GESTOOFDE RODE KOOL

Bij het koken van de meeste soorten kool komen nare luchtjes vrij. De boosdoener is zwavel. Vanwege dit ongerief wordt meestal aanbevolen om kool kort te koken. Dat advies hoeft niet te gelden voor zuurkool en rode kool die de neus minder op de proef stellen. Rode kool mag dus best langer in de pan en leent zich prima om, naar eigen voorkeur, korter of langer te stoven. Een herfstrecept: Gooi lelijke buitenbladeren weg en snijd de bol in parten. Verwijder de harde kern. Schaaf of snijd de parten kool in sliertjes. Pel en snipper de uien. Verhit de boter in een ruime pan. Fruit de snippers ui twee minuten in de boter. Doe er de slierten kool bij. Schenk de wijn in de pan en daarbij een laag van 2-3 centimeter water. Voeg laurierbladeren, kruidnagels, geplette jeneverbessen of piment, zout, peper en desgewenst suiker toe. Breng het vocht aan de kook en laat de kool op de laagste pit twee tot drie kwartier (of langer) stoven. Schil de appels, haal de klokhuizen weg en snijd het vruchtvlees in stukjes. Doe die met de rozijnen en de noten bij de kool en laat de pan nog 15 minuten op het vuur staan. Breng het gerecht op smaak met zout en peper. U kunt het kookvocht desgewenst binden met aardappelmeel dat in een kopje met water is glad geroerd. Er lijkt sprake van een wederopstanding van oud-Hollandse gerechten. Ik zag laatst op een menu staan: wilde polderduif met hete bliksem. De gestoofde rode kool heeft een traditionele omlijsting nodig. Ik zou denken aan puree en hachee, runderlappen of hazepeper. Het Haagse Kookboek (zevenenveertigste druk, 1966) stelt bovendien voor: rolpens, gebakken bokking of bruine bonen met spek.