Gestrand in Dalfsen

Met de hulp van `slangenkoppen' kwam de Chinese Quiru Liao vijf jaar geleden naar Rotterdam. Al snel ontmoette ze Zhong Li, die China in 1989 ontvluchtte. Ze proberen nu met hun drie kinderen voet aan de grond te krijgen in Nederland. Over een schaduwbestaan in Overijssel.

Toen Zhihao Liao (2.220 gram) ter wereld kwam, was dat twee weken eerder dan verwacht. Op 9 oktober, om acht minuten voor zes, was hij er en begon direct te huilen. Verpleegsters brachten hem naar een warme zaal met babybedjes en monitoren. Zijn moeder lag uitgeput in een wit ziekenhuisbed. Ze hoopte op bezoek, maar haar enige gezelschap was een knopje naast haar bed waar ze op kon drukken. Dan kwam er een verpleegster. Ze kon gebaren maken en glimlachen, maar weinig woorden wisselen. Niemand in het ziekenhuis sprak Kantonees, de moeder van Zhihao wist maar een paar woorden Nederlands. Zijn vader zou, met Zhihao's zusjes Cuiyu en Cuicui aan de hand, pas een dag later met de trein van Dalfsen naar Zwolle rijden om daar de bus te nemen naar het Sophia Ziekenhuis.

Nee, zegt de receptioniste van het Sophia Ziekenhuis die dag tegen Zhong Li, hier ligt geen Chinese mevrouw. Het computersysteem reageert niet op L-I-A-O en ook niet op de voornaam Q-U-I-R-U. Tekenblind heeft Zhong Li de bus naar het enige ziekenhuis in Zwolle genomen dat hij weet. De receptioniste belt naar het andere ziekenhuis en vindt uit dat hij de bus aan de overkant moet nemen naar De Weezenlanden, waar vrouw en zoon op hem liggen te wachten.

Drie weken na de geboorte is Zhihao nog steeds niet ingeschreven in het bevolkingsregister. Toen Zhong Li zijn zoon ging aangeven in Dalfsen, zei de ambtenaar dat hij in Zwolle moest zijn, omdat Zhihao daar in het ziekenhuis is geboren. In Zwolle zei de ambtenaar dat hij Zhihao niet in kon schrijven omdat zijn moeder dubbele identiteitspapieren heeft. Hij kan pas een geboorteakte opstellen als hij weet wie hij voor zich heeft, en dat wil hij eerst nagaan bij de vreemdelingenpolitie.

De dubbele identiteit van Quiru Liao is het gevolg van de verschillende verhalen die ze aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst vertelde. Ze wil koste wat kost niet terug naar China. Daar heerst de éénkindpolitiek wat het leven voor twee van haar drie kinderen ondraaglijk zal maken. Daar wacht de fabrieksbaas op de 150.000 yuan die ze van hem leende voor de reis naar het Westen. In haar angstdromen schakelt hij de slangenkoppen in om zijn geld terug te halen.

Elf jaar geleden. Het is het jaar 1989, de Berlijnse Muur staat nog overeind, het is lente in Peking. Zhong Li is een jonge visboer in Guangzhou, een havenstad 1800 kilometer ten zuiden van Peking. Elke dag rijdt hij met een bakfiets vol vis naar de markt, waar hij 500 yuan (ongeveer honderd gulden) per dag verdient, wat meer dan een gemiddeld loon is.

In die tijd drommen tienduizenden studenten samen op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking. Ze eisen democratische hervormingen, een einde aan de corruptie, en om te beginnen: een dialoog met de leiders van de Communistische Partij. Als studenten in Guangzhou de marktkramen aflopen om geld in te zamelen geeft Zhong Li ruimhartig, en roept anderen luidkeels op zijn voorbeeld te volgen. Wat democratie betekent weet hij niet, maar hij weet wel dat wat de Partij nu doet niet deugt. In de dagen dat het Volksbevrijdingsleger honderden slachtoffers maakt in Peking, begint de politie in Guangzhou opstandelingen te arresteren. Zhong Li hoort van een bevriende agent dat hij op de arrestatielijst staat. Hals over kop, zonder afscheid te nemen van zijn ouders en broer, zonder papieren, maar met 5000 dollar spaargeld, verdwijnt hij in de nacht.

