DE PIJN IS ONVERMIJDELIJK MAAR FIJN

Twee wereldtitels, op de 10 en de 25 kilometer, behaalde Edith van Dijk (27) vorige week voor de kust van Hawaii. Over troebel water, ongenode gasten en verkapt feminisme. ,,Niets is mooier dan een man verslaan.''

Ja, ze heeft het macabere nieuws ook gehoord. ,,Twee mensen gegrepen door een haai, is het niet? Vlak voor de kust van Perth. Ja, triest. Kan gebeuren in de Stille Oceaan.''

Edith van Dijk kan het weten. Nog maar al te goed herinnert de 27-jarige marathonzwemster zich die keer dat zij, twee jaar geleden tijdens een training voorafgaand aan de wereldkampioenschappen in Perth, een vin door het water zag schieten. ,,Etta (collega Van der Weijden, red.) en ik waren het water aan het verkennen. Zie ik plotseling, ik denk op zo'n vijf tot tien meter afstand, een enorme vin aan het wateroppervlak verschijnen. Ik schrok me wezenloos. Of het nou een dolfijn was of een haai, weet ik nog steeds niet. Wat ik wel weet, is dat Etta en ik nog nooit zo snel naar de kant zijn gezwommen als die keer.''

Een paar dagen later sprong Van Dijk evenwel onbekommerd in de oceaan voor de Australische westkust. Angst en marathonzwemmen gaan niet samen, benadrukt de lange-afstandszwemster uit Wognum. Zeker niet zodra er een titel op het spel staat. ,,Tijdens de wedstrijd was ik dat voorval allang weer vergeten. Elke boot was uitgerust met een geweer, en bovendien maakten al die boten zoveel lawaai dat haaien op de vlucht slaan. Er was dus ook geen reden om angstig te zijn.''

Voor de kust van Hawaii dook vorige week geen vervaarlijk ogende grijsblauwe schim op. Al zag Van Dijk tijdens een van haar drie starts (5, 10 en 25 km) bij de wereldkampioenschappen wel een pijlstaartrog onder zich door schieten. ,,Een prachtig beest, niet gevaarlijk zolang je d'r maar niet bovenop gaat staan'', zo weet ze. Wel gevaarlijk, zij het in figuurlijke zin, was Peggy Büchse, de Duitse stayer die tot voor een jaar geleden heer en meester was op de lange afstanden. Van Dijk bleef haar eeuwige kwelgeest ditmaal voor en schreef zowel de 10 als de 25 kilometer op haar naam. Naar eigen zeggen een gevolg van haar toegenomen fysieke en mentale kracht. ,,Ervaring speelt een belangrijke rol in het marathonzwemmen'', zegt Van Dijk, die tien jaar geleden de overstap maakte naar het openwaterzwemmen. ,,Ik ben nu 27 en voel dat alle investeringen van de afgelopen jaren zich nu langzaam maar zeker gaan uitbetalen. Ik ben constanter, ik weet dat ik nu kan winnen en ik laat me tegenwoordig niet zo snel meer van de wijs brengen.''

Het scheelde weinig of de tienkilometerwedstrijd, een nieuw onderdeel bij het openwaterzwemmen, was afgelast. Een typhoon raasde over één van de nabijgelegen eilanden van de tropische archipel en bedreigde ook Waikiki Beach. ,,We kregen uiteindelijk een staartje mee van die storm: een harde wind met van die kleine rotgolfjes waardoor het moeilijk was een hoog tempo te zwemmen. Gelukkig had ik een pikstart en kreeg ik al snel een gaatje waar ik meteen gebruik van kon maken. Door die golven zagen ze me bovendien niet, hoewel mijn voorsprong niet al te groot was.''

Het evenement voor de kust van Hawaii was het eerste zelfstandige toernooi voor de marathonzwemmers, die tot voor kort hun opwachting maakten bij een regulier zwemkampioenschap. Op initiatief van de wereldzwembond FINA moeten de lange-afstandszwemmers, bij gebrek aan een olympische status, met ingang van dit seizoen om de twee jaar hun eigen WK afwerken. Van Dijk heeft begrip voor de beslissing, maar zegt de scheiding der geesten te betreuren. ,,Zwemmen is zwemmen. Of je nu in een bak met water stapt of in open water, zoals wij dat doen, waar het om gaat is wie zo snel mogelijk een bepaalde afstand in het water overbrugt. In die zin onderscheidt openwaterzwemmen zich niet van het `gewone' zwemmen. Bovendien: een beetje aanspraak is ook wel prettig.''

