Hayes en Tilden verkenden het pad voor Bush en Gore

Ruzie over de uitslag van de presidentsverkiezingen is in de Verenigde Staten vaker voorgekomen. Anno 2000 tekent zich een opmerkelijke parallel af met de gang van zaken in 1876.

Manipulaties en intimidaties waren rond de presidentsverkiezingen van zondag 5 november 1876 aan de orde van de dag. Na het tellen van de stemmen stond de Republikeinse kandidaat Rutherford B. Hayes, op ruim vier miljoen stemmen. Dat was ongeveer een kwart miljoen minder dan zijn Democratische opponent Samuel J. Tilden.

Ook onder de kiesmannen stevende Tilden af op een overwinning. Hij had er 184 achter zich. Dat was weliswaar eentje te weinig voor de meerderheid in het college dat de nieuwe president aanwijst, maar Hayes was op 163 kiesmannen blijven steken. Van vier staten – Florida, Louisiana, South Carolina en Oregon (samen goed voor 22 kiesmannen) – werd de uitslag nog betwist. Maar ten minste één van die staten (Florida!) zou naar alle waarschijnlijkheid naar Tilden gaan en hem over de drempel van het Witte Huis helpen.

Hayes schijnt op het punt te hebben gestaan zich gewonnen te geven toen een van zijn medewerkers ontdekte dat 163 plus 22 precies het benodigde aantal van 185 kiesmannen opleverde om Tilden alsnog de pas af te snijden. Al snel volgden beschuldigingen uit het Republikeinse kamp dat de Democraten in de zuidelijke staten (Florida, Louisiana en South Carolina) onder de zwarte kiezers op ongeoorloofde wijze stemmen hadden geronseld. De Democraten sloegen terug door met een formeel trucje één van de drie kiesmannen van Oregon, waar zij op een kleine achterstand stonden, aan de Republikeinen te ontfutselen en te vervangen door een kiesman voor hun kandidaat Tilden. Wat het kamp-Hayes natuurlijk weer niet pikte.

Drie maanden lang probeerden vertegenwoordigers uit het Congres (Senaat en Huis van Afgevaardigden) tevergeefs het hoog oplopende conflict te schikken. Hier en daar werd zelfs gevreesd voor het weer oplaaien van de burgeroorlog, toen nog vers in veler geheugen. Eind januari 1877 werden ze het eens over een speciale commissie die de ruzie moest beslechten. Zij telde vijftien leden: vijf uit de Senaat (waar de Republikeinen in de meerderheid waren), vijf uit het Huis van Afgevaardigden (in Democratische handen) en vijf leden van het Hooggerechtshof. Dit laatste quintet zou keurig bestaan uit twee Democratische en twee Republikeinse rechters met een politiek onafhankelijke collega als voorzitter.

Dat lukte niet helemaal, want de beoogde onafhankelijke voorzitter bedankte voor de eer. In diens plaats stemden de Democraten in met een Republikeinse voorzitter. Onder zijn leiding belandden alle 22 omstreden kiesmannen in het Republikeinse kamp. Over Oregon en South Carolina was de commissie eensgezind, Louisiana en Florida gingen met 8 tegen 7 naar Hayes, die uiteindelijk op 3 maart kon worden beëdigd.

Pas later kwamen er aanwijzingen dat de Republikeinen een geheim akkoord hadden gesloten met de Democratische leiders in de zuidelijke staten over terugtrekking van het federale leger uit het Zuiden in ruil voor kiesmannen voor Hayes. Het leger zag in het Zuiden toe op de naleving van de afspraken waarmee de Confederatie (elf zuidelijke staten) en de Unie (tweeëntwintig noordelijke staten) in 1865 een einde maakten aan de burgeroorlog. Tilden, die de meeste stemmen verzamelde (popular vote) maar de slag om de beslissende kiesman verloor, zou zich uit vrees voor geweld bij die deal hebben neergelegd.