INTERNETSTUDENTEN SCOREN LAGER DAN STUDENTEN IN KLAS

Het internet mag dan de mogelijkheid bieden studenten op afstand college te laten volgen, helemaal in de pas met ouderwetse lessen lopen die `cybercursussen' nog niet. Aan de universiteit van Florida haalden studenten die de internetvariant van het vak Statistische methoden in de psychologie volgden, lagere cijfers dan degenen die een identieke cursus volgden, maar dan ouderwets in een klaslokaal. Dat blijkt uit onderzoek van Alvin Wang en Michael Newlin van deze universiteit (Journal of Educational Psychology, maart 2000).

In hun onderzoek haalden de cyberstudenten gemiddeld een 7.2 en de klassikale studenten, die over precies hetzelfde studiemateriaal beschikten, een 8.7. Dit kan volgens de onderzoekers komen doordat studiemateriaal het best reproduceerbaar is onder vergelijkbare omstandigheden als die waaronder de stof is geleerd – het is een empirisch feit dat dat de inhoud van het geheugen toegankelijker maakt. De klassikalen zijn daarmee in het voordeel: ze krijgen zowel de lessen als het tentamen in de klas, terwijl cyberstudenten de lessen thuis op de computer volgen. Overigens is deze verklaring voor deze specifieke situatie nog niet getoetst.

Oorspronkelijk wilden de onderzoekers weten hoe studenten die voor een webvariant van een vak kiezen, verschillen van studenten die liever de conventionele variant doen. Die verschillen bleken er nauwelijks te zijn. Wang en Newlin boden de statistiekcursus tweemaal aan: klassikaal en via internet. In het laatste geval waren er slechts twee bijeenkomsten: een oriëntatie aan het begin en het examen aan het eind van de cursus. Het studiemateriaal (theorie, huiswerkopdrachten, deeltentamen) was aanklikbaar via de homepage van de cursus. Verder waren er verplichte wekelijkse sessies met de docent in een speciale chatroom op internet. De cyberstudenten werden ook aangemoedigd om zoveel mogelijk met elkaar samen te werken en te communiceren via een bulletin board, de telefoon en e-mail.

Iets meer studenten (66) verkozen de ouderwetse boven de internetvariant (51). Opvallend is dat de afstand van huis tot universiteit daarbij geen rol speelde. In de manier waarop ze het liefst leerden (bijvoorbeeld door kijken, door zelf doen of door nadenken) of in werkhouding (bijvoorbeeld een voorkeur voor competitie of uitdagingen) verschilden ze ook al niet. De studenten die de webvariant kozen hadden wel een externe locus of control: het idee dat wat ze meemaken meer bepaald wordt door het lot dan door hun eigen beslissingen. Dat bleek ook voor een deel hun lage eindcijfer te voorspellen. Waardoor de samenhang tussen locus of control en voorkeur voor internet of de klas wordt veroorzaakt, is niet duidelijk. Verder bleken studenten hogere cijfers te halen naarmate ze in de eerste week van de cursus vaker de homepage aanklikten. Volgens de onderzoekers zouden docenten die een webcursus aanbieden dan ook vooral het internetbezoek van hun studenten in het begin van de cursus in de gaten moeten houden – en aanmoedigen.