Wat de olympische kansen van het marathonzwemmen zijn, weet niemand. Ook Van Dijk niet. ,,Van de ene FINA-official hoor ik dat de kans groter dan negentig procent is, terwijl een andere bondsbestuurder precies het tegenovergestelde beweert: dat wij ons vooral niet rijk moeten rekenen, want het IOC schijnt bedenkingen te hebben. Ik klamp me vooralsnog vast aan die negentig procent-kans.''

Dromen gaat te ver, want daarvoor is Van Dijk te nuchter. Maar, en zo eerlijk moet de doctorandus in de economie wel zijn, ze zou maar wat graag over vier jaar haar olympische debuut maken. Niet voor niets keek ze onlangs ,,met laten we zeggen gezonde jaloezie'' naar de spectaculaire verrichtingen van de Nederlandse ploeg in Sydney, die van gouden-medaillewinnaars Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn in het bijzonder. ,,Voor zover ik het heb kunnen volgen, want op dat moment was ik op hoogtestage in Spanje en de Spaanse televisie had vooral oog voor de eigen zwemmers. Maar wat ik heb gezien, was fantastisch. Ik bleef met een gevoel zitten van: dat wil ik ooit ook eens meemaken. Mocht de tien kilometer niet worden toegelaten, dan heb ik nog een kans. Want het schijnt dat de 1.500 meter voor vrouwen ook op de nominatie staat.''

Buitenstaanders vragen zich regelmatig af wat haar in hemelsnaam bezielt. Zes dagen in de week trekt Van Dijk haar baantjes in het zwembad in Hoorn of Amsterdam, meestal moederziel alleen, zo'n vier tot zes uur per dag, wekelijks goed voor een afstand van ruim negentig kilometer. Zwemmen is al dodelijk saai, om over marathonzwemmen nog maar te zwijgen. Dat is een ronduit geestdodende bezigheid.

Van Dijk kent die geluiden, maar volgt haar eigen logica. ,,Het klinkt vreemd, zeker voor een buitenstaander, maar hoewel de afstand hetzelfde is, vind ik tien keer duizend meter leuker en prettiger dan twintig keer vijfhonderd meter. Dat eerste ligt mij beter, ten eerste omdat `duizend' mij als stayer natuurlijk makkelijker afgaat dan `vijfhonderd' en ten tweede omdat `tien keer afstand X' toch minder zwaar klinkt dan `twintig keer afstand afstand X'. Ik kan ook niet sprinten. Wat Inge doet, vind ik knap. Ik kom na een paar kilometer een beetje op gang.''

Pijn is daarbij onvermijdelijk, weet Van Dijk. ,,Pijn kan zo nu en dan fijn zijn, omdat je weet dat je over het algemeen beter af bent zodra je de ergste pijnen hebt doorstaan. Het lichaam kan meer dan menigeen denkt, zo heb ik de afgelopen jaren geleerd. In de regel is het zo dat je tijdens een race over 25 kilometer na zo'n twee uur een klap krijgt. Zowel fysiek als mentaal. In het ergste geval heb je het gevoel dat je naar de bodem zinkt zodra je zou besluiten om te stoppen. Zo verzuurd is het lichaam op zulke momenten. Ik ken mijn lichaam en neem geen onverantwoorde risico's. Gaat het niet, dan stap ik uit. Net zo makkelijk. En als ik het niet doe, maar het gaat niet, dan roept mijn coach mij wel tot de orde.''

Lichaam en geest zijn, na zovele omwentelingen in het water, gehard tegen het monotone bestaan. ,,Ik verveel me niet. Als dat wel zo zou zijn, was ik allang gestopt. Tijdens een training ben ik hoofdzakelijk bezig met de training zelf. Dat kost me weinig moeite, omdat ik van nature in staat ben om me gedurende langere tijd te concentreren. Voor de rest sta ik af en toe stil bij wat ik de rest van de dag zoal nog moet doen. Maar ik weet: als ik te veel bezig ben met andere dingen, ga ik langzamer zwemmen. Mijn uitdaging is om zo lang mogelijk een zo'n hoog mogelijk tempo vast te houden. Iedereen kan zes kilometer zwemmen, alleen niemand kan het zo snel als ik.''

