It's great to be an American

Het is een bekend gezelschapsspel in Nederlandse huiskamers en cafés wanneer er in Amerika presidentsverkiezingen zijn: op wie zou jij gestemd hebben? Een onzinvraag natuurlijk. Stel dat ik Amerikaans staatsburger was. Misschien was ik opgegroeid op een afgelegen boerderij in Kansas. Ik bakte de hele dag appeltaarten voor mijn kinderen. In de kerk zong ik God Bless America. Ik was tegen abortus en voor de doodstraf. Ik koesterde mijn vuurwapen als heilig bezit. Op wie zou ik gestemd hebben? Bush natuurlijk. It's great to be an American! zingt Randy Newman (in een song waar het sarcasme vanaf druipt).

Nu ben ik toevallig Nederlandse en dus mocht ik dinsdag niet meestemmen, ook al is de president een `wereldleider' wiens beslissingen over oorlog en vrede, leven en dood, armoede en welvaart mij niet minder raken dan menige Amerikaan. Deze overweging maakt het gedachte-experiment al minder irrelevant.

Het staat vast dat een grote meerderheid van de Nederlanders het liefst op Al Gore had willen stemmen. Volgens opiniepeilingen zelfs tachtig procent, een aandeel dat Gore in geen enkele Amerikaanse staat heeft behaald. Alle Nederlandse politieke partijen, ook de VVD en op het gebied van sociale zekerheid en milieu zelfs de Christen-Unie, staan dichter bij Gore dan bij Bush.

Stel ik ben een progressieve Amerikaan, woon in een grote stad, ben tegen de doodstraf, voor het recht op abortus, voor sociale rechtvaardigheid, tegen absurde inkomensverschillen, tegen racisme, tegen de rol van bedrijven die politieke partijen huren en kopen, het politieke systeem corrumperen, het milieu plunderen, de werknemers een minimum levensstandaard en een ziekteverzekering onthouden en dertig procent kinderarmoede laten voortbestaan. Om kort te gaan: ik herkende mij in het programma van Ralph Nader. Had ik het aangedurfd om op de Green Party te stemmen?

Dat hangt ervan af. In Texas, dat zeker naar Bush ging, had ik het gedaan. Maar in Ohio, om van Florida maar te zwijgen, had ik toch maar liever op Gore gestemd. In die staten had mijn stem er namelijk echt toe gedaan. Elders niet. Met andere woorden: het is gewoon niet waar dat bij Amerikaanse verkiezingen elke stem telt. De miljoenen Democratische kiezers in Texas bijvoorbeeld hadden net zo goed thuis kunnen blijven. Dat is de consequentie van het `winner takes all' en het `first past the post'.

Bekijk de voorlopige einduitslag eens: Gore 48,3 procent, Bush 48,1 procent, Nader 2,6 procent. Het is bekend dat een meerderheid van de Amerikanen voor de doodstraf is, maar ik geloof nooit dat zo'n 97 procent de doodstraf wil handhaven. De meeste tegenstanders van de doodstraf hebben dus noodgedwongen op een kandidaat gestemd die niet piekert over de afschaffing ervan. Een wonderlijke consequentie van het tweepartijenstelsel. Talloze andere voorbeelden kon de Groene kandidaat Ralph Nader aanvoeren om aan te tonen dat de verkiezingen in de VS nergens over gaan, omdat de kandidaten van de twee grote partijen lood om oud ijzer zijn. Het maakt gewoon niet uit. Beiden moeten `het midden' veroveren. Beiden zijn afhankelijk van big business voor de honderden miljoenen dollars die nodig zijn om campagne te voeren.

Vandaar dat, om met Woody Allen te spreken, de verkiezingen in de VS niet meer gaan over de opvattingen van de kandidaten, maar over hun persoonlijkheid. `Het is in Amerika politiek incorrect om je tegenstander aan te vallen op zijn standpunten.' Allen heeft op Gore gestemd omdat hij Bush `dom' vindt. Voor de romanschrijver Philip Roth geldt hetzelfde: `Op Bush kun je onmogelijk stemmen, de domheid van die man is onbeschrijflijk.'

Dit waren stemadviezen van mensen die ik vertrouw. Ik zou dan ook, ware ik een verlichte geest in de VS, uiteindelijk wel voor Gore als het kleinste kwaad hebben gekozen. Onder de minst slechte regeringsvorm (Churchills definitie van democratie) kies je voor de minst slechte partij. Wie goed kijkt, ziet trouwens wel degelijk verschillen. Bush wil bijvoorbeeld het recht op abortus van de Amerikaanse vrouwen afpakken door in het Supreme Court ultraconservatieve rechters te benoemen. Daarom snap ik niet dat een linkse feministe als Barbara Ehrenreich haar stem aan Nader vergooide.

De 95.000 Naderstemmen in Florida zijn niet zomaar verloren gegaan, zij zijn in feite bij Bush terechtgekomen. Daar zullen de milieupuristen geen klein beetje spijt van hebben. Zij trekken zich de haren uit het hoofd, mag je aannemen. Hoe sympathiek het idealisme en de creatieve ideeën van Nader ook zijn, mij zou het belangrijk hebben geleken Bush uit het Witte Huis te houden. Liever dan een symbolische, waardeloze proteststem op Nader te hebben uitgebracht.

Is het wel democratisch om bij verkiezingen je eigen mening te moeten verloochenen? Je kunt in de Verenigde Staten niet zonder je stem te verspillen tegen de doodstraf stemmen. Je kunt er, als verstandig mens, niet stemmen voor overheidsinterventie in de vrije markt ter wille van het milieu. Je haalt het niet in je hoofd om er te stemmen voor afschaffing van sociale, seksuele en raciale ongelijkheid. Je bent weliswaar een vrij mens, maar staat bij voorbaat buitenspel als je iemand kiest met wie je het werkelijk eens bent. Je mag kiezen tussen dom of harkerig. En wie de meeste stemmen haalt, is daarmee niet eens verzekerd van het presidentschap.

Allemaal waar, maar zolang het werkt, werkt het. Democratie is schipperen. Evenredige vertegenwoordiging en een meerpartijenstelsel zijn ook niet zaligmakend. Weten de Amerikanen na de chaotische stembusuitslag niet wie hun president is, wij mogen niet eens onze regering kiezen. Ook bij ons moet je als kiezer schipperen. Hier komen politieke minderheden beter aan bod, maar evengoed tenderen partijprogramma's naar de grootste gemene deler en verschillen de partijen nauwelijks meer van elkaar. Alle Nederlandse partijen, inclusief Leefbaar Utrecht, zouden met wat passen en meten kunnen opgaan in de Democratische Partij van Gore. Dus eigenlijk heeft Amerika nog een ruimere keuze dan wij.

    • Elsbeth Etty