Hollands Dagboek: Jan Kees Wiebenga

Jan Kees Wiebenga (53) is Euro- parlementariër voor de VVD. De afgelopen week praatte hij met regering en oppositie in het door oorlog verscheurde Congo. Wiebenga is getrouwd en heeft drie dochters.

Woensdag 1 november

Vroeg op, om het programma van vandaag voor te bereiden en de indrukken van gisteren – de eerste dag van ons werkbezoek – op een rij te zetten. De toestand die wij hier aantreffen laat zich het best beschrijven met de woorden ondergang en ellende. Het is te horen in de gesprekken en te zien op straat. De Congolese gesprekspartners zeggen het zelf: ,,Ons land is geruïneerd.'' Het land is in een pan-Afrikaanse oorlog gewikkeld tegen Rwanda en Uganda, met als bondgenoten Zimbabwe, Namibië en Angola. De helft van het grondgebied is bezet, het land hoort tot de armste in de wereld.

Van alle bezoeken gisteren is dat aan de stichting `Femme Plus' onuitwisbaar. Het is een opvangcentrum voor vrouwen die aan aids lijden, dat wordt bekostigd door de Europese Unie. De vrouwen die allen ten dode zijn opgeschreven, zingen ons toe en hebben voor ons gekookt. Aan de muur hangt een poster met als tekst: `notre philosophie - la vie positive'. Wat kunnen wij daar veel van leren.

Vandaag een waaier van gesprekken. Met de minister van Binnenlandse Zaken – een neef van de president! – in een zwaarbewaakt ministerie. Met een zaal vol vertegenwoordigers uit de samenleving en met de Westerse ontwikkelingswerkers hier ter stede. Het beeld van Afrika als verloren werelddeel wordt sterker. Hier voert een aantal straatarme landen oorlog, onder leiding van autoritaire regimes, zoals in Uganda, Rwanda, Zimbabwe en Congo.

Al onze Congolese gesprekspartners dringen aan op het verdrijven van de bezetters door ingrijpen van de Verenigde Naties, al of niet met geweld. Met in het achterhoofd het zware debat over de inzet van Nederlandse troepen in Eritrea, om nog niet te spreken van de mislukte VN-operatie in Somalië, leg ik uit dat men daar niet al te gemakkelijk op moet rekenen.

Donderdag

De derde dag van ons bezoek. De dag van driemaal drie. De eerste drieslag: de kardinaal, de schoonmaker, de buurtbewoners. De tweede drieslag: België, Nederland, Europa. De derde drieslag: armoede, oorlog, autocratie.

Onze eerste en langdurige, diepgaande ontmoeting is met de katholieke primaat van Congo, kardinaal Etsou. Van deze prelaat en zijn medeleiders hangt veel af. De katholieke kerk is de enige instelling die nog als eenheid in het land fungeert, ook in het bezette gebied. Het onderwijs en de gezondheidszorg die hier nog te vinden zijn, worden vooral door deze kerk geregeld. Etsou zegt het onomwonden; wat hier gebeurt is niet toelaatbaar. Over de oorlog meldt hij de dood van 1,8 miljoen mensen. Hij meldt oorlogsmisdaden, waaronder het levend begraven van 20 vrouwen.

Op mijn hotelkamer spreek ik met de schoonmaker. Ik vraag hem hoe het gaat. Niet goed, zegt hij. Hij kan niet rondkomen. Hij verdient – omgerekend – ongeveer 100 gulden per maand. Daar moet hij een twintigtal familieleden van onderhouden. Het is niet genoeg.

Tijdens het middageten raken mijn mede-Europarlementariërs mevrouw Nelly Maes uit België, mijn landgenoot Bob van den Bos en ik in een levendig gesprek met de ambassadeurs van België, Nederland en de Europese Unie. Over Europa, Afrika en het leven. Voor hen en voor ons een verademing.

Vrijdag

De dag van de veranderingen. In een gedesorganiseerd land als dit kan het niet anders dat een programma voortdurend wordt aangepast. In de loop van de dag stond een bezoek aan president Kabila vermeld. Maar de president blijkt niet in Kinshasa te zijn. Wanneer hij terugkomt is nog onduidelijk.

's Middags komt het bericht door dat onze verplaatsing van morgen naar Kibangani niet kan doorgaan. Het vliegtuig met noodhulp vliegt wel, maar de krijgsheer die op dit ogenblik de macht uitoefent in dit deel van het bezette gebied zit in Goma, aan de oostgrens, en eist dat wij ons eerst daar komen melden. Dat is logistiek niet te regelen.

Wie ook blijkt te zijn vertrokken is de voorzitter van het overgangsparlement. Dit `parlement' bestaat uit benoemde leden en zetelt in Lubumbashi, op duizenden kilometers afstand van de regering. De macht controleren wordt zo wel moeilijk. Waar heb ik dit meer gezien?

Waarom is ook ons Europees Parlement door de regeringen verplicht zich regelmatig naar Straatsburg te verplaatsen, terwijl de macht in Brussel zit? Ik vind het een schandaal, dat bovendien nog veel geld kost ook.

Wel te spreken krijgen we de Tunesische diplomaat Marjani, hoofd van de waarnemingsmissie van de Verenigde Naties in Congo, Monuc. Zij zijn op dit ogenblik met zo'n 500 waarnemers in dit land. Stel je voor: 500 man om een wapenstilstand te waarborgen in een gebied zo groot als 60 keer Nederland! Niemand kan deze oorlog winnen, zegt hij. Ook de Verenigde Naties niet. Congo staat laag op de internationale agenda.

