. Opeens. Waarom? Het partijbestuur kwam begin september niet verder dan een korte schriftelijke verklaring, waarin werd gemeld dat ,,de samenwerking in het bestuur onder druk is komen te staan'', wat heeft geleid tot ,,een onwerkbare situatie''. Het was bedoeld als bezweringsformule, maar de geboden vaagheid hield een klimaat in stand van gissen naar de oorzaken van de bestuurscrisis, van roddel en achterklap.

De PvdA heeft Kenniscentra opgericht om het publieke debat te stimuleren. Verantwoording afleggen over het verbreken van een door partijleden verleend mandaat daarentegen – dat moest in eerste instantie maar liever beperkt blijven tot de binnenkamers in de partijburelen. Pas onder druk van enkele partijgewesten, die dreigden het tot legitieme besluiten bevoegde partijcongres met spoed bijeen te roepen, werd besloten tot het uitschrijven van een vergadering zonder beslissingsbevoegdheid.

Wie zelf geen duidelijke verantwoordelijkheid neemt, wie talmt met het afleggen van verantwoording werkt zichzelf steeds dieper in de nesten. Op die inmiddels nauwelijks te overbruggen achterstand heeft het PvdA-bestuur zichzelf gezet.

Twee maanden lang is de verbroken relatie met Marijke van Hees onderhuids blijven doorzweren. Een week geleden is de wond opengebarsten. Met een vraaggesprek in het Algemeen Dagblad opende Marijke van Hees een mediacampagne, die haar inmiddels heeft gevoerd langs 2Vandaag, Barend en Van Dorp, de Groene Amsterdammer, de Volkskrant en Trouw.

Ze wil maar zeggen: ik ben heel lelijk behandeld (bis). Ze heeft bovendien een ander gesprek op gang gebracht, over haar salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden. Begin september was in Vrij Nederland de suggestie gewekt dat ze had gerommeld met declaraties. Dankzij uitlatingen van Van Hees zelf, en reacties hierop van tijdelijk voorzitter Mariëtte Hamer, is nu bekend dat er moeilijke gesprekken zijn geweest tussen de penningmeester en de voorzitter over de hoogte van haar onkostenvergoeding, het gebruik van de auto met chauffeur en het betalen van een tweede woning in een Haagse hofje voor de in Enschede wonende Van Hees.

Of deze verlangens gerechtvaardigd zijn, doet nauwelijks nog ter zake. Een voorzitter die op non-actief is gesteld, maakt per definitie weinig extra kosten. Maar de financiële kwestie heeft een ander gegeven aan het licht gebracht. Opnieuw meende het partijbestuur een extern adviseur nodig te hebben, waar een bestuur toch democratisch is gekozen om zelf te besturen. Partij-senior R. de Wit, voormalig Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, werd gevraagd zich te buigen over de regels voor bezoldiging van partijbestuurders. Tot zijn eigen afgrijzen moet De Wit nu constateren dat hij wordt meegezogen in het moddergevecht dat woedt in het hoogste PvdA-kader. Waar De Wit afgelopen week door Van Hees ten tonele is gevoerd als getuige à décharge, heeft Hamer inmiddels zijn naam genoemd als leverancier van circumstantial evidence. Aldus wordt een als onafhankelijk bedoeld advies onmiddellijk onheus gebruikt door beide kampen, mede doordat het partijbestuur niet in staat is geweest zelfstandig tot een oordeel te komen.

De vraaggesprekken die Marijke van Hees de afgelopen week heeft afgestaan, zijn inhoudelijk leeg en louter emotioneel geladen. Gut, het is tragisch allemaal. Maar even tragisch is het dat het PvdA-bestuur hiertoe zelf aanleiding heeft gegeven door te lang en te nadrukkelijk een klimaat van zwijgen en duiken in stand te houden.

Jagen op zondebokken is een erkend gezelschapsspel in tijden van bestuurlijke crisis. Goed of fout? Marijke van Hees of Mariëtte Hamer c.s.? De PvdA moet die vraag komende maandag niet willen beantwoorden. Dit antwoord komt slechts toe aan het partijcongres, dat zo snel mogelijk bijeen moet komen om een volledig nieuw bestuur te kiezen.

Gijsbert van Es is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Gijsbert van Es