Adil en Jeanine

Woensdagavond, om half negen, schrok het land wakker. Wat was dit nou? De Jong en Rommedahl in de spits en Kezman en Bruggink op de bank? Wie bedenkt zo'n farce? De verbijstering bleef woeden. De ochtendkranten draaiden PSV-coach Erik Gerets vakkundig door de gehaktmolen. Deze krant, mild als altijd, had het over een fantasie-opstelling van de trainer.

Tsja, Gerets en Anderlecht: Belgen onder elkaar.

De PSV-coach stond uren na de smadelijke nederlaag nog steeds achter zijn dubieuze keuze. Zo ken ik Gerets weer. De Leeuw van Vlaanderen. Weerbarstig tot in het graf. Niet toegeven aan dat verwijfde sorry-gedoe van Hollanders. Lichtjes totalitair: het is goed omdat ik zeg dat het goed is. Existentialist: l'Enfer, c'est les autres.

Het heeft mij altijd verbaasd dat er mensen zijn die in Erik Gerets een trainer met tactisch vernuft vermoedden. Gerets is een prima coach, maar vraag hem niet een wedstrijd te lezen of een tegenstander te analyseren. Daar is hij door PSV-voorzitter Van Raaij ook niet voor ingehuurd. Gerets is er voor de overdracht van temperament. Voor de trance en de ambiance. Hij is meer voor na de wedstrijd dan voor vóór de wedstrijd.

Volgens mij heeft de PSV-coach ooit het boekje Utopia van Thomas More gelezen. Niet dat er in het leven een echte schoonheidsprijs te winnen valt, maar de idylle bestaat. Gemeenschappen zonder ruzie en conflict zijn perfect mogelijk. In voor- en tegenspoed altijd koffie met gebak, en voor de mannen een cognacje toe.

Heel opvallend: Gerets noemt zijn spelers op persconferenties en in interviews altijd bij de voornaam. ,,Adil is wat grieperig, Kevin heeft een scheurtje in de wreef, de papegaai van Mark ligt op sterven, Stan is dezer dagen enigszins getackeld door weemoed.'' Daarmee wil de coach aangeven dat hij verinnerlijkt is met de groep. Zoals Van Raaij het vaderschap speelt, speelt Gerets de camaraderie. Ons kent ons, leve de clan! Het doet denken aan oude kermissen in het dorp, toen broers nog tegen broers vochten. Voor de eer van god weet wie.

De quintessens van Erik Gerets overstijgt de wedstrijd. Zijn vijfde element is: vriendschap. Niet dat cliché-achtige begrip zoals het aan de toog, in de trendy-café's van Amsterdam-Zuid, opgalmt. Nee, vriendschap op zijn Brabants, als het enige hiernamaals in ons leven. En dus is het nooit Ramzi, maar altijd Adil. Zoals het nooit mevrouw Waterreus is, maar altijd Jeanine. De familiaire impuls van Erik is duizend keer sterker dan zijn verachting voor een softenon-pass. Gerets is van de man, niet van de bal.

Het klinkt een beetje plakkerig, maar zo is het niet bedoeld. Erik is nog steeds voetballer. Hij wil niet uit de tijd tuimelen, is bang een relict te worden. En dus doet hij er alles aan om een van de jongens te blijven. Ook daarom wegen de prestaties van De jong en Rommedahl tegen het troosteloos provinciale Twente zwaarder dan het karaat van de tegenstander in de Champions League. Of dacht u dat een Brusselse bourgeois-club als Anderlecht de vriendschap tussen de PSV-trainer en zijn spelers kon beschadigen? Nooit, never, nimmer.

Laatst zei de zilvergrijs behaarde Belg in een krant: ,,Ik ben geen trainer voor een topclub.'' Idyllische zelfkennis? Valse nederigheid? Greenpeace-achtige wankelmoedigheid? Of gewoon een slimme provocatie? Er werd niet doorgevraagd. Toch meen ik te weten waarom Gerets geen trainer is voor een topclub. De vertrutting van PSV heeft hem jaren geleden al aangetast. De stalinistische schimmel van het familie-syndroom is niet uit te roeien. Hoe heftig hij soms langs de zijlijn staat te brullen, deze coach leeft op gezelligheid, niet op een visie van leven en dood. Fabel en verbeelding moeten binnen de actieradius van het huiselijke kruisbeeld vallen. Met palmtakje.

Gerets en PSV, ze zullen elkaar nooit in de ogen kijken, ze zien tegen elkaar op. Zoals meisjes naar de Dalai Lama kijken en jongens naar paddo's. Het is nog net geen spirituele verbintenis, maar veel scheelt het niet. Boerenkoolvoetballers als Crasson en Koller snijden uiteraard als een mes door zo'n op cake gebouwde romance. .

Toch moeten we met zijn allen blij zijn dat club en trainer elkaar innig blijven koesteren. Voor minder liefde zit Aad de Mos zo weer in de dug-out in Eindhoven. Of Arie Haan. En met Beenhakker weet je ook nooit. Nep-generaals op noppen die, per definitie, zich nooit de voornaam van een speler kunnen herinneren.