Driftig scoren

Als ze de kans krijgen zichzelf de werkzame stof uit marihuana toe te dienen, zullen doodshoofdapen (Saimiri sciureus) dat gretig doen. Onderzoekers van het National Institute for Drug Abuse in Baltimore hebben dit vastgesteld. Zij concluderen dat het gebruik van deze stof, THC genaamd, de dieren ertoe aanzet er nog meer van te gebruiken. Daarom verwachten zij dat de kans op misbruik van marihuana ten minste zo groot is als de kans op cocaïne- of heroïnemisbruik. Een opvallende en inmiddels omstreden conclusie, die niet strookt met de ervaring van hulpverleners en gebruikers.

Nu is dergelijk onderzoek geen sinecure. Vooraf moeten de dieren namelijk leren zichzelf met de te onderzoeken stof in te spuiten. Of die verslavend is, blijkt immers uit de inspanningen van de verslaafde om zichzelf het middel toe te dienen. Inspuiten is noodzakelijk om de concentratie van het middel in het bloed te weten. Daarvoor wordt een katheter in een ader gebracht. Deze is verbonden met een pomp die de opgeloste drug in afgepaste heoveelheid in de bloedbaan spuit. Om de pomp aan te zetten moeten de apen tien keer op een handeltje drukken. Dat kan alleen als er een groen licht brandt. Na de injectie gaat het licht één minuut uit, daarna krijgt het dier groen licht om nog eens te `scoren'. Dit gebeurt in dagelijkse sessies van één uur.

Apen die voor het onderzoek getraind worden krijgen aanvankelijk cocaïne in plaats van THC. Cocaïne is zeer verslavend en dat komt het leerproces ten goede. Zodra de dieren de procedure kennen, krijgen ze een week lang geen drugs, maar een zoutoplossing. In die week zullen ze hooguit twee keer per sessie een injectie nemen. Dan krijgen ze een THC-oplossing. Daar reageren ze meteen op. Per uur nemen zij soms wel dertig injecties. Na vijf dagen wordt de THC gestopt en het daalt aantal injecties weer tot pakweg twee per sessie. Opnieuw THC toevoegen brengt de consumptie vrijwel meteen op (hoog) niveau. Het aantal injecties per sessie is het grootst (25 tot 30) bij doses van twee tot vier microgram per kilo lichaamsgewicht. Dat is ongeveer de dosis die een marihuanaroker van één joint binnenkrijgt. Lichtere of zwaardere doseringen leiden tot minder injecties (Nature neuroscience, november).

naïeve dieren

Een veelgestelde vraag bij dit onderzoek is of het werken met proefdieren die al verslaafd zijn – aan cocaïne – het resultaat vertekent. Volgens de Utrechtse farmacoloog prof.dr. J.M. van Ree valt dat mee. ``Dergelijke experimenten zijn ook gedaan met `naïeve' dieren, die meteen het te onderzoeken middel kregen. Uiteindelijk leverde dat hetzelfde resultaat op.''

De leider van het nieuwe onderzoek, Stephen R. Goldberg, wil een `cocaïne-effect' echter uitsluiten. ``Onlangs hebben we toestemming gekregen om dezelfde proef met een naïeve aap te doen. Daar is net mee begonnen.''

Op de kritiek dat het onderzoek alleen aantoont dat de apen THC lekker vinden en niet dat cannabis verslavend is, antwoordt Goldberg dat het onderzoek alleen iets zegt over de biologische kant van de verslaving, het gedrag dat een middel oproept. ``Daarom schrijven wij ook in gedragsbiologische termen. Wij zeggen niets over de psychische of sociale aspecten van verslaving. We gebruiken het woord verslaving nergens.''

De waarde van het experiment is volgens Goldberg, dat dit de eerste keer is dat apen in deze proefopzet op deze manier op THC-toediening reageren. ``Voordien reageerden de apen vrijwel niet. Dat heeft te maken met de manier van toedienen. THC lost nauwelijks op in water. Bij de eerdere experimenteren waren de oplossingen daardoor troebel en de doseringen hoger. Door twee oplosmiddellen te gebruiken konden we een heldere, vrij sterk verdunde THC-oplossing maken. Nu we de concentraties beter in de hand hebben, zien we dat van hoge concentraties blijkbaar geen enkel belonend effect uitgaat, terwijl lagere concentraties zelftoedieningsgedrag oproepen.''

    • Huup Dassen