Over uitdagingen gesproken. Van Dijk, grijnzend: ,,In mijn tak van sport heb ik de mogelijkheid om in een rechtstreeks duel van een man te winnen. Althans tijdens de wereldbekerwedstrijden, wanneer er geen sprake is van een gescheiden mannen- en een vrouwenwedstrijd. Niets is mooier dan een man verslaan. Ik beschouw mezelf niet als een verkapte feministe, dat niet. Maar om die macho's die vaak hoog van de toren blazen, zoals die Italianen bijvoorbeeld, op hun nummer te zetten, ja, dat geeft me een kick. Daar geniet ik van, omdat het zo bijzonder is. Ik wil graag de beste zijn in mijn tak van sport. Daarom prijs ik mezelf gelukkig dat ik die mogelijkheid ook heb.''

Vorig jaar, tijdens de beruchte wedstrijd over een afstand van 88 kilometer in Argentinië, kwam die ongeremde drang haar bijna duur te staan. Hetzelfde gold voor haar vriend en trainer, voormalig lange-afstandszwemmer Hans van Goor, in de begeleidende boot. ,,Na twee uur haalde ik de lokale favoriet in, een man nota bene. Dat kon dus niet. Alles stelde de bemanning van zijn boot in het werk om mij het zwemmen onmogelijk te maken. Hans wond zich vreselijk op. Op een gegeven moment was één van die schippers het zo zat dat hij een mes pakte. Zogenaamd om een appeltje te schillen. Maar dat bleek geen zakmes te zijn, maar een vleesmes van zo'n twintig centimeter. Vanaf dat moment heb ik me keurig ingehouden.''

Een bijzondere wedstrijd was het toch al, die race nabij Padana, waar een jaar eerder de lijken nog in het water dreven. ,,Een week voor de start hadden twee mensen zelfmoord gepleegd door van de brug te springen. Omdat hun lijken niet waren gevonden, maakte een aantal Argentijnse kranten zich nogal druk over de mogelijkheid dat wij die lichamen tegen zouden komen tijdens onze race. Zo van: wie zou de finish eerder bereiken, zij of wij? Dat verhaal deed het natuurlijk wel lekker op de voorpagina. Toen ik ervan hoorde, heb ik geen moment overwogen om af te zien van deelname. Uiteindelijk zijn we ze ook niet tegengekomen trouwens.''

Nee, een kwallenbeet meer of minder brengt Van Dijk niet van haar stuk. Sterker nog: een waterplant boezemt haar meer angst in dan een piranha of een lijk. ,,Vooral door dat glibberige gevoel langs je benen. Het water in Zuid-Amerika is over het algemeen niet het schoonste water ter wereld. Het zicht is nog geen tien centimeter. Een paar jaar geleden was iedereen een dag na de race nog doodziek. Ik heb een vrij sterk darmkanaal. In al die jaren ben ik nog maar één keer echt ziek geworden na het zwemmen in troebel water.''

Haar passie voert Van Dijk naar verre, onherbergzame oorden, in nagenoeg alle uithoeken van de wereld waar de natuur telkens een verpletterende indruk maakt. Talloze avonturen beleefde Van Dijk al sinds haar debuut ('96) in het wereldbekerciruit, een reeks van negen wedstrijden die ze dit jaar dankzij vier overwinningen op haar naam schreef. ,,Ik moet al die ervaringen eigenlijk op papier zetten, zodat ik het later nog eens terug kan lezen.''

Behalve deelname aan de Olympische Spelen heeft Van Dijk nog een wens op haar verlanglijstje staan: Het Kanaal bedwingen, zoals haar vriend Van Goor vijf jaar geleden deed. Die overbrugde de 33 kilometer tussen Dover en Calais destijds in een tijd van acht uur en twee minuten. Op een goede dag hoopt Van Dijk die tijd te verbeteren.