HET PUBLIEK

Wachten, tot er in de verte weer een wagen over dat heuveltje komt denderen, ver over de honderd kilometer per uur. Dat heftige geluid, het schakelen naar een hogere versnelling, die flits. Spektakel, daar komen de rallybezoekers op af. Met laarzen en een dikke jas aan. Daarnaast kan een mobiele telefoon nooit kwaad, al was het alleen maar om de thuisblijvers mee te laten genieten van de langsrazende bolides.

Motorsport is dangerous, staat er op alle toegangskaarten die bij de Formule I verstrekt worden, en dat geldt ook voor de rallyvariant. Net zo goed voor de deelnemers als voor de toeschouwers. Autorally is in Nederland een sport in de marge, zeker vergeleken bij het enthousiasme waarmee de sport in andere landen wordt beoefend en bejegend. De BBC zendt rond prime time vaak lange samenvattingen uit van rally's. Net als in de Formule I brengen de coureurs het er wonderwel meestal zonder letsel van af, ook als de wagen ruw naast de weg of tegen een boom belandt.

Rallyrijden is in Nederland populairder als spelletje, met de Play Station, veilig achter het beeldscherm van de tv of de computer. Je kiest je eigen terrein en je eigen wagen, met een zelfgekozen set-up. Gas geven en remmen, net echt. Als het even kan met dual-shock, zodat je stuurtje hevig gaat trillen wanneer je virtueel van het parcours af raakt. Dat zijn de momenten dat de toeschouwer zelf even rallycoureur kan zijn.

Dit is de zesde aflevering in een serie over publiek.