`Ik kon niet accepteren dat één persoon de geschiedenis bepaalde'

Iedere historicus heeft zijn eigen Hitler. Hitler de gek. Hitler de impotente. De Britse historicus Ian Kershaw werkte tien jaar aan een indrukwekkende biografie van Hitler de verstandelijke. `Ik beschouw dit als werk. Ik droom niet over Hitler.'

Het getuigt van grootheidswaanzin: een biografie schrijven van Adolf Hitler. Geen periode in de geschiedenis is zo goed gedocumenteerd als de Tweede Wereldoorlog, geen persoon heeft zoveel aandacht gekregen als de Führer. De historicus die denkt nog iets te kunnen toevoegen, moet een ego hebben zo groot als dat van Hitler zelf.

Zou je denken. Zeker wanneer die auteur wordt toegejuicht door recensenten, die juist zijn boek uit de niet te stuiten stroom boeken over de oorlog hebben gevist. Zeker wanneer zij het bestempelen als het nieuwe standaardwerk.

Maar Ian Kershaw (Oldham, 1943) is rustig en voorzichtig. Zoals hij zijn antwoorden formuleert: afgewogen, met af en toe wat droge humor. Of hij ooit spijt heeft gehad van dit gigantische project (ruim 2.000 pagina's)? Ja, zegt de Britse professor. Als hij had geweten dat hij er tien jaar over zou doen, ,,bijna net zo lang als Hitler nodig had om Europa te vernietigen'', dan had hij twee keer nagedacht. Is hij sympathie gaan voelen voor de figuur met wie hij zolang bezig is geweest, bijvoorbeeld op het moment dat hij moest beschrijven hoe de Führer in mei 1945 zelfmoord pleegde in zijn bunker in Berlijn? Nee, zegt Kershaw. Hij zou willen dat Hitler die kogel eerder door zijn kop had geschoten. ,,Dan was ik sneller klaar geweest.''

Kershaw benadert zijn onderwerp op een rationele, afstandelijke manier. Hij heeft geen herinneringen aan de oorlog. In zijn familie vielen geen doden. ,,Ik beschouw dit als werk'', zegt hij. ,,Ik droom niet over Hitler.''

Slechts twee keer verheft hij zijn stem: wanneer het hogeronderwijsbeleid (lees bezuinigen) van de regering-Blair ter sprake komt. En Hitlers rol in de holocaust. In Vergelding – het tweede en laatste deel van zijn biografie dat komende week in het Nederlands verschijnt – wijst Kershaw erop dat er geen document bekend is waarmee kan worden bewezen dat Hitler wist van het bestaan van gaskamers. Schrijf dit alsjeblieft héél voorzichtig op, vraagt hij. Het laatste wat hij wil, is steun betuigen aan David Irving, de omstreden Britse historicus die verkondigt dat Hitler van niets wist. Maar het is nu eenmaal een feit dat er geen bewijs is gevonden voor het tegendeel. En feiten zijn heilig voor de Britse historicus. Gespeculeerd is er genoeg over Hitler.

De kracht van Kershaw is niet dat hij spectaculaire nieuwe feiten geeft, maar dat hij orde schept in oude speculaties en een aantal naar het rijk der Führer-fabelen verwijst: het verhaal dat Hitlers moeder werd vergiftigd door een joodse dokter; de theorie dat Hitler syfilis kreeg van een joodse prostituee. Geen bewijs voor, zegt Kershaw, na grondig onderzoek in deel 1 (Hoogmoed). Recensenten, de Duitse voorop, prijzen hem om zijn grondigheid, afstandelijkheid en omdat hij als eerste Hitler-biograaf structureel gebruikmaakt van de dagboeken van propagandaminister Goebbels. Die doken in 1992 op in een Moskous archief.

