Moraal

De discussie rond de ethische opvattingen van André Rouvoet toont aan dat het thema de laatste jaren niets aan belang heeft ingeboet. Kernpunt is of moraal een metafysisch motief heeft, dan wel een praktisch. In het laatste geval toetst men het handelen op zijn gevolgen in de praktijk. De praktische richting kent een lange traditie. Een bekend principe is het universaliteitsbeginsel van Kant: een gedragslijn dient zó te zijn dat ze tot een acceptabele samenleving leidt indien iedereen haar volgt. Hiervan afgeleid is er het wederkerigheidsbeginsel: behandel anderen niet anders dan je zelf wilt worden behandeld. Deze beginselen gaan uit van de gelijkwaardigheid der mensen.

In de realiteit van het leven echter gaan veelal de brutaalsten hun gang. Zij hebben de halve wereld, zoals dat heet. De uiterste consequentie daarvan is het recht van de macht, fascisme en ander onheil. Tegenover brutaliteit is moraal niet zelden het zwakkere element.

Tussen ethiek als ideaal en rechtvaardigheid in de praktijk staat dan ook de sanctie: het zwaard van Vrouwe Justitia. Wraak geeft aan ethiek een harde hand. Interessant is in dit verband de speltheorie rond het bekende prisoners dilemma. Als de onheus behandelde – of in zijn plaats de staat – terugslaat, krijgt ethiek het hardere karakter dat nodig is om aan vrijblijvendheid te ontkomen. Hoe paradoxaal het ook klinkt: zonder voldoende wraakzucht in een maatschappij zal zij nooit rechtvaardig kunnen zijn. In een wereld zonder wraak reageert de brutaliteit. Wraak – als realiteit of als mogelijkheid – leidt er toe dat ethiek uiteindelijk nooit relatief of vrijblijvend zal zijn.