Goed nieuws

GOED nieuws over onderwijs. In de eerste plaats de verschijning van een rapport uit de onverdachte bron TNO dat uitwijst dat het treurig gesteld is met de materiële voorzieningen in het basisonderwijs. Scholen zijn vaak vies, het meubilair deugt niet, de gebouwen verkeren in een lamentabele staat van onderhoud en nog veel meer van dit droevigs. Goed nieuws? Inderdaad, want het nieuws is niet dat het zo is; iedereen die ooit een paar willekeurige scholen heeft bezocht weet dit namelijk al lang. Het nieuwe van het nieuws is dat de minister dit officieel heeft laten vaststellen. Daarmee heeft hij gebroken met de traditie dat het allemaal eigenlijk best mee zou vallen. Kortom hij heeft hiermee de eerste stap gezet om het geld te kunnen claimen dat nodig is om er ook daadwerkelijk iets aan te gaan doen.

Het tweede goede nieuws is dat leraren in het basisonderwijs voortaan weer gewoon volledig mogen gaan werken. De arbeidsduurverkorting waarbij ze enkele jaren geleden tijd hebben ingeruild voor geld, mogen ze weer terugruilen. De bonden, heb ik al eerder geschreven, waren daar tegen. Die waren blijkbaar bang dat dit ertoe zou leiden dat leraren zich massaal over de kop gingen werken. Daarom, vonden de bonden, moest de minister met nog iets extra's over de brug komen, ter ondersteuning van die zielige, onverantwoord hard werkende leraren.

De minister heeft dit probleem opgelost door deze maatregel gepaard te laten gaan met een extra 24 miljoen voor ondersteunend personeel. Nu wilden de bonden dat die gelden zouden gaan naar die scholen waar leraren hun adv inruilen. Moet u zich voorstellen: terwijl al jaren lang de politieke ontwikkeling gaat in de richting van besturen op afstand, meer autonomie voor de scholen, zou je een subsidie gaan verlenen waarbij elke school afzonderlijk onder een vergrootglas moet worden bekeken. Hoeveel adv ingeleverd, oh, sedert kerst, en die, die het hele jaar, dat geeft u dan recht op 2.324,75 gulden extra. De subsidie zou nauwelijks toereikend zijn om alle formulieren in te vullen en op hun juistheid te controleren. Want dat is het goede nieuws: er is weer een stukje afgebroken van de Muur die Oostblok Onderwijs nog steeds scheidt van de rest van de samenleving.

Heeft die autonomie alleen maar zonnige zijden? Nee, zeker niet met een minister die wil bevorderen dat scholen aanvullende financiering zoeken bij ouders of bedrijfsleven. Daarmee wordt de kwaliteit van een school afhankelijk van het welvaartsniveau van de ouders. Hermans beweert dat als je ouders die mogelijkheid niet biedt, dat geld zal gaan naar particuliere scholen. Daar nu hoeft de minister niet bang voor te zijn, ten minste niet als hij de scholen een fatsoenlijk budget geeft. Als dat toereikend is voor het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs, geven ook ouders in Wassenaar de voorkeur aan een gewone school.

De bedragen die wij in Nederland besteden aan voortgezet onderwijs zijn, in vergelijking met beschaafde westerse landen, onwaarschijnlijk laag. Pas wanneer hij dat heeft gebracht op het niveau van de andere OESO-landen mag de minister scholen de ruimte geven extra gelden aan te trekken. Zo lang dat niet het geval is, leiden hoge ouderbijdragen tot iets nog veel ergers dan het particuliere onderwijs dat de minister zegt niet te willen: namelijk scholen voor de happy few die ruim in de slappe was zitten dankzij hoofdsponsor Hermans.