De verschijning van deel 2 is dan ook een gebeurtenis die wereldwijd de aandacht trekt. Dat kan niet worden gezegd van een ander boek van Kershaw dat gelijktijdig gepubliceerd wordt: een studie naar het leven in een middeleeuws klooster. Kershaw is van oorsprong mediëvist. Aan de muur van zijn werkkamer in Sheffield, waar hij leiding geeft aan de history department van de universiteit, geen foto's van de Führer, maar plattegronden uit de Middeleeuwen.

Hoe bent u van de Middeleeuwen bij Hitler terechtgekomen?

,,In de vroege jaren zeventig begon ik Duits te leren, als hobby. In 1972 kreeg ik de kans een intensieve cursus Duits te volgen in een plaats net buiten München. Op dat moment werd mijn interesse gewekt, niet alleen in de Duitse geschiedenis, maar ook in de Duitse literatuur, kunst en politiek. Het was de tijd van Willy Brandt. Quite exciting.

,,Ik dacht erover me te richten op meer recente geschiedenis. Als student was ik al geïnteresseerd in racisme en fascisme. Één incident in Duitsland gaf me de laatste zet in die richting. Het was zondag, het regende hard en ik zat in een café, whiling away the hours. Ik raakte in gesprek met een oudere man. `Jullie Engelsen!', zei hij. `Jullie hebben je kans gemist in de oorlog. Jullie hadden onze kant moeten kiezen. Dan hadden we samen het bolsjewisme kunnen vernietigen, en samen kunnen heersen over de wereld.'

,,Op een gegeven moment zei hij: `Der Jude ist ein Laus.' Ik stond perplex. Ik had nog nooit een voormalige nazi ontmoet. Ik begon me af te vragen: wat heeft zich tijdens het Derde Rijk afgespeeld in een plaats als deze?''

De Duitse historicus Joachim Fest vroeg zich af hoe we Hitler zouden zien als hij in 1938 was overleden. Nadat hij voor werkgelegenheid had gezorgd, `Autobahnen' had aangelegd, en voordat hij de oorlog begon.

,,Ja, dan was hij misschien de geschiedenis ingegaan als de grootste Duitser aller tijden. Het is leuk om met zo'n vraag te spelen. Maar het verklaart niets. En dat was de taak die ik mijzelf gaf: uitleggen hoe Hitler aan de macht kwam. En vervolgens: hoe Hitler in staat was zijn macht zo absoluut te maken dat hij een zeer moderne staat kon leiden naar complete zelfvernietiging.''

Wat als...? Ook Kershaw kan de verleiding niet geheel weerstaan er op te wijzen dat de geschiedenis anders had kunnen lopen. Bijvoorbeeld wanneer hij beschrijft hoe de Putsch van 9 november 1923 mislukte. Hitler vertrok die dag rond twaalf uur met ongeveer tweeduizend gewapende mannen uit `zijn' Bürgerbraukeller in München. Hij hoopte de bevolking te mobiliseren met een mars. Aan het einde van de Residenzstrasse stuitte de stoet echter op een politiekordon.

Uit Hoogmoed: ,,Toen klonken er schoten. Wie het eerst schoot, is nooit helemaal opgehelderd, maar het lijkt er op dat het een putschist was. Daarop volgde een hevig vuurgevecht van een halve minuut. Toen het schieten ophield, lagen er veertien putschisten en vier agenten levenloos op straat. Onder de doden was ook een van de initiatiefnemers van de putsch, Erwin von Scheubner-Richter. Hij had arm in arm met Hitler in de voorste rij, direct achter de vaandeldragers, gelopen. Als de kogel die hem doodde, slechts enkele tientallen centimeters meer naar rechts doel had getroffen, dan zou de geschiedenis een ander verloop hebben gekregen.''

Het lijkt een simpele constatering, maar er gaat een halve eeuw van geschiedwetenschappelijke controverse schuil achter dat halve zinnetje. Kershaw's doel: die controverse oplossen.

