Onze eigen dingen

,,Onvoorstelbaar. Een meester in de rechten, die Surinaams sprak op vergaderingen'', schreef de Surinaamse dichter Dobru eens over Eddy Bruma. De deze week aan de verwondingen van een gewelddadige overval overleden advocaat Eddy Bruma geldt als de grondlegger van het creools nationalisme in Suriname. Met zijn Partij Nationalistische Republiek (PNR) was hij een belangrijke stuwende kracht achter de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975. Bruma was toen minister van Economische Zaken in het kabinet van premier Henck Arron.

De PNR van Bruma kwam voort uit de culturele beweging Wi Egi Sani (`Onze eigen dingen'), die in de jaren vijftig van de vorige eeuw als de Surinaamse variant van de négritude-beweging het zelfbewustzijn van de creolen stimuleerde. Toen Bruma na zijn studie rechten aan de Vrije Universiteit van Amsterdam in 1954 naar Suriname terugkeerde, hield de Nederlandse inlichtingendienst hem als een potentieel communistisch gevaar in de gaten. In Amsterdam was Bruma een stuwende kracht in de Surinaamse studentenbeweging geweest. Maar Bruma was verre van een communist, wel een fervent anti-kolonialist. In de roman `Bij nader inzien' van J.J. Voskuil komt Bruma voor als de Surinaamse student Stanley King.

Met Wi Egi Sani stimuleerde Bruma het gebruik van het sranan tongo, de Surinaamse taal die toen nauwelijks als volwaardig werd gezien. Hij schreef gedichten, spinverhalen (Anansi tori's) en toneelstukken. Bruma had succes met het ook in Nederland opgevoerde `De geboorte van Boni', een toneelstuk over de slavernijgeschiedenis. Niet minder belangrijk was het politieke vormingswerk in Wi Egi Sani door Bruma en andere creoolse nationalisten.

Met de PNR werd Eddy Bruma in de jaren zestig de luis in de pels van premier `Jopie' Pengel – leider van de meer gematigde creoolse Nationale Partij Suriname (NPS). Toen Bruma en zijn nationalisten de Surinaamse vakbeweging in handen kregen, luidde dat de politieke val van Pengel in. In 1973 vormden de PNR en de NPS een coalitieregering, die twee jaar later de onafhankelijkheid van Suriname realiseerde. Veel hindostaanse Surinamers beschouwden Bruma als de – in hun ogen – kwade genius achter de onafhankelijkheid. Voor Bruma zelf was de onafhankelijkheid een uitgekomen droom.

Al spoedig verdween hij uit de actieve politiek en zijn partij ging ter ziele. Direct na de militaire coup van 1980 door Desi Bouterse dook Bruma plotseling weer op als formateur van een burgerregering onder leiding van de arts Chin a Sen. Sindsdien was Bruma voornamelijk advocaat. Soms gaf hij nog politieke adviezen aan degenen die erom vroegen. De publiciteit zocht hij al lang niet meer. Eddy Bruma zal bij veel Surinamers vooral in herinnering blijven om zijn grote bijdrage aan het culturele zelfbewustzijn.