Handgemeen

De Rotterdamse Erasmusuniversiteit (EUR) ontsloeg per 1 april 2000 handbiomechanicus dr. Joris Leijnse. Sinds die tijd is bij het Medisch Centrum voor Dansers en Musici van het Haagse Westeinde Ziekenhuis een wachtlijst ontstaan van ongeveer 15 musici die, geplaagd door focale dystonie (weigerachtige vingers) niet meer kunnen spelen. Orthopedisch chirurg A.B.M. Rietveld, hoofd van Medisch Centrum voor Dansers en Musici: ``Leijnse kan nu zijn werk niet meer doen, onder andere omdat zijn meetapparatuur op het Dijkzigtziekenhuis is opgeslagen. Ik heb nu patiënten waartegen ik moet zeggen: ik weet wat u mankeert, ik weet misschien wat er aan kan worden gedaan, maar ik kan u voorlopig alleen op dood spoor zetten. Leijnse moet eigenlijk werken in een academische setting, bij plastische chirurgie en anatomie, waarbij fundamenteel onderzoek wordt gecombineerd met zorg aan deze kleine groep patiënten.''

Leijnse toonde in 1995 in zijn proefschrift aan dat die problemen kunnen ontstaan doordat in de hand de strek- en buigpezen van de vingers vaak dwarsverbanden hebben waardoor de vingers niet onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen, wat bijvoorbeeld bij violisten, dwarsfluitisten en toetsenisten wel moet. Klieven van die dwarsverbanden kan het probleem verhelpen. Leijnse promoveerde cum laude aan de EUR en kreeg in 1999 een revolving fund onderzoekssubsidie van zijn ziekenhuis voor een effectiviteitsstudie naar de behandeling van musici met handklachten.

Voordat dit onderzoek begon is Leijnse ontslagen, wegens incompatibiliteit met zijn baas, de hoogleraar plastische chirurgie dr. S.E.R. Hovius. In de zomer van 1998 zei Leijnse, na een reeks van conflicten over zijn arbeidsomstandigheden het vertrouwen in zijn baas op, waarna de weg naar ontslag werd ingeslagen. Hovius gaf het subsidiegeld terug aan de universiteit.

Leijnse, gesteund door een breed comité van beschermheren bestaande uit bedrijfsartsen van orkesten, conservatoriumdirecteuren en hoogleraren, vraagt om een onderzoek naar de gang van zaken en bepleit de oprichting van een handbiomechanisch lab aan een Nederlandse universiteit. De Nederlandse Orthopaedische Vereniging steunt de vraag naar een onderzoek: ``Naar onze mening is de tijd voorbij dat dergelijke conflicten geaccepteerd worden zonder dat een grondige analyse van de oorzaak heeft plaatsgevonden''. Afgelopen week stuurde de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid het verzoek ter behandeling naar het ministerie. Op zo'n handlab, ook bedoeld voor onderzoek en opleiding van handchirurgen, zou niet alleen plaats zijn voor musici-patiënten, maar ook voor mensen met muis- en schrijfkramp. Volgende week buigt de Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie (NVHC) zich over de plannen. Leijnse heeft verzocht om het agendapunt te behandelen in afwezigheid van NVHC-voorzitter Hovius, zijn oude afdelingshoofd. NVHC-secretaris R.P. Karthaus: ``Wij scheiden het conflict strikt van de zaak. Persoonlijk vind ik het voorstel voor een handbiomechanisch lab in Nederland een fantastische zaak, maar voor mij is net zo duidelijk dat onze toch al kleine vereniging daarover in zijn geheel moet en kan beslissen.''