Aan het voeteneinde van Zhihao's bedje hangt een Mickey Mouse-kaartje (de baby tegenover hem heeft Donald Duck) waar Zhihao op staat. Het betekent Open en Wijs. Mariska, de verpleegster die voor Zhihao zorgt, kan nu er een tolk is eindelijk uitleggen dat Zhihao, als alles goed gaat, over twee dagen naar huis mag. Dat huis staat in Dalfsen, een dorp in Overijssel, het is een huis van de Regeling Opvang Asielzoekers. Zhong Li heeft een W-document, wat betekent dat hij in Nederland mag blijven zolang ambtenaren en rechters zich buigen over zijn asielverzoek. Na negen jaar in Nederland is Zhong Li, wachtend, inmiddels veertig jaar oud geworden.

De gemeente Dalfsen betaalt voor hem een ziekenfondsverzekering, en huisvesting en 450 gulden per maand. Quiru Liao heeft dat allemaal niet (een W-document heeft ze sinds kort, maar voor de rest is ze overgeleverd aan de genade van Zhong Li en de gemeente), omdat van haar twee dossiers circuleren, zij is Quiru Liao en Li Ping Chen. Ze is 31 jaar oud en 21 jaar oud. Ze komt uit de Volksrepubliek China, waar ze in 1994 kromgebogen over de rijstvelden liep en waar de oogst dat jaar jammerlijk mislukte.

Zes jaar geleden. In het dorp Tangxia, bij de stad Dongguan, in de provincie Guangdong, staart Quiru Liao naar het plafond in haar kamer, in het huis van haar moeder. In een van de muren zit een klein raam. Van de buitenwereld dringt weinig binnen. Ze heeft die dag verhalen gehoord over `mensenvissers' die op zoek zijn naar mensen die Chinezen zoals zij op weg helpen naar het Westen. Daar ligt het paradijs, vertellen ze, het land van melk en honing, waar de huizen zo groot zijn als kastelen.

Om redenen die uiteindelijk alleen zijzelf, Quiru Liao, weet, leent zij het geld voor de reis (150.000 yuan; 30.000 gulden) van de baas van een kledingfabriek, van wie ze een goede bekende is. Ze betaalt de helft van de reissom aan de slangenkoppen met wie de vissers haar in contact brachten. In de haven van Guangzhou verbergt ze zich in de buik van een vrachtschip. Ze heeft 75.000 yuan bij zich voor de afbetaling, maar omdat ze bang is beroofd te worden, zegt ze dat ze het geld bij haar familie achtergelaten heeft. Daar kunnen de mensensmokkelaars het halen zodra zij de eindbestemming, Rotterdam (waar dat ligt weet zij niet), bereikt heeft.

Vier weken brengt ze op zee door. De enige tussentijdse aanlegplaats waar ze weet van heeft is Sjanghai. Op een dag meert het schip af in de haven van Rotterdam. Ze overhandigt de rest van het geld aan iemand van de smokkelbende en wordt op de kade gezet. Daar, wijst de smokkelaar naar het noorden, ligt Chinatown. Ze begint te lopen (het is de eerste keer van haar leven dat ze zich buiten Guangdong bevindt).

Dalfsen ligt tussen weilanden, rechte sloten en rijen bomen. Het huis van Zhong Li is een rijtjeshuis aan de rand van het dorp. Eerst woonden er nog twee andere Chinezen, maar de ene is vertrokken toen hij een verblijfsvergunning kreeg en de andere laat zich bijna nooit meer zien. Zhong Li had ruzie met de twee andere Chinezen, lang voordat Quiru er was. Zij roddelden over hem tegen de baas van het enige Chinese restaurant in Dalfsen, Wing Wah (naast de kerk), zodat hij daar niets meer van hoeft te verwachten, en bij de gemeente. Ze zeiden dat hij 's nachts hardop zat te praten en dat hij de radio de hele nacht luid liet spelen. Een ambtenaar kwam kijken, maar kon de radio niet vinden en zag geen grond om Zhong Li te verwijderen.