Er zijn twee soorten nazi-onderzoekers. Zij die Hitler alle schuld in de schoenen schuiven, die zijn persoon zien als oorzaak en verklaring van alles wat er misging in Duitsland. En zij die de nadruk leggen op de omstandigheden die Hitler mogelijk maakten: de economische malaise in Duitsland in de jaren dertig, de frustratie over het verlies van de Eerste Wereldoorlog, de antidemocratische stemming onder de elite, en, volgens sommigen, een diep geworteld antisemitisme – Daniel Goldhagen (Hitlers gewillige beulen) is een populaire vertegenwoordiger van deze stroming.

Was het de persoon of waren het de omstandigheden? Over deze vraag zijn verwoede discussies gevoerd, met name in Duitsland, waar men spreekt over de Historikerstreit. Kershaw's poging dat gevecht te beëindigen is indrukwekkend, oordelen critici, als hij niet al geslaagd is.

Kershaw koos aanvankelijk voor de omstandigheden. Hij schreef een handvol boeken waaronder The Hitler Myth, over de perceptie van Hitler door gewone Duitsers, en Profiles in Power: Hitler, geen biografie maar een analyse van Hitlers macht. ,,Geleidelijk'', zegt hij, ,,kwam ik tot de conclusie dat je hem niet uit het script kon schrijven.''

De wisselwerking tussen persoon en omstandigheden, daar gaat het Kershaw om in zijn magnum opus. Dit betekent niet dat hij simpelweg zegt: de waarheid ligt in het midden, het is een beetje van dit en een beetje van dat. Wat hij probeert vast te stellen is: wáár gaf de persoon Hitler de doorslag, en wáár kon de geschiedenis zonder hem haar gang gaan. Kershaw doet dat door te beschrijven, bijna dag voor dag, wat er tijdens Hitlers leven in Duitsland gebeurt.

Neem de Reichskristallnacht, vaak beschreven als een spontane actie naar aanleiding van de moord op nazi-diplomaat Ernst vom Rath door een Poolse jood. Natuurlijk, zegt Kershaw, er was antisemitisme onder de Duitsers. Hij vertelt over artsen en advocaten die graag hun joodse collega's uit de beroepsgroep weerden om economisch voordeel te behalen.

In de loop van 1938 hebben her en der pogroms plaats, sommige spontaan, andere georganiseerd door Goebbels of door lagere partijleiders. Niet door Hitler. Sterker nog, vanuit zijn hoofdkwartier in Berchtesgaden verbiedt Hitler de acties, omdat hij rust wil aan het thuisfront als hij in mei Mussolini ontmoet.

Als Rath op 9 november overlijdt laaien de onlusten op in Hessen en Magdeburg. Volgens Kershaw blijkt uit Goebbels' dagboeken dat Hitler dan de doorslag geeft. Goebbels schrijft: ,,Ik leg de zaak voor aan de Führer. Hij beslist: de demonstraties moeten doorgaan. Trek de politie terug. De joden moeten een keer de woede van het volk voelen.''

Op belangrijke momenten nam Hitler de beslissing. Hoe belangrijk maakt dat Hitler?

,,Zónder Hitler had je mogelijk een ander nationalistisch staatshoofd gehad. Papen bijvoorbeeld. Of Schleicher. Maar op drie belangrijke gebieden was hij doorslaggevend. Zonder hem zou er waarschijnlijk geen terroristische politiestaat zijn geweest in Duitsland – wel vormen van repressie, maar niet in die mate. Een ander staatshoofd was geen algehele Europese oorlog begonnen – zelfs Göring wilde dat niet. En er zou waarschijnlijk geen holocaust zijn geweest.''

Waarom niet?

,,Hitler neemt eind jaren dertig enorme risico's. In '36 bezet hij het Rijnland. In '38 Sudetenland. Dat zijn onwaarschijnlijke beslissingen. Een ander zou zulke risico's niet hebben genomen. Later in de oorlog zijn de belangrijke beslissingen ook het werk van Hitler.''

Is het niet vreselijk voor een historicus, die zoekt naar dieperliggende oorzaken, te moeten erkennen dat één persoon zo'n invloed heeft gehad op de geschiedenis?

