`Jonge specialisten vaak buiten spel'

Arts-assistenten maken zich zorgen over de kwaliteit en toekomst van de gezondheidszorg èn die van hun arbeidsvoorwaarden.

Het broeit in de Nederlandse ziekenhuizen. Veel specialisten in opleiding zijn ontevreden over de belangenbehartiging door de Orde van Medisch Specialisten (OMS) en de Landelijke vereniging voor Artsen in Dienstverband (LAD). Er is sprake van ,,groeiende onrust'' onder de ,,nieuwe generatie''. Aldus chirurgen-in-opleiding Dagmar Vos (35) en Jan van Bodegom (33), bestuurslid en woordvoerder van De Jonge Orde, een nieuwe beroepsbelangenvereniging van toekomstig medisch specialisten.

Volgens Van Bodegom, vijfdejaars chirurg in opleiding in het Rotterdamse Ikazia-ziekenhuis, betreft de onvrede zowel de kwaliteit van de gezondheidszorg als de toekomstige honorering van de medisch specialisten en ,,het gebrek aan inspraak''. Hij wijst op de nieuwe arbeidsvoorwaardenregeling voor medisch specialisten in de niet-academische ziekenhuizen (AMS). ,,Die AMS, zeg maar CAO, is een zaak van de ziekenhuizen, de LAD en de OMS. Wij jonge specialisten worden nauwelijks bij een CAO-overleg betrokken.''

Wat is het gevolg?

Van Bodegom: ,,In de CAO van de academisch ziekenhuizen gaan de startende specialisten, met uitzondering van een paar specialismen zoals kinderartsen en internisten, er fors op achteruit, met name in de `snijdende' vakgroepen. Degenen die nu aan het werk zijn, kregen een garantieregeling wat hun honorarium betreft. Beginnende specialisten, die precies hetzelfde werk gaan doen, hebben dat voorrecht niet.''

Eén van de bestuursleden van de LAD is een vertegenwoordiger van de Landelijke Vereniging van Assistent Geneeskundigen (LVAG). Hij had toch aan de bel kunnen trekken?

Van Bodegom: ,,Dat was ook de eerste reactie van de LAD. Maar zo'n eenling kan te weinig, ook omdat hij vanuit een wetenschappelijke vereniging opereert. Hij is niet betrokken bij de onderhandelingen. De Jonge Orde wil een representant zijn van álle beginnende medisch specialisten. Wij willen gesprekspartner worden bij het overleg.''

Moet dat wel, want het gaat in wezen om stagiairs?

,,Wij stagiairs? Kom nou'', zegt Van Bodegoms collega-bestuurder Vos, vierdejaars chirurg in opleiding aan het Groningse Academisch Ziekenhuis. ,,We zijn artsen die dagelijks in het ziekenhuis werken. Met een eigen verantwoordelijkheid, we kunnen ons niet verschuilen. Het woord stagiair wekt verwarring. Ongeveer 95 procent van de specialisten in opleiding gaat het vak in de toekomst uitoefenen.''

De Jonge Orde moet wél erkend worden, wil ze meepraten over de arbeidsvoorwaarden. Lukt dat?

Vos: ,,Of we mee mogen doen hangt af van de vraag hoe groot we worden. De prioriteiten van de OMS en de LAD liggen bij hun zittende leden, niet bij de specialisten van de toekomst.''

Toch wordt er steeds meer rekening gehouden met jonge artsen. Ze hoeven zich straks waarschijnlijk niet meer in te kopen - de goodwill (het bedrag waarmee medisch specialisten zich moeten inkopen in een maatschap) wordt immers afgeschaft?

Vos: ,,Die regeling zal inderdaad in de toekomst verdampen, door het tekort aan artsen. Daardoor zal een arts niet meer bereid zijn goodwill te betalen. Maar in de voorstellen die er nu liggen over het afschaffen van goodwill, is het niet duidelijk hoe dat gefinancierd moet worden. Gezien de marktomstandigheden moet het grootste offer niet van de komende generatie worden verwacht.''

Moeten we medelijden hebben met de jonge specialisten?

Vos: ,,Nee, het is een prachtig beroep. Maar als je na een studie van zo'n zeventien jaar – uitlotingen en wetenschappelijk onderzoek inbegrepen – op 35-jarige leeftijd aan een baan begint in een academisch ziekenhuis, krijg je in principe bruto zestig gulden per uur. Vergelijk dat eens met het salaris van een ervaren verpleegkundige van dezelfde leeftijd in de hoogste schaal. Als die even veel uren werkt kan het voorkomen dat die met alle toeslagen voor onregelmatig werk méér verdient dan een jonge specialist.''

Van Bodegom: ,,Als Jonge Orde willen we méépraten en méédenken over dat soort zaken. Maar het gaat ons niet alleen om honoraria.'' Vos wijst bijvoorbeeld op de werktijden. ,,Veel specialisten in ziekenhuizen gingen terug van 80 uur per week naar wettelijk 48 uur of veel minder. En dat terwijl de zorgvraag per patiënt toeneemt: die is mondig, wil terecht meer uitleg. De toenemende werkdruk (wachtlijsten) veroorzaakt onrust. En er dreigt mede door het verlangen in deeltijd te werken, een tekort aan specialisten zoals dat bij huisartsen al bestaat. De overheid laat jaarlijks 2.000 nieuwe medische studenten toe. Ze kan het uitbreiden tot 5.000, maar de vraag is dan: is er voor hen later opleidingscapaciteit? Als Jonge Orde hebben we geen kant-en-klare oplossingen, maar wel ideeën over herverdeling van arbeid en het toepassen van informantietechonologie waardoor de artsen efficiënter werken.''

De Jonge Orde wil ,,de professionele autonomie van de specialist waarborgen''. Is die dan in gevaar?

Vos: ,,Een arts kan vaak niet meer doen wat hij wil doen. Wil hij opereren, dan kan dat niet wegens het beddentekort, zo krijgt hij van buitenaf te horen. Wij zijn de specialisten die de komende twintig, dertig jaar het werk moeten doen. Wij willen de zeggenschap terug over ons eigen vak.''

    • Guido de Vries