EXPLOSIE VAN KOFFIEZET-IDEEËN

Delftse vormgevingsstudenten werken samen met studenten uit twee andere continenten. Nederlanders blijken een `beetje bot'.

De twee studentes in het Delftse collegezaaltje kijken naar het televisiescherm. Ze zijn er zelf op te zien, in de linkerbovenhoek. In een ander deel van het scherm komt een Amerikaanse student het beeld binnen lopen. Hij ritst gauw zijn winterjas open. Het is nog maar half acht 's ochtends, en behoorlijk koud in Michigan. Over de videoverbinding groet Boren Novakovic zijn al aanwezige collega, de Delftse studentes en de twee studenten in Zuid-Korea. Die zwaaien zich met een vel papier koelte toe in nog een hoek in het televisiescherm. In Seoul is het al half negen in de avond.

``We hebben jullie tekeningen opgestuurd, kunnen jullie die erbij pakken?'', komen de Nederlandse studentes ter zake. De Amerikanen en de Koreanen beginnen haastig te zoeken tussen de papieren die voor hen op de tafel liggen.

Het zijn ruwe ideeën voor een ontwerp voor een koffiezetapparaat. De schetsen van de Nederlandsen hebben de andere vier gedownload van de gezamenlijke website van hun internationale ontwerpteam, dat zichzelf `Coffeechill' noemt.

De twee werktuigbouwkundestudenten van Seoul National University, twee bedrijfskundestudenten van de Universiteit van Michigan in Ann Arbor en twee Delftse studentes industrieel ontwerpen van de Technische Universiteit doen mee aan het nieuwe vak `Global Product Realisation', het ontwerpen van producten voor gecombineerde markten door internationale teams. Het vak is het geesteskind van prof.dr. Imre Horváth, hoogleraar industrieel ontwerpen in Delft en zijn collega's in Michigan en Seoul. Bedrijven zullen in toenemende mate met deze manier van werken te maken krijgen, voorspelt Horváth.

Als oefening moet het team samen een koffiezetapparaat ontwerpen voor de gezamenlijke markt van de drie landen. Ze kunnen videosessies inplannen, chatten, e-mailen, bestanden up- en downloaden en afspraken bijhouden op een gezamenlijke agenda. Er is ook een computerprogramma waarin gezamenlijk aan drie-dimensionale ontwerpen gewerkt kan worden.

Terwijl de Coffeechill-ploeg een ontwerp bespreekt, valt de verbinding met de Koreanen opeens weg. Horváth, die de sessie begeleidt, kijkt ongeduldig naar de technicus die de verbinding probeert te herstellen. De studenten confereren gewoon door.

Bij het ontwerp voor een koffiezetapparaat dat aan het plafond kan hangen, krijgt het team van de slappe lach. `Awesome', zegt Boren de tekeningen te vinden, maar zijn blik verraadt nog weinig enthousiasme. ``I'm going to fuck these drawings all up again'', probeert Babette Hamburger hem vanuit Delft gerust te stellen. De Amerikanen verstijven. Blijkbaar komt het Engelse vierletterwoord over een universitaire videoverbinding niet precies over zoals bedoeld.

``Waarschijnlijk vinden zij ons wat bot'', concludeert Hamburger na de sessie zorgelijk. Maar verder ging het soepeler dan ooit, verzekert haar collega Tone Reinertsen Hellesøy. In de korte tijd zijn er goede afspraken gemaakt over hoe het nou verder moet met het ontwerp.

``Dat we samen hebben zitten lachen is eerder nog niet voorgekomen. In het begin was het enorm wennen met die videosessies, door de vertraging in de verbinding'', zegt Hamburger. De halve seconde die je moet wachten tot de andere kant je woorden hoort is net genoeg om in uitgebreide wederzijdse onderbrekingen te vervallen. De studenten kijken ernaar uit om hun teamgenoten in levenden lijve te treffen tijdens de studiereis naar Michigan die het vak afsluit.

``Het is moeilijk om samen na te denken over het ontwerp en om tot beslissingen te komen, omdat je veel minder goed door hebt of iemand je begrepen heeft dan in een echte situatie', vindt Hamburger. Oogcontact is moeilijk, omdat de videocamera bovenop het televisiescherm staat. Dat de Koreaanse studenten vaak verlegen lijken en niet zo goed Engels spreken, maakt het er niet gemakkelijker op.

Na de sessie van het Coffeechill-team komen de andere zestien Delftse studenten naar het multimediazaaltje om het college te volgen dat twee Koreaanse docenten over de videoverbinding geven. De van sheets voorgelezen teksten vallen wat tegen na de levendige studentensessie. Op de tussenpresentatie over de voortgang van de acht ontwerpersteams, twee dagen later, revancheren de Koreanen zich. Sommige spreekbeurten uit Seoul doen nauwelijks onder voor de goed geoliede Amerikaanse presentaties.

Bijna iedere groep is er door marktonderzoek achter gekomen dat de Amerikanen en de Nederlanders weinig van oploskoffie moeten hebben, terwijl in Korea gebrande koffie slechts een klein maar groeiend marktaandeel heeft bij jonge mensen. Zulke gegevens leiden tot een explosie aan koffiezet-ideeën. Er zijn koffiezetapparaten die ook thee kunnen zetten, ingenieuze apparaten die je zelf samen kunt stellen uit modules, koffiezetapparaten voor één kopje, koffiezetapparaten voor truckers en grote apparaten voor op kantoren.

Vooral de modulaire koffiezetapparaten hebben Horváth aangenaam getroffen, zegt hij naderhand. Het zijn basisontwerpen waar een losse thee- of een warmhoudeenheid bij gekocht kun worden. De spijker op de kop, vindt de hoogleraar. Want bij zijn nieuwe vak gaat het er niet alleen om dat ontwerpers de normale ontwerproutine nu eens een keer per videoverbinding doen, louter om tijd- en reiskosten te besparen.

``Please see'', zegt Horváth, ``dat onze producten voor een wereldmarkt ontworpen moeten worden. Je moet een product maken dat in meerdere landen aanslaat.'' Bijvoorbeeld dus een basisapparaat met een aantal modules voor de verschillende markten. ``En onze studenten zijn daar helemaal zelf opgekomen', verzekert Horváth trots, ``Wij hebben ze daar niet om gevraagd.''