Lachend: ,,Als je leeft in een land met Margaret Thatcher dan hoef je je niet af te vragen of een individu het verschil kan maken in de geschiedenis.

,,Maar serieus, dat was precies mijn vertrekpunt. Ik kon niet accepteren dat één persoon gewoon de loop van de geschiedenis bepaalt, dat een individu dat kan. Mijn stelling is: de omstandigheden maakten dat Hitler uiteindelijk bepalend kon zijn.

,,Door omstandigheden kan Hitler aan de macht komen. Vervolgens breidt die macht zich steeds verder uit. Zijn immense populariteit bij de bevolking – vooral te danken aan die militaire successen die hij behaalt door veel risico's te nemen – geven hem een enorme machtsbasis. Die gebruikt hij om los te breken van de elite die hem naar voren had geschoven. Hitler krijgt absolute bevoegdheden.

,,In 1940 beleeft hij zijn grote triomf in het westen. Hij verslaat Frankrijk in enkele weken, een ongelooflijke overwinning. Zijn achting voor zichzelf, die al enorm was, stijgt tot in de stratosfeer. Zijn minachting voor de generaals neemt ook toe. Zij zijn de enigen die hem nog konden afzetten – anderen komen namelijk niet bij hem in de buurt. Maar ze willen niet, of durven niet. En als in 1944 wel een poging wordt ondernomen, blijft het grootste deel van het leger loyaal aan Hitler. Zijn macht is zo groot in de latere oorlogsjaren, dat in fact één man het lot van het land bepaalt.''

Wat was het voor een man? Hij had nagenoeg geen privé-leven, leidde een teruggetrokken bestaan en liet geen dagboeken na. Iedere biograaf creëert daarom zijn eigen Hitler. Zo heb je Hitler de opportunist, Hitler de impotente en Hitler de gek. Die laatste is de makkelijkste. Door te zeggen dat Hitler gestoord was, ontslaat de onderzoeker zich van de plicht te zoeken naar een logica achter diens daden.

Ian Kershaw maakt het zichzelf juist moeilijk. Zijn hoofdpersoon zou je kunnen omschrijven als Hitler de verstandelijke. Natuurlijk, zegt Kershaw, waren sommige van Hitlers uitgangspunten irrationeel. Maar als je die als gegeven beschouwt, kun je veel verklaren op een rationele manier.

Zelfs de holocaust. Op het eerste gezicht lijkt het – vanuit het oogpunt van de nazi's – waanzin dat er halverwege de oorlog schaarse goederenwagons met joden naar Polen rijden, terwijl die proviand naar het Oostfront konden vervoeren. Dáár is Duitsland bezig de oorlog te verliezen. De verklaring is, zegt Kershaw, dat Hitler gelooft in wat hij zegt: dat de joden als vijfde colonne een echte bedreiging vormen. Hij ziet hun vernietiging als essentieel deel van de oorlog, net zozeer als de strijd aan het Oostfront.

Tot vlak voor het einde van de oorlog blijft Hitler, ook tegenover zijn naaste omgeving, volhouden dat het Derde Rijk zal winnen. Steeds weer stuurt hij nieuwe lichtingen soldaten de dood in, in steeds weer nieuwe wanhoopsoffensieven. Maar Hitler is realist genoeg, denkt Kershaw, om te beseffen dat het einde nadert na D-day. Waarom dan blijven vechten? Omdat hij, aldus Kershaw, glorieus ten onder wil gaan, als in een Wagner-opera. In plaats van capituleren, zoals Duitsland in de Eerste Wereldoorlog had gedaan.

Waarom denkt u dat Hitler zo'n realist was?

,,Generaal Nikolaus von Below en anderen leggen snap remarks van hem vast, op momenten dat het slecht gaat. Twee zinnen later herstelt hij zich altijd weer, maar ze onthullen wel iets van wanhoop.''

Maar met zekerheid is dat niet te zeggen. Hitler schreef immers geen memoires.

