Wie bestuurt de cultuur?

Wie zijn de machtigste kunstbestuurders van Nederland? Een onderzoek naar de veertig belangrijkste cultuurinstellingen.

De publieke omroep is zeer sterk vertegenwoordigd in de besturen van culturele instellingen. Actieve politici zijn nauwelijks vertegenwoordigd. Dat blijkt uit een onderzoek van deze krant naar besturen in de culturele sector.

Voor dit artikel is gekeken naar de besturen en raden van toezicht van de veertig belangrijkste, door het rijk gesubsidieerde culturele instellingen, gespreid over alle artistieke disciplines: zes toneelgezelschappen, vijf orkesten, zes festivals, vijf musea, vijf instituten, tien fondsen, Het Nationale Ballet, Nederlands Dans Theater en De Nederlandse Opera.

Met veertien bestuurders is de publieke omroep, variërend van de voorzitter van de EO tot een juridisch medewerker van de NOS, alom aanwezig in die top 40 van grote culturele instellingen. Supercultuurbestuurder is H. van Beers, lid van de raad van bestuur van de NOS. Als enige is hij driemaal vertegenwoordigd in de besturen van de top-40. Naast zijn bestuursfuncties bij het International Film Festival Rotterdam, het Nederlands Dans Theater en het Muziekcentrum voor de Omroep, zit Van Beers ook nog bij een vijftal kleinere clubs: Festival Oude Muziek Utrecht, Nieuw Sinfonietta Amsterdam, Gergjevfestival Rotterdam, de beeldende kunst-opleiding Ateliers (v/h 63) in Amsterdam en de Stichting Internationale Culturele Activiteiten.

Goede tweede in het klassement van cultuurbestuurders is oud-minister van Economische Zaken J.E. Andriessen. Hij is voorzitter van de raad van toezicht van zowel het Kröller-Müller Museum als de Theatercompagnie, het toneelgezelschap dat vanaf 1 januari in de plaats komt van De Trust en Art&Pro. In het Kröller-Müller Museum vergadert Andriessen met kroonprins Willem-Alexander, het enige lid van het Koninklijk Huis dat een culturele bestuursfunctie bekleedt.

Ex aequo op de tweede plaats staat Felix Rottenberg, voormalig PvdA-voorzitter, die in twee culturele besturen voorzitter is, bij het International Film Festival Rotterdam en het Nederlands Fonds voor de Film.

Op nummer drie staat Tweede Kamer-voorzitter Jeltje van Nieuwenhoven, niet alleen voorzitter van Het Nationale Toneel in Den Haag en bestuurslid van het Nederlands Film Festival in Utrecht, maar ook actief voor jeugdtheatergezelschap Huis aan de Amstel en het Nederlands Promenade Orkest.

De overheid in brede zin, inclusief oud-politici en leden van adviescolleges, is met zeventien voorzitters het beste vertegenwoordigd in de besturen van de veertig culturele instellingen. Het bedrijfsleven volgt met tien voorzitters, bijna allemaal bij orkesten en musea. De organisatie-adviseurs zijn met vijf voorzitters – onder wie twee van het Utrechtse bureau Andersson Elffers Felix – relatief sterk vertegenwoordigd. Wetenschappers en advocaten, elk twee maal als voorzitter present, sluiten de rij.

Bankiers en advocaten

Het best vertegenwoordigde bedrijf in de culturele sector is ING, met bestuurszetels bij Toneelgroep Amsterdam, Concertgebouworkest, Stimuleringsfonds voor Architectuur en Fonds voor de Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst. C. Maas, lid van de raad van bestuur van ING Groep, is voorzitter van het Rotterdams Philharmonisch Orkest en lid van de raad van toezicht van het Mauritshuis.

Maas is ook nog lid van de raad van toezicht van het Museum Boerhaave. Dergelijke nevenfuncties worden gestimuleerd bij ING. ,,We zijn een groot bedrijf en we dragen een maatschappelijke verantwoordelijkheid'', aldus Cees Maas: ,,Commissariaten in het bedrijfsleven doen we niet vanwege mogelijke belangenverstrengeling, cultuur is dan een goede optie.'' Expertise uit het bedrijfsleven is nuttig voor de cultuur, vindt Maas. ,,Bij het Rotterdams Philharmonisch gaat zo'n 25 à 30 miljoen per jaar om. Naar onze banknormen lijkt dat niet heel veel, maar er is toch een flink ondernemersrisico omdat het vermogen van de instelling niet heel groot is.''

ING was hoofdsponsor van de tentoonstelling `Rembrandt Zelf' in het Mauritshuis en is incidenteel sponsor van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Waarom geen hoofdsponsor? ,,Da's simpel, we zijn al hoofdsponsor van het Concertgebouworkest, dus dat kon niet meer.'' En hoe nuttig zijn de culturele nevenfuncties voor Maas? ,,Het is prettig om naast je werk iets heel anders te doen." En dat beroemde netwerken dan? ,,Dat valt wel mee, dat staat bepaald niet op de eerste plaats. Ik word gedwongen om naar concerten te gaan, dat vind ik prettig omdat ik er anders niet aan toekom.''