In de woonkamer stoelen met kapotte zittingen rond een tafel, twee bruinleren banken met sleetse plekken, op de vloer bruin met beige zeil, aan de muur tekeningen van Cuiyu en Cuicui en Chinese kalenders van de Smart & Trust Trading Co. B.V., in de hoek een kleurentelevisie. Een wandmeubel met een klein altaar voor Caishen, de God van Rijkdom en Vrede. De god op de afbeelding is een doorvoede Chinees met een hangsnor en een kruik goudstukken aan zijn voeten. De rode puntjes van elektrische wierookstokjes branden. De verdwenen Chinees heeft het altaar ingericht. Zhong Li laat het altaar staan, al gelooft hij niet in goden.

In de nacht dat Zhong Li besloot Guangzhou te verlaten, nam hij de trein naar Zhanjiang, waar hij op de bus stapt die hem naar de Vietnamese grens brengt. Hij krijgt (in ruil voor 4000 dollar) hulp van twee westerlingen die hij niet kan verstaan, van wie hij de nationaliteit niet te weten komt, maar die hem voorzien van een vals paspoort. Eenmaal in Vietnam loopt hij twee dagen achter elkaar door, tot hij, uitgeput, aankomt in een bergdorp. Later vervolgt hij zijn reis door het zuidwesten van Azië, het Midden-Oosten, Oost-Europa, West-Europa. Pas als hij twee jaar na zijn vertrek uit China op het punt staat het vliegtuig naar Canada te nemen, betrapt een douanier hem op valse documenten.

Hij weet niet dat hij in Nederland, op Schiphol, is. Refugee, zegt hij tegen de agenten die hem meenemen voor verhoor. In China deed het verhaal de ronde dat Canada refugees opneemt en daarom is hij op weg naar Canada. Dat kan hier ook, zeggen de agenten, en hij meldt zich aan als politiek vluchteling. De volgende dag leveren ze hem af bij het asielzoekerscentrum in Almelo. Na elf maanden wachten in het asielzoekerscentrum verhuist hij naar Dalfsen, waar hij een kamer betrekt in het huis van de Regeling Opvang Asielzoekers.

De kast in de keuken van Zhong Li zijn opgestapelde dozen en kratten. Hij kookt noedelsoep. De 450 gulden per maand die hij te besteden heeft gaat helemaal op aan eten, zegt hij, en de 200 gulden die hij voor de kinderen krijgt voor het grootste deel ook. Soms gaat hij langs bij Chinese restaurants in Zwolle die hem geen werk, maar wel te eten geven, omdat het christelijke Chinezen zijn. De andere Chinezen moeten niets van hem hebben. In de zomer vist hij naar paling in de Vecht. Hij hakt de kop eraf, stroopt ze en kookt ze op het vuur. Als de kinderen ziek zijn maakt hij een soepje van aardappelen, wortelen en varkensrib, dat hij drie dagen laat trekken.

Een ziektekostenverzekering hebben de kinderen niet. Kleren koopt hij in de winkel van Vluchtelingenwerk: een spijkerbroek voor drie gulden, een trui voor een rijksdaalder, een T-shirt voor een gulden. Zhong Li en Quiru Liao maken bijna elke dag ruzie over het geld dat er niet is. Quiru Liao wil nieuwe kleren voor de kinderen kopen, Chinezen kijken neer op Chinezen in tweedehandskleren.

