Vertrouwen op de sterren

De derde zoon van de Portugese koning João, Henrique, legde met gedurfde expedities de basis voor het Portugese wereldrijk en het Europese imperialisme. Een knappe studie pelt de mythe van de feiten af.

Het stond al in de sterren. Het prinsje werd geboren op woensdag 4 maart 1394, Mars stond in zijn elfde huis en het was voor de horoscooptrekkers dan ook zonneklaar dat hij tot grote daden zou komen. Het is uitgekomen: de Portugese koningszoon Henrique zou op een bijna mythische wijze de wereld ingaan. Geroemd om zijn kennis op geografisch gebied, om zijn tomeloze energie en zijn onophoudelijke initiatieven om expedities op touw te zetten. Hij zou bekend worden als de instigator van Portugese ontdekkingsreizen en daarmee ook als de grondlegger van het Portugese koloniale imperium. Zonder hem zou niet of althans veel later de zeeweg naar Azië zijn ontdekt.

In zijn volumineuze en gedetailleerde studie Prince Henry the Navigator pelt Peter Russell zorgvuldig alle mythische aangroeisels van deze in Portugal nog steeds vereerde held af en belicht hij ook diens misrekeningen en mislukkingen. Russell is een voormalig hoogleraar Hispanologie te Oxford die, sinds hij als RAF-piloot de kusten van Afrika in kaart moest brengen, geobsedeerd is door Hendrik de Zeevaarder.

Henrique, hertog van Viseu, was de derde zoon van de Portugese koning João en de Engelse Philippa van Lancaster. Portugal was, na jaren oorlog onafhankelijk van Castilië, een arm en dun bevolkt land. Niets wees erop dat het zou uitgroeien tot een wereldrijk. Niemand wist eigenlijk hoe die wereld in elkaar stak. Europa en het Nabije Oosten kende men goed en globaal wist men dat Azië een enorme omvang had. Van Amerika en Australië had nog geen Europeaan gehoord en van Afrika was de noordkust in kaart gebracht, maar hoever het zich nog zuidwaarts uitstrekte wist niemand. Wel vermoedde men een enorm christelijk rijk, het Rijk van Priester Johannes, ook wel Pape Jan genaam, dat ergens in Afrika zou liggen en dat een bondgenoot kon worden in de strijd tegen de islam: de Europeanen vanuit het noorden, Pape Jan met zijn leger van naar schatting honderdduizend, of volgens anderen één miljoen, naakte en in krokodillenhuid gehulde soldaten, vanuit het zuiden.

Het was geen gekke gedachte en men zocht dan ook intensief naar de grote baai, de Sinus Aethiopicus, ergens halverwege Afrika die diep het continent in zou snijden en waaraan het rijk van Pape Jan zou grenzen. De zoektocht naar dit christenrijk werd een van de drijfveren voor de Portugezen om de westkust van Afrika te verkennen.

Hendrik speelde in deze expansie een leidende rol. Hij had daartoe een soort wetenschappelijk centrum opgericht te Sagres in Zuid Portugal, waar alle informatie van teruggekeerde zeelieden op kaarten werd verwerkt. Ook inwoners van Afrikaanse landen werden hier naartoe gevoerd en voorzover men met hen kon communiceren ondergingen ze uitvoerige ondervragingen over hun land.

De eerste stap naar het zuiden werd gezet in 1411. De 21-jarige Hendrik had het vermetele plan opgevat om de Marokkaanse havenplaats Ceuta te veroveren. Dit plan en nog meer het doorgaan ervan was idioot. Wat moesten de Portugezen met een bruggenhoofd op de kust van Noord-Afrika? Het was een prachtgebaar in het kader van de strijd tegen de islam en zo werd de expeditie dan ook gelegitimeerd. Maar Portugal beschikte over onvoldoende schepen, manschappen en geld om zo'n invasie aan te kunnen. Wie moest dat allemaal betalen? Ondanks deze bedenkingen slaagde Hendrik erin een strijdmacht van 14.000 man op de been te brengen en een vloot van 150, veelal in het buitenland gehuurde schepen. Bovendien wist hij het doel van de hele onderneming geheim te houden. Deze armada bereikte de noordkust van Afrika, waarna de Portugezen Ceuta konden innemen: een eclatant succes, dat de jonge prins onmetelijke roem verschafte.

Tanger

Het krediet dat Hendrik zo verkregen had, gebruikte hij voor nieuwe, minder gewelddadige ondernemingen. Systematisch stuurde hij schepen uit die de westkust van Afrika moesten verkennen; steeds zuidelijker en steeds gevaarlijker. Met elke reis doemde een nieuwe kaap in de verte op. Lange tijd werd Kaap Bojador, op 26 graden NB, beleefd als een psychologische barrière. Zuidelijk hiervan begon een woeste wereld vol monsters en een extreem gevaarlijke oceaan. Toch werd ook die Kaap gerond. Behalve de kusten van West-Afrika verkenden de Portugezen ook de loop van rivieren als de Gambia en de Senegal en de eilandengroepen in de Atlantische oceaan: Madeira, de Azoren, de Canarische Eilanden en de Kaap Verdische Eilanden.