Branchegenoot ABN-AMRO is na de ING runner-up in de culturele sector, met drie bestuurders bij het Prins Bernhard Cultuurfonds, de Mondriaanstichting en Het Nationale Ballet.

Speciale vermelding verdient het Amsterdamse advocatenkantoor Boekel De Nerée, met maar liefst vier advocaten present bij De Nederlandse Opera, Filmmuseum, Toneelgroep Amsterdam en Mondriaanstichting.

Actieve politici zijn er nauwelijks in de culturele besturen. Behalve twee Eerste Kamer-leden en J. van Nieuwenhoven gaat het om VVD-fractievoorzitter H.F. Dijkstal (De Appel) en PvdA-Kamerlid A. Duijvestein (Het Zuidelijk Toneel/Hollandia en Stichting Kunst en Openbare Ruimte). Voor zover Tweede Kamer-leden culturele nevenfuncties hebben, gaat het veelal om kleine, lokale gezelschappen. Koploper is VVD-Kamerlid O. Cherribi, met zes culturele nevenfuncties.

Bestuursleden uit de culturele hoek zijn Nelleke Noordervliet (Rijksmuseum), Peter Struycken (Kröller-Müller Museum), Renée Soutendijk (Holland Festival), Monique van de Ven (Nederlands Fonds voor de Film) en Theu Boermans (Amsterdams Fonds voor de Kunst). Sommige cultuurdirecteuren zitten bij een andere instelling in het bestuur: Truze Lodder van De Nederlandse Opera (Van Gogh Museum), Ronald de Leeuw van het Rijksmuseum (Prins Bernhard Cultuurfonds), Sjarel Ex van het Centraal Museum (Theater Instituut Nederland), Pauline Kruseman van het Amsterdams Historisch Museum (Felix Meritis).

Drie mannen die vaak worden beschouwd als overheersend in het culturele netwerk, blijken slechts weinig bestuursfuncties te bekleden: Martijn Sanders, directeur van het Concertgebouw, is lid van de Stichting Premium Erasmianum en de Vereniging Rembrandt; Arthur Sonnen, directeur van het Theaterfestival, keert, nadat hij in 1999 veel functies heeft neergelegd, alleen terug als bestuurslid van Het Zuidelijk Toneel/Hollandia en is nog even commissielid theater van de Raad voor Cultuur; en Frans de Ruiter, directeur van het Koninklijk Conservatorium, is bestuurslid van het Van Wely-vioolconcours en lid van de raad van advies van de lobby-organisatie Kunsten '92.

Witte mannen

De cultuurbesturen staan ter discussie. Het traditionele model, met oud-politici en topmanagers die in de pauzes van de opera hun netwerk bijhouden en bij vacatures een opvolger kiezen uit eigen kring, stuit op steeds meer verzet. Teveel instellingen worden bestuurd door witte mannen van boven de vijftig, vindt staatssecretaris Van der Ploeg van Cultuur. Instellingen worden door hem aangespoord om vrouwen, jongeren en allochtonen tot hun besturen toe te laten.

In hun beleidsplannen voor de komende Cultuurnota-periode moesten culturele instellingen twee dingen vermelden over de samenstelling van hun directie en bestuur: hoeveel leden zijn jonger dan veertig jaar, en hoe is de verdeling man-vrouw? Het ministerie van OCenW maakt geen inventarisatie van die gegevens, maar ze worden wel gebruikt bij gesprekken met de instellingen. In de jaarverslagen over 2000 worden instellingen bovendien gevraagd hun visie te geven op culturele diversiteit in hun bestuur.

Dat het Van der Ploeg ernst is met zijn streven naar `nieuwe' besturen, bleek toen het Concertgebouworkest een jaar geleden J.M. Boll voordroeg als bestuurslid. Boll is de man van de aankoop van Mondriaans `Victory Boogie Woogie', voorzitter van de Vereniging Rembrandt, lid van de Raad van State en bovenal: een oudere heer. Gezien de samenstelling van de rest van het bestuur tekende Van der Ploeg bezwaar aan tegen die benoeming. Hij ging pas akkoord toen er twee vrouwen aan het bestuur werden toegevoegd, onder wie Hedy d'Ancona (63). ,,De manier waarop dat ging was niet de meest ideale'', aldus Sjoerd van den Berg van het Concertgebouworkest. ,,Zo bevoogd worden is niet prettig, pas in een later gesprek is dat rechtgetrokken.''

Bij operagezelschappen en orkesten is het vaak in de statuten van de instellingen zelf vastgelegd dat het rijk als subsidiënt zeggenschap heeft over bestuursbenoemingen. Bij de fondsen, die veel overheidsgeld beheren en indicentele subsidies verstrekken aan kunstenaars, is het benoemingsrecht van de staatssecretaris vastgelegd in de Wet op het Specifieke Cultuurbeleid. Toneelgezelschappen zijn vrij in hun keuze.