Toen Quiru Liao op de kade in Rotterdam stond, begon ze de richting te volgen waarin de smokkelaar had gewezen en op een of andere manier kwam ze uit op de West-Kruiskade, in het centrum van de stad, waar zich restaurant De Chinese Muur bevindt en hotel-restaurant Kings Garden, Cheung Fat Fast Food, de Chinese supermarkt Wah Nam Hong, Hong Kong travelservice, Woo Hing Videotheek. Ze stapt hier en daar naar binnen, zegt dat ze werk zoekt, maar ze kunnen het haar niet geven. Een Chinese man die ze op straat aanklampt, zegt dat ze maar asiel moet aanvragen.

Hij brengt haar met de auto naar een asielzoekerscentrum, in Rijsbergen, en zet haar af met de woorden: zeg niemand dat ik jou hier naartoe gebracht heb. Ze zegt tegen de ambtenaar: ik ben hier, kunt u mij helpen? Ze heeft nog nooit van het begrip politieke vluchteling gehoord en ook niet van afgewezen asielzoekers, maar dat is wat ze is, een afgewezen asielzoeker, als ze twee dagen later te voet op weg is naar Breda.

Ze meldt zich opnieuw aan, twee maanden later, in Haarlem, op aanraden van een oude Chinese vrouw die zich in Breda over haar ontfermde. Quiru Liao is nu Li Ping Chen en ze is zestien jaar, wat betekent dat ze de procedure zal doorlopen als Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker (AMA). Later, bij het vierde asielverzoek, zal zij verklaren dat zij zich gedwongen voelde verschillende verhalen te vertellen. Haar eerste verhaal had niet geholpen, ze kon niets anders doen dan opnieuw asiel aanvragen, als een ander dan zijzelf.

Zhong Li bedenkt zich geen moment als hij hoort dat er in het asielzoekerscentrum in Haarlem een Chinees meisje is aangekomen. Bij hun eerste kennismaking vraagt hij of Quiru Liao meegaat, naar zijn huis in Dalfsen. Sinds die dag zijn zij man en vrouw, al hebben ze weinig te bepraten, en kunnen zij niet trouwen omdat ze geen papieren hebben. Op 11 januari 1996 wordt in streekziekenhuis Midden-Twente in Hengelo Cuiyu geboren, een meisje. Op 7 mei 1998 komt in hetzelfde ziekenhuis hun tweede dochter ter wereld, Cuicui.

De `wijkverpleegster ouder & kind' komt langs om Zhihao hielprikjes te geven. Drie dagen na zijn geboorte is hij thuisgekomen. De wijkverpleegster houdt Zhihao onder zijn oksels vast, doopt zijn voetjes in warm water. Ze zegt: de baby gaat mee in het schema zoals alle baby's in Nederland. Ook al is Zhihao niet ingeschreven in het bevolkingsregister en ook al heeft hij noch zijn moeder een ziektekostenverzekering. De schema's op de vaccinatiekaarten van Cuiyu en Cuicui vertonen gaten, ze liepen inentingen mis omdat ze dan weer hier, dan weer daar waren.

Quiru Liao woonde in 1997, 1998 en 1999 met Cuiyu (Cuicui was nog niet geboren) een aantal maanden in Ter Apel, Groningen, waar ze zich moest voorbereiden op de terugkeer naar haar moederland. Ze had in 1997 te horen gekregen dat haar AMA-procedure was afgelopen (sinds die tijd staat ze bij de IND bekend als Quiru Liao alias Li Ping Chen). Kort daarna vroeg ze opnieuw asiel aan, maar dat verzoek werd direct afgewezen.

De Chinese ambassade weigert een laissez passer uit te reiken als niet onomstotelijk bewezen is dat de betrokken persoon uit China komt. Zonder papieren is het onmogelijk om terug te keren: het maakte Quiru Liao maandenlang een `technisch onuitzetbare illegaal'. Ze zwierf een tijdlang heen en weer tussen Ter Apel, het huis van Zhong Li in Dalfsen en een gastgezin van Vluchtelingen in Nood.

