Kunstacademies vrezen ophef deel tweede fase

In de plannen voor het kunstonderwijs van staatssecretaris Van der Ploeg moeten vooral de vervolgopleidingen voor beeldend kunstenaars het ontgelden. Zij verweren zich tegen de plannen, waarover de Tweede Kamer maandag debatteert.

Voor de beste studenten in de `autonome beeldende kunst' (schilder-, en beeldhouwkunst en nieuwe media) werden in 1995 speciale vervolgopleidingen opgericht aan de kunstacademies van Rotterdam, Amsterdam, Enschede en Arnhem. Ook Breda en Groningen kennen sinds enkele jaren zo'n studie. Het aantal studenten bedraagt enkele tientallen per plaats, in totaal 15 procent van het landelijk aantal afgestudeerden aan kunstacademies. De tweede fase-studenten krijgen een eigen atelier en intensieve begeleiding aangeboden.

In haar advies aan de staatssecretaris voor 2001-2004 bepleit de Raad voor Cultuur om het aantal studieplaatsen in de richting autonome beeldende kunst drastisch terug te schroeven, om zo de `disbalans' tussen autonome en toegepaste kunst te corrigeren. Volgens de Raad moeten er `twee of drie' opleidingen voor autonome beeldende kunst overblijven, waarvan `zeker één' met het accent op nieuwe media. De Raad zegt nog geen keuze te kunnen maken over welke opleidingen moeten blijven bestaan, omdat gegevens over de kwaliteit ontbreken. Hoewel het al sinds 1995 de bedoeling was om de resultaten van de opleidingen middels visitaties te toetsen, is dat is tot op heden nog nergens gebeurd.

Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) maakt in zijn bewerking van het advies wel al scherpe keuzes. Hij halveert het aantal plaatsen in Amsterdam (van 36 naar 19) en in Rotterdam (van 24 naar 12). Het aantal studieplaatsen van DAI/Artez in Enschede, dat van de Raad een negatief advies kreeg, wordt verhoogd van 24 naar 30. De subsidie-aanvragen van Breda en Groningen worden niet gehonoreerd. Er moeten volgens Van der Ploeg wel nieuwe vervolgopleidingen voor toegepaste kunst komen.

Jos Houweling, directeur van het Sandberg Instituut in Amsterdam, is woedend over de plannen van de staatssecretaris. Van alle opleidingen komt de zijne er in het rapport van de Raad nog het beste vanaf: ,,Dat komt door evenementen als de Kunstvlaai [een alternatieve kunstbeurs] en de `Een Minuten', een uitzending van korte filmpjes op het Amsterdamse Kunstkanaal. Doordat we zo hard aan de weg timmeren, zijn we onbedoeld het vlaggeschip van Van der Ploeg geworden. Maar als de bezuinigingen doorgaan moeten extra's als de Kunstvlaai verdwijnen. Minder studenten betekent minder geld, en mijn vaste lasten blijven even hoog.''

Volgens Houweling heeft de Raad zich in haar advies over het totale aantal studieplaatsen misrekend: ,,De Raad wil dat voortaan 10 procent van de studenten kan doorstromen naar een vervolgopleiding, en zegt dat dat neerkomt op 30 plaatsen per jaar. Ik heb zelf onderzoek gedaan door de academies naar hun officiële uitstroomgegevens te vragen, en kwam toen veel hoger uit: 52 plaatsen. Niemand bij OCW kon me vertellen waar dat lage getal vandaan kwam.''

Anke Bangma van het Piet Zwart Instituut, de tweede fase-opleiding van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, noemt de voorstellen van de staatssecretaris `choquerend': ,,De Raad schrijft wel tien keer dat er pas na visitaties oordelen over de opleidingen geveld kunnen worden. Deze beslissingen zijn ongefundeerd.''

In Breda en in Groningen moeten de autonome kunstrichtingen worden opgeheven als de plannen van Van der Ploeg doorgaan. Directeur Jules van den Vijver van de St. Joost Academie in Breda: ,,Het doel van ons programma was om kunstenaars in de regio te laten verankeren. Ze woonden hier in de stad en werkten in lokale musea en galeries. Zo creëer je een artistieke infrastructuur. De provincie Brabant hecht groot belang aan wat wij doen. Van hen was de subsidie voor de komende vijf jaar al binnen.''

    • Sandra Heerma van Voss