Overstekende spaarders

Een van de meest gestelde lezersvragen gaat over de vermeende lage rente op 50 duizend gulden spaargeld. Dat schimmelt maar op m'n rekening. Ik heb het niet nodig. Na 1 januari gaat er de 1,2 procent rendementsheffing in box 3 af. Zo luiden enkele commentaren.

Verleidelijke advertenties wakkeren die renteonrust aan. Vooral de constructies met schepen en films spreken dezer dagen tot de verbeelding. Kom met belastingaftrek en garanties en Nederlanders laten zich helemaal gaan. Maar eigenlijk zoeken die spaarders naar iemand die ze aan de hand neemt en zegt: `Daar kunt u rustig uw geld in stoppen.' Wie meer wil, moet eerst deze afweging maken.

Een spaarder verhuurt zijn geld aan de bank en ontvangt rente als huur. De bank gaat met dat geld aan het werk. Verhuurt dat tegen een hogere rente aan mensen en bedrijven, in de vorm van hypotheken, financieringen, kredieten enzovoorts. Een bank verdient de kost met het verschil tussen huur en verhuur en heeft er belang bij dat zo ruim mogelijk te houden. Huren tegen 3,5 procent en verhuren tegen 7 procent, betekent een bruto marge van 100 procent, en niet 3,5 procent. In grote lijnen althans.

De concurrentie tussen de banken, de oplettendheid en reactiesnelheid van de consumenten en de rente op de markt bepalen de grenzen van de banken. Wie de renteverschillen wil controleren, leze `Consument en Geld', een periodieke ledenpublicatie van de Consumentenbond, ook te koop in de winkel. Actueler en uitgebreider is de internetsite www.sparen.pagina.nl.

Maar voor alles blijft bij sparen je inleg intact. Die garantie geeft de bank, en dat is veel waard. Wie belegt in aandelen, opties, schepen, films of andere producten, krijgt die garantie niet. Wel schermen aanbieders met garanties, maar het is nooit duidelijk wie die precies biedt en onder welke voorwaarden. Een film wordt misschien nooit voltooid. Geldt dan de garantie ook? In feite biedt alleen de fiscus een echte garantie: de verschillende aftrekken. Een merkwaardige rol: het nieuwe belastingstelsel wil een eind maken aan alle fiscaal gedreven (beleggings)plannen, komen ze door de achterdeur weer terug.

Hoe moeten spaarders dan hun centen laten oversteken naar het verleidelijke Rijk van de Risico's? Met mate, en pas wanneer ze begrijpen wat ze willen en wat ze doen. Sommigen gebruiken merkwaardige argumenten.

`Ik heb een gematigd risicoprofiel.' Wat is dat? Het klinkt als `een beetje zwanger'. Tienduizenden mensen met een zogenaamd gematigd risicoprofiel stopten geld in World Online, in Baan, of een andere technotanic. Een ander voegt er aan toe: `Ik wil slechts een markt conform rendement.' Een wat? Dit zijn van die kreten waarmee beleggingsanalisten hun onzekerheid verdoezelen. Je kan er niks mee.

Spaarders die willen oversteken, kunnen bijvoorbeeld spreiden in de breedte en in de tijd. In de breedte door deel te nemen in een beleggingsfonds. In de tijd door maandelijks (of een andere periode) in te leggen, wat middelen heet. Hoe zet je zo'n strategie op?

Je neemt je voor om verspreid over vijf jaar je spaargeld om te zetten in aandelen. Wie tobt met 50 duizend gulden, hevelt 10 duizend gulden per jaar over naar een wereldwijd beleggend fonds. Omdat het resterende spaarsaldo rente blijft geven, maak je van 10 duizend per jaar, duizend per maand. Wie meer of minder risico wil lopen, verhoogt of verlaagt de maandinleg.

Om de fondskeus eenvoudig te houden, kies je het fonds van je eigen bank. De internetsite www.nrc.nl/economie biedt via de keuze `Beleggingsfondsen' een overzicht van dergelijke (en andere) fondsen. Deze pagina `Geld Telt' biedt dit eens per maand. Tot slot iets over het middelen.

Je geeft de bank opdracht om per maand, kwartaal, halfjaar of jaar automatisch een vast bedrag van je rekening af te schrijven en daar aandelen in een beleggingsfonds voor te kopen, ongeacht de koers. Op die manier omzeil je drie problemen: je hoeft de koersen niet te volgen, niet te dubben over het voordeligste moment van aankoop en de bank zorgt ongemerkt voor een ijzeren discipline.

Welk voordeel biedt deze strategie? Bijvoorbeeld voor een inleg van 100 euro per maand in het denkbeeldige beleggingsfonds ABC, dat eind augustus op 100 euro stond. De middelaar kocht dus via de bank 1 participatie.

Eind september doet ABC 80 euro (het is maar een voorbeeld!) en koopt hij 1,25 participatie. Eind oktober staat ABC op 120 euro en koopt hij 0,83 participatie. Daarmee bezit hij 3,08 participaties, met een gemiddelde aankoopprijs van 97,40 euro, die 369,60 euro waard zijn en 69,90 euro aan belastingvrije koerswinst opleveren.

Wie niet middelt, maar steeds 1 participatie koopt, met een gemiddelde aankoopprijs van 100 euro, bezit na drie maanden 3 participaties met een waarde van 360 euro (3 maal 120, de koers eind oktober) en maakt geen 69,90 euro, maar 60 euro koerswinst. Hoe dat kan? Een middelaar koopt bij lagere koersen meer participaties dan bij hogere. Dát is het geheim.

Adriaan Hiele beantwoordt vragen van lezers op www.nrc.nl/Economie.

    • Adriaan Hiele