Zhong Li heeft vis gekookt, rijst, varkenspootjes en aubergines. Er is een gast, een Chinees die kortgeleden politiek asiel heeft aangevraagd. In China verdwijnen aanhangers van de Democratische Partij China en andere groeperingen die in de ogen van de machthebbers staatsondermijnend zijn, in gevangenissen en heropvoedingskampen. De Chinese gast heeft een kamer in een asielzoekerscentrum, hij zegt dat Zhong Li in een huis woont waar in China ministers in wonen. Quiru Liao stopt zo nu en dan een lepel rijst in de monden van Cuiyu en Cuicui, maar blijft verder weg van tafel. Ze zit veel boven, op een stoel in de slaapkamer, Zhihao zachtjes wiegend op haar schoot.

Zhong Li kreeg in januari 1997 te horen dat hij Nederland moest verlaten. Zijn asielverzoek was definitief afgewezen. Justitie geloofde niet dat zijn rol in de opstand van 1989 zodanig was dat hij in China gevaar liep. Ze hadden hem niet kunnen ontdekken op de zwarte lijst van de Chinese autoriteiten. Maar de Chinese ambassade was ook voor Zhong Li niet in staat of van zins een laissez passer te produceren. In september van dat jaar vroeg hij opnieuw asiel aan, in Zevenaar, maar hij kreeg meteen te horen dat hij geen kans maakte. In de dagen die volgden moest Quiru Liao naar Ter Apel en keerde Zhong Li terug naar Dalfsen, waar hij zich van tijd tot tijd bij de huisarts meldde, kermend dat hij dood wilde.

Zhong Li heeft een stapel kopieën van krantenartikelen, uit Nederlandse kranten en uit China Spring. Op talloze krantenfoto's staat hij tussen andere Chinezen te demonstreren bij de Chinese ambassade en op het Binnenhof. Ze keren zich tegen de Communistische Partij in het algemeen en tegen premier Li Peng in het bijzonder. Ze eisen vrijlating van dissidenten en democratische hervormingen.

Vier jaar geleden werd Zhong Li lid van de internationale Alliantie voor een Democratisch China (ADC) en de Chinese Democratische Partij (CDP). De anderen noemden hem aanvankelijk een domkop, omdat hij geen verstand had van democratie. Maar hij ging zich in de materie verdiepen, en kwam tot de conclusie dat zijn leven gelopen is zoals het gelopen is omdat er in China geen rechtstaat bestaat. Quiru Liao en Zhong Li wachten op de afloop van hun laatste asielverzoek dat ze op 31 mei 1999 ieder voor zich indienden. Quiru Liao droomt van de kleren die ze voor haar kinderen gaat kopen als ze mag blijven, als ze geld mag verdienen. De cursus Nederlands die ze afbrak toen Cuiyu, Cuicui, Zhihao geboren werden, wil ze eens afmaken. Zhong Li wil koken in een Chinees restaurant, daar hoeft hij geen Nederlands voor te leren. Ooit ging hij naar een cursus, maar hij raakte verdoofd aan zijn linkeroor en toen is hij ermee gestopt. Hij slikt Panadol Plus tegen de hoofdpijn die hij krijgt van de combinatie te weinig geld en te veel tijd. Zhong Li somt de vijf ziektes van China op, gokken, hoeren, opium, corruptie, alcohol, die altijd op de loer liggen. De enige remedie is hard werken, maar precies dat is hem, en alle andere asielzoekers, verboden. Voordat hij Quiru ontmoette zocht hij zijn heil in het Holland Casino, nu vlucht hij in zijn werk voor de Alliantie voor een Democratisch China. Hij kwam tot de volgende paradox: ,,in China was politiek het enige wat ik niet mocht doen, in Nederland is politiek het enige wat ik mag doen.''

Hij slikt Panadol Plus tegen de combinatie te weinig geld en te veel tijd

De smokkelaar wijst naar het noorden: daar ligt Chinatown. Ze begint te lopen