Alle ogen op Florida gericht

Deze week bleek maar weer eens hoe sterk de Nederlandse beurs afhankelijk is van gebeurtenissen in de Verenigde Staten. Dit keer waren het eens niet winstwaarschuwingen of fusies tussen Amerikaanse bedrijven die de toon op de beurs zetten, maar de ongekend spannende finale van de presidentsverkiezingen. De ogen van de beleggers waren gericht op de uitkomst van de verkiezing, en hoe langer die uitbleef, hoe kleiner het enthousiasme werd om eens wat aandelen te kopen.

De index weerspiegelde de besluiteloosheid van de markt. Maandag, een dag voor de verkiezingen, boekte de AEX nog een winst van een half procent. Toen de beurs op dinsdag sloot was de verkiezingsdag in de Verenigde Staten pas halverwege, en leek het de markt nog niet zo veel uit te maken wie er zou winnen. Het koersgemiddelde daalde weer naar het niveau van maandagmorgen. Woensdagochtend leek het erop dat de Republikein Bush zou gaan winnen, en reageerden een aantal fondsen uitbundig. Later op de dag begon de verwarring die nog steeds voortduurt. De index is sindsdien aan een stevige daling begonnen. Donderdag een procent eraf, en gisteren nog eens 1,1 procent, zodat de AEX uiteindelijk 1,8 procent lager eindigde dan vorige week.

Beleggers houden niet van onzekerheid. Hoewel het volgens analisten en oude beurswijsheden niet zo veel uitmaakt wie nou uiteindelijk de nieuwe president wordt, was vanaf donderdag duidelijk te merken dat de markt in ieder geval niet blij was met de situatie.

Dat vertaalde zich in lage handelsvolumes. ,,De markt is rustig, niemand wil op dit moment kooporders plaatsen,'' vatte handelaar B. Homan van Amstgeld Effectenbank de situatie gisteren samen.

De relatie tussen de uitslag van de presidentsverkiezingen en de koersen van de AEX-fondsen ligt op meerdere vlakken. Ten eerste zijn de Verenigde Staten een belangrijke markt voor veel grote Nederlandse bedrijven. Gezamenlijk halen de vierentwintig hoofdfondsen ongeveer 30 procent van hun omzet in het land, net zoveel als ze in Nederland zelf verdienen. Maar een aantal zit daar ver boven. Ahold, Numico en Aegon bijvoorbeeld zijn voor meer de helft van hun omzet afhankelijk van de Verenigde Staten.

Een tweede relatie tussen de presidentsverkiezingen en de Nederlandse aandelen is de reactie van de Amerikaanse beurzen op de nieuwe president. De koersen van de Nederlandse fondsen, in het bijzonder die van de technologiesector, reageren over het algemeen sterk op de schommelingen van hun Amerikaanse branchegenoten. Dat was ook deze week weer het geval: technologiebeurs Nasdaq moest dag na dag klappen incasseren, en fondsen als ASM Lithography en Philips deelden in de malaise.

De derde en misschien niet zo in het oog lopende link tussen de Amerikaanse president en de Nederlandse aandelenmarkt komt van de zijde van de beleggers. Amerikaanse beleggers, wel te verstaan. Niemand weet precies hoeveel procent van de AEX-fondsen in handen is van Amerikaanse beleggers, maar van oudsher zijn Britten en Amerikanen grote buitenlandse partijen op de Amsterdamse beurs. Die aanwezigheid zal met de daling van de euro iets zijn verminderd, maar toch.

Als Bush wint kan hij zijn plannen met betrekking tot de privatisering van de sociale zekerheid uitvoeren en stroomt een hoop extra geld bij beleggingsfondsen binnen. Geld dat ergens belegd moet worden, dus waarom niet ook een deel in Amsterdam?

Duidelijk is in ieder geval dat bedrijven die sterk aanwezig zijn in de Verenigde Staten geen slechte week achter de rug hebben. Koninklijke Olie, dat 22 procent van zijn groepswinst in Amerika behaalt, eindigde gisteren 4,4 procent boven het slot van 67,19 euro vorige week.

Beleggers in olie zien het liefst dat Bush de nieuwe president wordt, want ze verwachten geen al te activistische milieumaatregelen van de Texaanse gouverneur. Tegenstander Gore heeft zich daarentegen uitgesproken tegen olieboringen in de realtief ongerepte deelstaat Alaska.

Numico, de voedingsmiddelenfabrikant die zich in de Verenigde Staten heeft binnengeworsteld op de markt van vitaminepilletjes, klom de afgelopen week 2,3 procent en belandde gistermiddag op 58 euro precies.

Zeep- en voedingsmiddelenfabrikant Unilever, dat onlangs zijn Amerikaanse branchegenoot Bestfoods overnam, steeg deze week 7,5 procent. Brouwer Heineken, dat zijn bier in Amerika als exclusief premium merk aan de man brengt, boekte een winst van maar liefst 9,1 procent deze week. En de Zaanse supermarktketen Ahold, dat met meer dan duizend winkels in de Verenigde Staten erg gevoelig is voor de koopkracht van Amerikanen, klom gedurende de week met 1,3 procent.

Kennelijk hebben de weinige beleggers die deze week het gure beursklimaat durfden te trotseren dus wel vertrouwen in de toekomst van de Nederlandse bedrijven die in Amerika actief zijn. Maar echte conclusies kunnen pas worden getrokken als de president bekend is en het voor de markt weer `business as usual' is. Dat schijnt nog wel even te gaan duren.