Allochtonen

Om meer allochtonen in culturele besturen te krijgen is inmiddels het bemiddelingsorgaan Atana (de naam betekent niets) opgericht door de Amsterdamse antropoloog Rob Boonzajer Flaes, lid van de Raad voor Cultuur. Zijn adviesbureau QRA voert het werk uit en wordt met drie ton per jaar ondersteund door OCenW. Boonzajer Flaes legt uit dat hij drie problemen tegelijk oplost. ,,Besturen zijn te weinig geworteld in de samenleving, ze zijn te mannelijk en ze vergrijzen. Over vijf jaar houden veel van de huidige bestuurders er mee op, en wie neemt het dan over?'' Steeds weer benadrukt hij zijn afkeer van welzijn of goede bedoelingen. Dat allochtonen op deze manier de culturele sector worden binnengeloodst is niet meer dan een noodzakelijke inhaalslag. ,,We selecteren streng, zowel bij de deelnemers als bij de instellingen. Als iemand zegt: doe mij een netjes aangeklede neger met gepoetste schoenen, dan gaat het niet door. Ze moeten begrijpen wat wij doen. Wij bieden de instellingen de kans om kennis te maken met het nieuwe Nederland.'' De meeste deelnemers hebben al een baan in de culturele sector, en beschouwen een bestuursfunctie als een nuttige aanvulling. Atana selecteert en traint nieuwe bestuurders voor de culturele sector. Met succes: tot nu werden zeventien mensen in besturen geplaatst, bij veertig instellingen loopt een procedure voor plaatsing.

Een voorbeeld van de `personen met een dubbele culturele bagage' die via Atana een plaats kregen in een cultureel bestuur is de archeologe en musicologe Melanie Tangkau (36). Sinds 1 september zit ze in het bestuur van het Fonds voor de Podiumkunsten. Met haar eigen bureau adviseert ze over podiumkunsten en culturele diversiteit, daarnaast is ze programmeur bij het Utrechtse wereldmuziekcentrum Rasa en medewerker van Vrouw en Muziek. Bang om als `excuus-allochtoon' binnengehaald te zijn, is ze niet. ,,Ik heb genoeg zelfvertrouwen om te denken dat ze naar mijn ervaring hebben gekeken. Het heeft ook te maken met de instelling: in dit geval wist ik dat het hun beleidslijn was, diversiteit is bij het Fonds geen modegril. Een bestuursfunctie bij het Concertgebouworkest zou ik hebben geweigerd, die sfeer trekt me niet aan. Ik zie het niet als mijn missie om hun verstarde situatie te doorbreken. Het zou dom zijn als je ergens gaat zitten waar je je niet prettig voelt.''

Nog voor het aantreden van Van der Ploeg was er al een commissie Cultural Governance, op initiatief van de Amsterdamse Kunsten Coalitie en onder voorzitterschap van Melle Daamen, directeur van de Mondriaan Stichting. In een begin dit jaar verschenen rapport doet de commissie aanbevelingen voor aanpassingen van het huidige bestuursmodel. De taakverdeling tussen bestuur en directie moet duidelijker, nu fungeert het passieve bestuur te vaak als legitimatie en bediende van de directie. De controlerende taak kan beter worden ondergebracht in een raad van toezicht, zoals de verzelfstandigde rijksmusea dat hebben gedaan.

Ook de commissie Cultural Governance pleit voor een andere samenstelling van de culturele besturen. Op dit moment is de gemiddelde leeftijd 54 jaar, en de man-vrouw verdeling tachtig tegen twintig procent, zo blijkt uit hun onderzoek naar ruim vijftig culturele instellingen in Amsterdam. Van de vernieuwingsoperatie van Van der Ploeg is Daamen niet erg onder de indruk: ,,Kijk naar de Raad voor Cultuur, daar is nog maar weinig gerealiseerd van zijn doelstellingen. De besturen moeten eenmalig drastisch worden verjongd.''

Botsingen

In de culturele sector werken besturen op afstand. Binnen het bestuur zijn de taken verdeeld naar expertise: de accountant buigt zich over het jaarverslag, de advocaat wordt ingezet bij juridische problemen. Buiten het bestuur gelden de verschillende netwerken, waarbij vooral de oud-politici en topmanagers onmisbaar zijn voor de grote instellingen. In de relatie met directie of artistieke leiding is het bestuur vaak volgzaam, men bemoeit zich niet met de inhoudelijke koers van de instelling.

Een enkele keer botsen bestuur en directie, zoals onlangs bij het Filmmuseum, en dan is het meteen flink mis. Bij conflicten tussen directie en bestuur wint het bestuur altijd, want formeel is het bestuur de baas.

Met de verzakelijking van de kunsten, en de nadruk op cultureel ondernemerschap, groeit de rol van de toezichthouders. De financiële gang van zaken is bij uitstek iets voor bestuur of raad van toezicht, net als het benoemen van nieuwe directeuren. Wat dat laatste betreft is er genoeg te doen: op dit moment zijn er directievacatures bij het Filmmuseum, de Stadsschouwburg Amsterdam en het Nederlands Architectuur Instituut, en bij het op te richten Beeldinstituut Las Palmas in Rotterdam en het Fotografie Museum Amsterdam.