In de Aristocrat

Op de hoek heb je eerst een geneeskundige instelling, dan komt er een keurig hotel en daarnaast is het Maison de Sade gevestigd, een restaurant waar je op je stoel kan worden vastgebonden en dan door het personeel (m/v) gevoerd. En als je niet braaf door eet, kun je licht gemarteld worden (zegggen de reclamefoldertjes. Ik zou er niet om de hoek durven kijken. Het lijkt me een onderwerp voor ons kleurenmagazine M). Schuin ertegenover staat het hoofdkwartier van de Amerikaanse Communistische Partij met een progressieve boekwinkel, een van de laatste op aarde waar je het verzameld werk van Lenin kon kopen. Op 1 mei staken ze er dit jaar nog de rode vlag uit. Nu zijn de luiken ervoor; het ziet eruit dat de zaak failliet is. Gelukkig dat leider Gus Hall het niet meer heeft meegemaakt. Dan komt er nog een winkel waar je voor je ogen onbespoten landbouwprodukten kunt laten uitpersen, alles, van aardappelen tot prei en peterselie. Zuiver peterseliesap krijg je in een bijzonder klein bekertje. Je moet er aan nippen; zo sterk is het. Ook dat weet ik niet uit eigen ervaring; ik heb het gezien. Met de illusie van het eeuwig leven gaat de peterseliesapdrinker de deur uit.

De winkel waar het in dit stukje om gaat, heet The Aristocrat Deli, een convenience store van het gebruikelijke soort: alles te koop wat de mens nodig heeft, van ijsco's en aspirientjes, tot koffie, yoghurt en sandwiches, en de kranten. Als ik iets in Nederlandse steden mis, dan deze winkels. Ze zijn het hele etmaal open.

De Aristocrat wordt gedreven door een krijgshaftig uitziende Iraanse familie waarvan alle leden ook Spaans en Newyorks spreken. Vrolijke mensen, altijd bereid om over het weer, de sport of de politiek te praten. Vanmorgen (10 november, een uur of acht plaatselijke tijd, de derde dag van het presidentvrije tijdperk) was het er drukker dan ooit. Meer personeel achter de toonbank, meer klanten, en allemaal schreeuwden ze door elkaar: de Republikeinen tegen de Democraten, de vrouwen tegen de mannen, de Times-lezers tegen de Post-lezers, de homo's tegen de hetero's, dit allemaal in uiteenlopende coalitie's, en de Ralph Nader-aanhangers tegen iedereen. Het ging over de toestand in Florida. Als buitenlandse waarnemer hield ik zoveel mogelijk mijn mond.

Een halve kilometer verderop, aan de andere kant van de Avenue, aan de overkant van de straat, staat het blindeninstituut. Je moet dus van die plaats het kruispunt oversteken om de Aristocrat te bereiken. Ik bewonder de blinden. Op ieder uur van de dag zie ik ze lopen, met hun lange witte stok voor zich uit, tikkend zich een weg zoekend in de hoofdstad van de wereld. Sommigen hebben een hond, de meesten niet. Staan ze op het kruispunt te wachten, en wil je hulpvaardig zijn, wacht tot ze erom vragen. Meestal wijzen ze je barmhartigheid af.

Een blinde man tikte zich de Aristocrat binnen, een grote zwarte man van een jaar of vijftig. Men gaf hem de ruimte. Het schreeuwen ging door; gewoon door, zoals we in Nederland zeggen. De blinde bestelde een beker koffie, sugar on the side, ik denk omdat hij er prijs op stelde, zelf de suiker erin te doen. Terwijl hij daarmee bezig was, glimlachte hij een beetje, slurpte wat uit de beker, en nam het woord. Hij had een stem als een god een betere vergelijking weet ik niet. Het gekrakeel hield op. `Jullie denken toch niet', zei hij, `dat het toevallig is? In vijftig staten kunnen ze goed tellen. Alleen dáár, waar broertje Jeb de baas is, gaat het mis! In Joegoslavië worden de Verenigde Naties erbij gehaald! Een hertelling, onder toezicht van Koffi Annan! Recount!'

`Yes! Yeah! Recount! Recount! Revote!' riep de overgrote meerderheid in de Aristocrat. Ik zag een paar Republikeinen wegsluipen. Ik wist genoeg.

Waar ik die dag ook kwam, overal hetzelfde debat. Omdat ik al een poosje meeloop, zal ik u zeggen waar het me aan deed denken: de avonden van de verkiezingsdagen, op de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam, als de partijgangers en kiezers zich voor de krantengebouwen verzamelden. Daar werden de uitslagen geprojecteerd of met krijt op borden geschreven. Hetzelfde hartstochtelijk tumult. Ik herinner me een vrouw die in zo'n discussiedrom het debat beheerste. `Maar vader Stalin heeft gezegd...!' en daar volgde zijn banvloek over het kapitalisme. De liberalen konden er niet tegenop.

Politieke onverschilligheid? Het zal waar zijn. Maar maak eens een fout bij het tellen van de stemmen. De democratie bloeit op. Het is ons perfectionisme dat ons de das om dreigt te doen.