Fiscale verrassing

Het wrikt tussen het nieuwe belastingstelsel van 2001 en de ouderlijke boedelverdeling als testamentvorm. Sommige erfgenamen krijgen straks een exorbitante belastingaanslag.

Belastingstelsel 2001 maakt winnaars en verliezers. De nieuwste groep benadeelden bevindt zich onder ouders die een ouderlijke boedelverdeling als testament hebben laten opmaken. Is één zo'n ouder vóór 2001 overleden, dan krijgen de kinderen straks soms een onverwachte belastingaanslag. Ook keuze-legaten, ik-grootouder-testamenten of tussen kinderen onverdeelde erfenissen kunnen problemen geven.

,,Dit is een lastige kwestie'', zegt mr. Antoinette van Rijn, docent fiscale economie aan de Erasmus Universiteit. ,,Het kan straks gebeuren dat opgebouwde rente over een erfenis bij de kinderen progressief wordt belast, terwijl daar bij de ouder geen aftrekpost tegenover staat.''

Een ouderlijke boedelverdeling regelt dat een weduwe of weduwnaar verzorgd achterblijft. Stel vader overlijdt. Bij een ouderlijke boedelverdeling krijgt moeder alle spullen van de nalatenschap en de kinderen een vordering op moeder. Moeder heeft die schuld aan de kinderen omdat zij te veel uit de erfenis heeft ontvangen. Deze schuld en de daarover verschuldigde rente – de overbedelingsrente - is meestal opeisbaar als moeder overlijdt. Op dat moment wordt de vordering van de kinderen (hun deel in hun vaders erfenis) plus alle rente uitbetaald. Het gaat vaak om 6 procent samengestelde rente per jaar. Die ontvangen interest is onder het huidige belastingstelsel in principe belastbaar, ware het niet dat de erfgenamen de rente die moeder hen verschuldigd is, na haar dood aan zichzelf moeten uitbetalen. Dat maakt het saldo van betaalde en ontvangen rente nul.

Vanaf 2001 werkt de ouderlijke boedelverdeling anders. De fiscus doet net alsof de vordering van de kinderen op de achtergebleven ouder en de schuld van de ouder aan de kinderen niet bestaan. Dit principe werkt prima als de eerste ouder overlijdt na 31 december 2000. Voor ouders die hun partner verloren of verliezen vóór het einde van dit jaar is overgangsrecht gemaakt: alle rente die is aangegroeid tot 2001 wordt progressief belast in box 1, tenzij het gaat om de overbedelingsrente van een ouderlijke boedelverdeling. Dat lijkt prima. Helaas stelt de wetgever nog drie voorwaarden: zowel de schuldenaar (de ouder) als de schuldeiser (het kind) moet in Nederland belastingplichtig zijn. Verder mag de rente pas ten tijde van het overlijden van de langstlevende worden verrekend. Daarnaast mag de rente niet hebben geleid tot vermindering van inkomen in box 1 of 2.

,,Die laatste voorwaarde lijkt voor de praktijk niet erg van belang'', zegt Van Rijn. De eerste voorwaarde kan echter dramatisch uitpakken. Als de overblijvende ouder de oude dag buiten Nederland slijt, kunnen de Nederlandse kinderen een belastingaanslag verwachten. Stel een vader is overleden in 1990. Via een ouderlijke boedelverdeling laat hij zijn twee kinderen ieder 300.000 gulden na. De overbedelingsgrente is in het testament bepaald op 6 procent. Moeder bewoont sinds 1995 een appartement in Spanje. De kinderen moeten daarom fiscaal afrekenen over de opgebouwde rente op hun erfenis tot en met 2000. Tussen 1990 en 2000 is de vordering door rentebijschrijvingen opgelopen van 300.000 naar 537.000 gulden. Over het verschil van 237.000 gulden betalen de kinderen maximaal 52 procent belasting. Hun belastingaanslag kan in dit geval dus oplopen tot zo'n 123.000 gulden!

Ook de eis dat de rente pas ten tijde van het overlijden van de langstlevende verrekend mag worden, is ongelukkig. Stel dat de langstlevende rente over de periode tot en met 2000 na 1 januari 2001, maar voor haar of zijn overlijden betaalt, dan is de rente bij het kind belast, maar bij de langstlevende niet aftrekbaar. ,,Een onrechtvaardige situatie'', zegt Van Rijn.

Het kreupele overgangsrecht veroorzaakt nog meer onverwacht nadeel. Stel een vader met drie dochters en een onderneming overlijdt in 1990. Het bedrijf komt op naam van één van de dochters, terwijl de andere twee een rentedragende vordering op haar krijgen die ze moet aflossen in 2005. ,,Er is geen probleem als de rente elk jaar is uitbetaald, zegt Van Rijn. ,,Maar als nooit rente is uitgekeerd, wordt de tot en met 2000 opgebouwde rente bij de zussen progressief belast.''

Ook het ik-grootouder-testament loopt straks fout. In zo'n regeling vermaakt opa, met het oog op besparing van successierechten, z'n hele vermogen op papier aan z'n kleinkinderen, terwijl z'n kinderen hun hele leven recht houden op het vruchtgebruik van het geld. ,,Het probleem is dat hier geen sprake is van een overbedelingsvordering'', legt van Rijn uit. ,,De kleinkinderen kunnen een rentedragende vordering op hun ouders hebben die over de datum van 1 januari 2001 heenloopt. De tot dat moment opgebouwde rente is dan bij de kleinkinderen progressief belast.'' Is er geen rente op de vordering, dan is er geen overgangsprobleem.

Het overgangsrecht maakt ook korte metten met keuze-legaten. Via zo'n flexibele testamentbepaling kan de langstlevende ouder als eerste kiezen welke goederen zij of hij wil hebben uit de nalatenschap. Moeder neemt bijvoorbeeld het huis plus de inboedel. De waarde van die goederen wordt vaak pas verrekend met de kinderen als de langstlevende overlijdt. ,,Ook een keuze-legaat is geen overbedelingsvordering'', zegt Van Rijn. ,,De tot 2001 aangegroeide rente erover is daardoor bij de kinderen belast in box 1. Het kan gaan om een fors bedrag.''

Valt dit probleem nog recht te breien? ,,Je moet na 1 januari 2001 bij een ouderlijke boedelverdeling vooral niet zomaar rente gaan betalen over de periode tot 2001'', waarschuwt Van Rijn. Buitenlandsituaties zijn lastiger. Ouders of kinderen in het buitenland kunnen moeilijk nog vóór 1 januari weer in Nederland gaan wonen. Volgens Van Rijn wordt voor die gevallen wel eens geopperd de langstlevende in Nederland nog dit jaar de rente te laten betalen. ,,De ouder kan die rente dan fiscaal aftrekken.'' Er bestaat echter een minieme kans dat de wetgever de regels toch gaat aanpassen. ,,Je zou de rentebetaling dan beter kunnen doen onder de voorwaarde dat de betaling bij een wetswijziging weer moet worden terugbetaald. Ik zou daarvoor wel een adviseur raadplegen die de kwestie voorlegt aan de Belastingdienst.''