De succesvolle verkenningen hebben in de geschiedschrijving enigszins verhuld welke blunders Hendrik heeft begaan. Zo ontwierp hij zestien jaar na Ceuta het plan om het Marokkaans bolwerk Tanger in te nemen. Russell heeft veel documentatie gevonden over de oppositie tegen dit plan. Zou men al het geld en alle inspanningen, al het bloed niet beter kunnen opofferen aan de Reconquista, de herovering van het zuidelijk, door de Arabieren bezette deel van Spanje, bijvoorbeeld door een aanval op Granada? Maar opnieuw wist Hendrik alle bezwaren te overwinnen en ook nu bracht hij een ongekende invasiemacht op de been, gesanctioneerd door de paus. Het werd een complete ramp. De expeditie kon niet geheim worden gehouden. Er dienden zich minder schepen aan dan er waren besteld en van de 14.000 soldaten kwamen er achtduizend niet opdagen. Tanger was veel beter verdedigd dan men had vermoed, de bestormingsladders waren te kort, de kanonskogels te licht en de Portugezen werden ingesloten. Hun aftocht werd in een verdrag geregeld op voorwaarde dat Ceuta zou worden opgegeven. Zolang dat niet het geval was, hielden zij Hendriks jongere broer Fernando in gijzeling.

Vernederd trok Hendrik zich terug in Ceuta, waar hij wekenlang in bed bleef liggen. Ondanks aandringen van de Marokkanen, die terecht op het verdrag wezen, gaven de Portugezen de stad Ceuta niet op. Fernando kwijnde weg in een Marokkaanse cel en dat was ook toen al geen pretje. Hendrik krabbelde weer overeind. Als zestigjarige zou hij zich enigszins revancheren door de inname van een andere Noord-Afrikaanse vestingstad, Alcácer-Ceguer.

Belangrijker dan deze Noord-Afrikaanse acties waren de ontdekkingstochten. Hoe de verhouding lag tussen de verschillende motieven zoals geloofsijver, het nastreven van persoonlijke roem en van economisch gewin, is moeilijk uit te maken. Russell houdt het erop dat het kruisvaardersaspect vooral een legitimering is geweest voor zijn expedities en het geweld dat ermee gepaard kon gaan. Zo spiegelde hij de paus voor dat hij de Canarische Eilanden op de heidenen had veroverd, terwijl daar in werkelijkheid niemand woonde. Vast staat ook dat een aantal veroveringen en contacten commercieel gunstig zijn geweest en dat Hendrik een aanzienlijk percentage van de opbrengst toekwam. In Afrika kwamen de Portugezen in direct contact met de slavenhandel in de bocht van Guinee. En zo voer in 1444 het eerste Portugese schip, overbelast, met 200 slaven van Guinee naar Lissabon. Daar vond de eerste Europese slavenverkoop plaats. Er is daar een smartelijk verslag van bewaard gebleven, waarin de ooggetuige beschrijft hoe vrienden, familieleden, man, vrouw, kind uit elkaar werden getrokken. Hendrik keek toe vanaf zijn paard en kreeg een vijfde deel van deze schrijnende lading. De Canarische eilanden konden niet aan de Portugese kroon worden toegevoegd en werden Spaans. Maar Madeira, de Azoren, en ook de Kaap Verdische Eilanden wel; het werden de eerste Europese experimenten met dat verschijnsel. Het zuidelijkste punt dat tijdens zijn leven werd bereikt lag op 12 graden NB. In 1460 overleed Hendrik de Zeevaarder. Zijn stoffelijke resten werden bijgezet in het klooster van Santa Maria de Vitória in Batalha. De tombe is daar nog steeds te bezichtigen.

Karvelen

Na zijn dood zetten de Portugezen hun verkenningen van de Afrikaanse kust voort. Ze voeren naar de kust van de Congo, naar Angola met als klapstukken de tocht van Bartholomeus Dias die in 1488 tot Kaap de Goede Hoop voer en Vasca da Gama die tien jaar later via de Kaap India wist te bereiken. Langs de westkust van Afrika haddden de Portugezen nu versterkte handelsposten ingericht, de basis voor de handel in slaven, goud en ivoor. In 1500 ontdekten ze bij toeval Brazilië, zodat een intensieve Atlantische vaart tussen Europa, Afrika en Zuid-Amerika op gang kon komen. Aan de andere kant van de aardbol breidden de Portugezen inmiddels hun reusachtige netwerk uit, van Mozambique tot aan de Molukken, een imperium dat een eeuw stand zou houden. Dit had geen Portugees, ook Hendrik niet, ooit kunnen dromen.

Russels boek is een gedetailleerde studie. Hij kent de geschreven bronnen uitstekend en gebruikt ze secuur. Hij biedt een voortreffelijk inzicht in de top van de Portugese samenleving en in de dilemma's, durf en juridische en theologische overwegingen bij het voeren van deze expansieve politiek. Over de praktische kanten van de maritieme ondernemingen vertelt hij minder. Er is wel een hoofdstuk gewijd aan de karveel, een nieuw type schip waarmee de Portugezen veel manschappen of lading konden vervoeren, maar over kartografie, navigatie, militaire middelen en de financiering van al zijn projecten komt de lezer veel minder te weten.

Russell maakt van zijn hoofdpersoon geen held. Hendrik komt in dit knappe boek naar voren in al zijn onbezonnenheid, ambitie, arrogantie, commerciële hebzucht en gewetenloosheid, in de meest letterlijke zin vertrouwend op zijn goede gesternte.

Peter Russell: Prince Henry `the Navigator'. A Life. Yale University Press, 448 blz. ƒ83,40