,,Nee. Je moet kijken naar wat hij doet, en van daar uit proberen zijn gedachten te reconstrueren.

Is dat mogelijk: denken als Hitler?

,,Als historicus ben je voortdurend bezig scenario's uit het verleden te reconstrueren. Of het nu gaat om Hitler, of een aantrekkelijker iemand.''

Het gaat hier om een Britse professor en een Duitse dictator en massamoordenaar. De afstand kon bijna niet groter zijn.

,,Stel dat ik moest schrijven over kruisridders in de Middeleeuwen. Die deden ook tamelijk afschuwelijke dingen. Ik denk dat ik me makkelijker Duitsland in de jaren dertig en veertig kan voorstellen. Ik weet waar Berchtesgaden is, en Berlijn. Ik kan nog met zo'n oude nazi praten.''

Maar u moet zich verplaatsen in de persoon Hitler. Iemand die in enkele dagen 80.000 van zijn eigen soldaten de dood in stuurt aan het Oostfront.

,,Het is een interessante filosofische vraag. Maar iedere historicus moet een dergelijke gedachtesprong maken. In dit geval gaat het om iemand met extreem onmenselijke beleidsvoornemens. Daardoor lijkt het alsof het probleem filosofisch groter is, maar ik denk niet dat dat zo is.''

Kan die geschiedenis zich herhalen? Duitse joden maken zich zorgen.

,,In West-Europa zie ik geen ruimte voor een gevaarlijk avontuur zoals dat van Hilter. De EU en het verlangen deel uit te maken van een global economy zullen voorkomen dat zo'n leider kan opstaan. Natuurlijk is er racisme in elk land. En dat kan echt een probleem zijn voor minderheden.

,,Iemand als Haider is een nasty piece of work. Maar de kans dat Oostenrijk de weg op gaat van een terroristisch dictatorschap is nihil. De huidige sociale condities zijn niet in het minst vergelijkbaar met die in Duitsland in de jaren twintig.

,,Rusland is wel een gebied waar gemakkelijk een nieuwe vorm van autoritair leiderschap kan ontstaan. Er heerst daar een gevoel van nationale vernedering. Een verloren rijk, verloren grandeur. Geen geloof in democratie, of weinig. Grote economische problemen. Dat zijn zaken die kunnen leiden tot een crisis. Dat is wat je nodig hebt. Er is alleen nog geen individu. Maar die was er ook niet in Duitsland in de jaren twintig, tenminste, niemand wist dat die er was.''

Stel dat u Hitler één vraag zou kunnen stellen.

Stilte: ,,De vraag zou zijn: waarom praat hij niet over de Endlösung. Zelfs niet met de mensen dicht om hem heen. Er is geen twijfel dat Hitler de beslissingen neemt. Halverwege de oorlog aarzelen nazi-leiders of wedstrijdraces met paarden door mogen gaan. Zelfs dat leggen ze dan voor aan Hitler.

,,Toch praat hij niet over de details van de Endlösung. Ik ben daar niet helemaal uitgekomen. Je kunt alles rationeel verklaren, maar dat niet. Misschien is hij bang dat hij de oorlog verliest en dat hij daarna veroordeeld wordt. Of misschien is zijn paranoïa voor joden zo groot dat hij denkt dat ze nog machtiger zijn dan het Derde Rijk. Ik ben daar niet helemaal uitgekomen, dus dat zou ik hem willen vragen. En ik zou erbij zeggen: geef me het antwoord alsjeblieft binnen tien minuten. Ik zou niet langer kunnen wachten. En anders zou hij, zoals hij altijd deed, vier uur aan een stuk door praten zonder zich te laten onderbreken.''

Wat gaat u hierna doen?

,,Ik heb geen idee. Waarschijnlijk moet ik nu lezingen gaan geven. Ik zou Hitler graag loslaten. Maar ik ben bang dat hij mij niet loslaat.''

Ian Kershaw: Hitler 1936-1945 – Vergelding (Het Spectrum, ƒ99)