De middag wordt besteed aan gesprekken met leden van verschillende oppositiepartijen in de bar van ons hotel. Ook hier weinig reden tot vrolijkheid. De partijen zijn verboden. Hun voormannen krijgen geen toestemming naar het buitenland te reizen. Wordt de oorlogstoestand gebruikt als voorwendsel om democratisering te blokkeren?

Zaterdag

In plaats van de reis naar het bezette deel van Congo bezoeken we een vluchtelingenkamp buiten Kinshasa, samen met de Congolese Commissaris voor vluchtelingenzaken. Hij heeft zo'n 400.000 ontheemden onder zijn beheer. Maar het vluchtelingenprobleem in centraal-Afrika is veel groter. Er zijn in het bezette deel van Congo honderdduizenden binnenlandse ontheemden, er zijn Congolese vluchtelingen in Congo-Brazzaville, Rwandese Hutu-vluchtelingen in Congo enzovoort. De commissaris vraagt om meer steun.

Dat hij die nodig heeft blijkt bij ons bezoek. We treffen vooral vrouwen en kinderen aan. De mannen zijn `en guerre'. Er is veel ziekte, vooral malaria. Er is ook te weinig voedsel. Een aantal vrouwen protesteert wanhopig bij de regeringscommissaris. Het leven gaat intussen door. In de ziekentent is net een tweeling geboren. Op de terugweg moet onze Congolese begeleider alle zeilen bijzetten om ons door een militaire wegversperring heen te praten.

Zondag

Vandaag begint al om halfacht met een bezoek aan een katholieke mis. Wat een feest. De tot op de laatste plaats gevulde kerk bruist. Vreugde en verdriet worden samen beleefd. En zingen? Dat kunnen ze. Onze prachtige psalmen, getoonzet in mineur, zijn hier wel heel ver weg. Als God ooit troost kan brengen, dan is dat hier het geval.

Daarna een tour de ville met een Belgische pater, voormalig rector van de Universiteit van Kinshasa. We lopen door stadswijken, die veel weg hebben van een kampong. Kippen, geiten, mensen. En kinderen, heel veel kinderen. De bevolking van de stad is sinds de onafhankelijkheid verviervoudigd, tot nu zo'n zes miljoen inwoners. Naast alle rampen die dit land al getroffen hebben, dient zich zo de volgende al aan. Een van de vele jongetjes die me aanklampen, kijk ik in zijn ogen, en ik denk: hoe zou het jou vergaan als je groot bent. Ik besluit om in de toekomst af en toe aan hem te denken.

Maandag

De laatste besprekingen, president Kabila is terug in de stad, maar kan ons niet ontvangen omdat in Oost-Congo nieuwe vijandelijkheden zijn uitgebroken. Ik bel naar huis in de hoop Valti (mijn vrouw) of een van de drie dochters Lisca, Carlijn of Genna aan de lijn te krijgen. Het lukt niet. Jammer. Het leven van Europarlementariërs en hun `achterban' gaat wat dat betreft niet over rozen. Na de persconferentie ter afronding van dit bezoek is er nog wat vrije tijd. Daarna vertrek naar het vliegveld.

Dinsdag

Een onprettige nacht in het vliegtuig. Het bezoek was verhelderend voor ons als Europarlementariërs die zich met Afrika bezighouden. De grote humanitaire crisis annex oorlog die zich in Centraal-Afrika afspeelt, is moeilijk te doorgronden als je het gebied niet kent.

In de middag terug naar het Europees Parlement en meteen weer in de hitte van de dag. De liberale leden die zich met de Europese openbaarheidsregelingbezighouden komen bij elkaar om het parlementsdebat van volgende week daarover voor te bereiden. Ik ben `schaduwrapporteur', woordvoerder voor de fractie van de Europese Liberalen en Democraten (ELD).

De Europese Commissie wil dat alle stukken van de EU geheim worden, behoudens uitzonderingen. Wij willen het omgekeerde. Onbegrijpelijk dat hier in Brussel zo moeilijk wordt gedaan op dit punt.

Als er iets is waardoor burgers Europa niet vertrouwen, dan is het die geheimzinnigdoenerij en achterkamertjespolitiek. Daarna vroeg naar bed om de gisteren ontbeerde nachtrust in te halen.

Woensdag 8 november

Werkontbijt met mijn mede VVD-Europarlementariërs. Stuk voor stuk goede collega's. Informeel nemen we de dingen van de week door en vertellen we elkaar de nieuwtjes van de dag.

Daarna gaan we naar de ELD-fractievergadering, waar ik meteen bij de opening om 9 uur onze opstelling over de Europese openbaarheidswet (de Eurowob) moet toelichten. De fractie vindt ook dat de regeling beter moet. De overheid – ook de Europese overheid – moet dienstbaar zijn aan haar burgers.

Krijg 's middags te horen dat ik morgen mijn fractievoorzitter, de Ier Pat Cox, moet vervangen in het fractievoorzittersoverleg. Kan daardoor niet naar het VVD-bewindspersonenoverleg in Den Haag. Dat is een van de lastige kanten van ons bestaan als Europarlementariërs; je kan maar op één plaats tegelijk zijn.

De afgelopen week heeft me de overtuiging gebracht dat moet worden gestreefd naar een nieuwe Afrikaanse logica. Maar ook de logica van de Europese Unie behoeft nog aanpassing. Daar en hier geldt dat we meer moeten uitgaan van de burgers en hun zelfbeschikkingsrecht. Vrijheid is geen gift. Vrijheid is een geboorterecht.