Olieprijs in handen van Allah

Morgen buigen de OPEC-ministers zich over een nieuwe dreiging: een te lage olieprijs als de vraag in het tweede kwartaal van 2001 afneemt.

Onverminderd bedreigen twee factoren, die in onvoorspelbaarheid niet voor elkaar onderdoen, de olieprijzen in de wereld:Irak en het weer. Of anders gezegd: een heilige oorlog tegen Israël met de olietap als wapen en een strenge, energievretende winter in het noordoosten van de Verenigde Staten.

Beide kunnen de oliemarkten de komende tijd in grote beroering brengen en de prijzen omhoog doen schieten. En precies deze bedreigingen houden de olieprijzen hardnekkig hoog op ruim 30 dollar per vat. Liefst vier productieverhogingen dit jaar door de OPEC hebben de prijzen niet omlaag gebracht. Ze hebben de goede wil van het oliekartel getoond. De OPEC (lees: Saudi-Arabië, 's werelds grootste olieproducent) beseft dat olie van vitaal belang voor de wereldeconomie is, zegt Michael Wittner, oliedeskundige van het IEA, het Internationale Energie Agentschap in Parijs.

De opstand tegen de hoge brandstofprijzen eind deze zomer in Europa en de slappe knieën van regeringen bewezen voor wie het vergeten waren hoe afhankelijk de geïndustrialiseerde economie van olie is. Toch is er ondanks de hardnekkig hoge olieprijzen een overschot aan ruwe olie in de wereld – de jongste cijfers van het IEA bevestigden dat deze week weer. Er doemt dan ook een nieuwe dreiging op. Een reusachtige olieplas zodra de winter voorbij is. Een dreiging waar op haar beurt de OPEC bang voor is, die zich nog met afgrijzen herinnert hoe in 1998, na een productieverhoging door het oliekartel, de olieprijzen instortten tot minder dan 10 dollar per vat. Dat nooit meer.

Om die dreiging het hoofd te bieden zal morgen in Wenen, waar de olieministers van de OPEC bijeenkomen, het gesprek niet over een nieuwe productieverhoging gaan, maar over een productieverlaging. Oliedeskundigen verwachten dat in het tweede kwartaal van het volgend jaar – wanneer de winter voorbij is – de olieprijzen zullen dalen. De OPEC zal willen voorkomen dat de gebeurtenissen van 1998 zich herhalen. Ze zal naar een geleidelijke, beheerste prijsdaling willen streven om een nieuwe prijsval te voorkomen.

Nu heeft het oliekartel daar een soort mechanisme voor bedacht. Als de gemiddelde prijs van zeven OPEC-oliesoorten, die doorgaans een paar dollar lager dan de wereldmarktprijzen ligt, twintig achtereenvolgende dagen hoger is dan 28 dollar of lager is dan 22 dollar per vat, verhoogt of verlaagt de OPEC de productie met 500.000 vaten per dag. Zo gebeurde dat - voor het eerst - per 31 oktober toen de OPEC haar productie met 500.000 vaten per dag verhoogde. Op die manier zou de OPEC de prijsdaling beheerst kunnen laten verlopen.

Kunnen. Want zo goed als de jongste productieverhoging door het oliekartel geen enkele invloed op de prijzen had - die bleven hardnekkig hoog - zo goed zou ook in het omgekeerde geval een productieverlaging een andere uitwerking kunnen hebben dan die de OPEC met de prijzen zegt na te streven. Ook in OPEC-land is het leven harder dan de leer.

Het feit dat Saudi-Arabië dit jaar telkens méér produceerde dan in OPEC-verband was afgesproken (uit verantwoordelijkheidsbesef voor de wereldeconomie, zullen de Saudi's ter verdediging zeggen) en elke nieuwe officiële productieverhoging tot een farce maakte, bewijst wel hoe het met de discipline van de OPEC is gesteld. Bij een prijsdaling wordt die discipline nog meer op de proef gesteld, lees: aan de laars gelapt, zo heeft de OPEC-geschiedenis keer op keer bewezen.

De vrome opzet van het kartel om aanbod en vraag wereldwijd op elkaar af te stemmen en naar evenwichtige prijzen te streven is (wat is trouwens evenwichtig?), zo bewijst zijn hele geschiedenis, een te hoog gegrepen doel – eigen aan een kartel, dat het denkt beter te weten dan de markt. Dat maakt zijn reputatie twijfelachtig. Het vertrouwt niet eens zijn eigen productiecijfers, zegt Michael Witter van het IEA. In sommige OPEC-landen zijn die staatsgeheim. Het IEA kan de Arabische bronnen die het voor zijn statistieken nodig heeft zelfs niet onthullen, omdat het voor hun veiligheid vreest. Statistieken waarvan de OPEC zelf gebruik maakt. Vier productieverhogingen dit jaar door de OPEC hebben de productieverlagingen nog niet goedgemaakt. Die zetten de prijsverhoging in gang. De hoogconjunctuur hielp daarbij. Omdat de termijnmarkten beloofden dat op den duur de prijzen weer zouden dalen, hielden de oliemaatschappijen lage voorraden aan. Hun aandeelhouders stelden dat wegens de lage kosten op prijs. Er ontstond (in de VS) een verontrustend tekort aan eindproducten, eerst benzine, vervolgens huisbrandolie. Ingekrompen raffinagecapaciteit, pijpleidingbreuken en milieumaatregelen maakten de tekorten acuut.

Die tekorten dreven op hun beurt de prijzen van ruwe olie op, vooral die van lichte olie. En die prijzen van lichte olie namen die van zware olie (OPEC-olie) mee op sleeptouw.

Zo kon de paradoxale situatie ontstaan dat er een overschot kwam aan OPEC-olie bij hardnekkig hoge olieprijzen. Prijzen die voorlopig hoog blijven, in de greep van Irak en de winter, zeg maar in Allah's handen.

    • Paul Friese