Griek leent vlag wel/niet uit

Grieken zijn geen grote vlaggers. Op de nationale feestdag van 28 oktober wapperde het blauw-wit slechts van hooguit één op de zeven woningen. De dag daarna, op de Turkse nationale feestdag, baadden alle steden in dat land in het rood. Maar daar is vlagvertoon dan ook verplicht.

Toch laat hun vlag de Grieken geenszins onverschillig. Er was grote waardering voor het feit dat op 28 oktober een ondernemer op Kreta de grootste vlag ter wereld ontplooide. Zij mat 35 bij 21 meter, woog 220 kilo en had bijna 10 miljoen drachmen (70.000 gulden) gekost. Maar het opmerkelijkste was de enorme deining over een kwestie die zich in Nea Mechanióna had voorgedaan, een randgemeente van Thessaloniki.

Wat was er aan de hand? Nationale feestdagen gaan in Griekenland gepaard met parades van de middelbare scholieren. Daarbij mag de beste leerling vooroplopen met de Griekse vlag. Het probleem van de school in Nea Mechanióna was dat de beste leerling een 16-jarige Albanees was, Odysseas Cenaï geheten.

Cenaï is moslim maar zijn moeder is orthodox. Vandaar misschien de Griekse voornaam waar hij ook trots op is, al werd zij in zijn vaderland afgekort tot Odi. Hij maakt er geen geheim van Griek te willen worden en in Griekenland te willen blijven. De schoolleiding droeg hem voor als vlagdrager maar werd erop gewezen dat er een oude beschikking was die stelde dat vlagdragers ,,Grieks of van Griekse afkomst'' moesten zijn. De minister van Nationaal Onderwijs en Geloofszaken werd ingeschakeld en die wijzigde de beschikking in enkele uren te zijner gunste. Maar toen kwam de Oudersvereniging in het geweer, waarbij de ouders van het Griekse meisje dat na Odysseas in aanmerking kwam voor de vlag een grote rol speelden. De vereniging kondigde aan de plechtigheid te zullen boycotten als Odysseas de vlag zou torsen.

Intussen waren de media op het plaatsje neergestreken. Zij toonden de woedende ouders, maar ook Odysseas, die in tranen meldde af te zien van deelname aan de parade. De volgende dag droeg Katharina de vlag, ,,maar ze had er allang geen plezier meer in'', zoals ze liet weten, en ook zij had hevig gehuild.

De reacties stroomden binnen. Minister Pángalos (Cultuur), die nimmer een blad voor de mond neemt, had het over de ,,uitzinnige, idiote en verwilderde tronies van de ouders'', die niet representatief konden zijn voor het plaatsje dat hij van vroeger kende. Vier ouderparen hebben inmiddels een aanklacht tegen hem ingediend. De president van de republiek, Kostis Stefanópoulos, koos wijzere woorden. Hij verwees naar de oud-Griekse redenaar Isokrates, die heeft gezegd dat ,,ieder die aan Grieks onderwijs meedoet, Grieks is''. Heel mooi wist ook de minister van Onderwijs zijn beslissing te rechtvaardigen. Hij sprak van een ,,gemiste kans''.

Binnen enkele dagen had de discussie bezit genomen van het hele land en de Grieken deelden zich, zoals ze zo graag doen, op. Het staat naar schatting fifty-fifty, al is er nog geen opinieonderzoek gepubliceerd. Opvallend was dat de scheidslijn deze keer dwars door partijen en ook door de kerk heen liep. Zelfs ultrarechts raakte opgesplitst. Sommige geestelijken kozen partij voor de Albanees, terwijl de felle bisschop Ambrósios van Kalavryta preekte: ,,Drie dingen leent de Griek niet uit: zijn vrouw, zijn auto en zijn vlag''.

De altijd orerende aartsbisschop Christódoulos sprak zich niet rechtstreeks over het probleem uit, maar had wel een xenofobe waarschuwing: ,,Over enkele tientallen jaren zijn we vluchtelingen in eigen land''. Dit motief werd door de Odysseas-vrienden omgedraaid: door minder geboorten en meer vergrijzing krimpt de Griekse bevolking, zodat we blij mogen zijn met jonge Albanezen die Griek willen worden. Het kan ook worden gezien als een triomf voor het Griekse onderwijs. De minister van Macedonië en Thracië, Paschalydís, liet zich helemaal gaan: ,,Prestaties als die van Odysseas zijn meer waard dan de Olympische medailles die wij in Sydney wonnen''. Maar hiermee kreeg hij, net als Pángalos, weer zowat heel Griekenland over zich heen.

Overigens was het noemen van de Olympische winnaars die zich met de vlag hebben mogen tooien nogal pikant, want onder hen was menigeen afkomstig uit Albanië en Georgië. Er was zelfs een pas genaturaliseerde Rus bij die geen woord Grieks spreekt.