OPRISPINGEN

In zijn column in deze bijlage van 21 oktober probeert prof. Piet Borst met omhaal van woorden aan te tonen dat Paul Witteman met zijn zeer kijkwaardige programmaserie `een geweldige tijd' geen gelukkige hand heeft gehad bij zijn keuze van gesprekspartners voor de twee medisch getinte uitzendingen. De uitzending met prof. Ton Logtenberg heb ik in ieder geval ademloos zitten bekijken. Ademloos, wegens de inbreng van Logtenberg en omdat Paul Witteman het als vrijwel enige Nederlandse tv-maker aandurft om dit soort programma's te maken.

Dat hij daarbij niet altijd op de door Borst genoemde drie deskundigen terugvalt is, als je iets van massacommunicatie begrijpt, logisch. Hoe meer wetenschappers in staat zijn om in gewone mensentaal uit te leggen waar ze mee bezig zijn en waar dat allemaal toe kan leiden, des te beter. En, Ton Logtenberg is daartoe zeer goed in staat. Bovendien, bij `overexposure' van bepaalde personen/gezichten dreigt de inhoud van de boodschap al gauw aan kwaliteit te verliezen. Ik ben van mening dat de tijd waarin de wetenschapper zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid kan afdoen met `Gaat u maar rustig slapen, wij wetenschappers waken wel over U' ver achter ons ligt. Ook de wetenschapper dient zich onder het gewone volk te begeven.

Daarbij gaat het er niet in de eerste plaats om of de communicatief vaardige wetenschapper alles precies en tot in het kleinste detail over het voetlicht brengt. En al helemaal niet of hij de toekomst juist weet te voorspellen. Het gaat om het schilderen van ontwikkelingen en trends en om hun betekenis voor alle burgers. Het gaat erom dat hij/zij leken kan inwijden in zijn/haar wereld en dat op een zodanige wijze, dat kijkers hun aandacht niet verliezen, niet onrustig worden of zelfs in paniek raken. Het gaat erom, dat men blijft kijken en luisteren en over het gebodene gaat nadenken.

Om dat laatste te bereiken ligt er een grote verantwoordelijkheid op de schouders van de tv-makers en de communicatief ingestelde wetenschappers. De moed en deskundigheid die Logtenberg en Witteman daarbij tentoon hebben gespreid valt dan ook zeer te prijzen.

    • Prof.Dr. Gerard M.A. van Beynum Voorburg