Thomas Houseago

Hij is een jonge Britse kunstenaar uit Leeds die de kunstacademie in Londen volgde. Maar met de Young British Art, de kunst van de generatie hippe en recalcitrante Engelse kunstenaars die dankzij de steun van verzamelaar Charles Saatchi de wereld veroverde, heeft zijn werk niets te maken. Thomas Houseago (1972) is een bloedserieuze, haast conservatieve kunstenaar. Hij maakt beelden van menselijke figuren in klei en gips, zoals kunstenaars dat al eeuwen doen. Dat klinkt misschien niet erg bijzonder, maar in een tijd dat iedere jonge kunstenaar zich lijkt uit te drukken in fotografie, video of installaties, is de rasechte beeldhouwer een met uitsterven bedreigde soort geworden. Thomas Houseago is, zoals hij zelf onlangs in een interview zei, een van de laatste echte beeldhouwers van zijn generatie.

Toen hij begin jaren negentig afstudeerde aan het St. Martins College of Art, wilde Houseago maar één ding: zo snel mogelijk weg uit Londen, de trendy stad waar termen als beeldhouwkunst en schilderkunst nog net niet als scheldwoorden werden opgevat. Hij kwam naar Amsterdam om aan de Ateliers te studeren, en verhuisde vervolgens naar België. Daar werkt hij nu in alle eenzaamheid, in een koud en tochtig atelier ver van de bewoonde wereld, aan zijn uitdijende leger van gipsen reuzen.

Wanneer je zijn beelden bekijkt, begrijp je waarom Houseago zich niet thuisvoelde in het Engelse kunstklimaat. Want terwijl de kunstwerken van artiesten als Damien Hirst, Jake en Dinos Chapman en Gary Hume net zo agressief en gelikt zijn als de reclamecampagnes van Saatchi, zien de beelden van Houseago er sober en onafgewerkt uit. Stukken staal of rafelige lappen juten steken onder de gipslaag uit, en vaak missen de figuren diverse ledematen. De sculpturen van Houseago lijken afkomstig uit een ander tijdperk. Met hun klassieke houdingen herinneren ze aan de beelden van Romeinse keizers of aan de David van Michelangelo. Soms doen ze, in al hun onvolledigheid, ook denken aan half verteerde veenlijken, of aan anatomische modellen waarvan de huid is afgestroopt.

In Galerie Fons Welters staan Houseago's beelden als woeste krijgers door de ruimte verspreid. Titels of namen hebben deze mutanten niet, net zomin als ze in het bezit zijn van een gezicht of geslacht. Het gaat de kunstenaar vooral om het uitdrukken van specifieke houdingen. Het ene beeld staat met de armen en benen gespreid, als een keeper die wacht op de strafschop, terwijl een andere figuur dubbelgeklapt staat, klaar voor een bokkensprong.

Wat Houseago goed begrepen heeft en wat de kunstenaar waarschijnlijk heeft afgekeken van beroemde voorgangers als Michelangelo en Rodin is dat een beeld niet af of compleet hoeft te zijn om zeggingskracht te hebben. De meeste van zijn sculpturen zijn niet meer dan een dunne schil. Het zijn uitgewerkte fragmenten, van een prachtig geribbelde buik of een gekromde rug bijvoorbeeld. Maar juist in die primitieve eenvoud schuilt de kracht van zijn werk, zoals ook een Afrikaans masker onbeholpen en mooi tegelijk kan zijn.

Thomas Houseago kiest voor de moeilijke weg. Terwijl veel van zijn tijdgenoten hun handen niet meer vuil willen maken aan aardse materialen en daarentegen de muis van de computer gebruiken voor hun kunstwerken, blijft deze Engelsman onhandelbare en arbeidsintensieve beelden maken. Populaire kreten uit de hedendaagse kunstwereld als `reageren op de snelle beeldcultuur of `het contact met het publiek opzoeken zijn hem vreemd. ,,Ik begrijp wel dat mijn werk wordt gezien als een afwijking, een perversie zelfs,'' zei de kunstenaar onlangs in HP/De Tijd. ,,Mijn werk is een slag in het gezicht van alles wat productief, efficient en rendabel is. Maar het is nu eenmaal wat ik graag wil doen.''

Houseago is niet alleen de laatste echte beeldhouwer, hij is ook een van de weinig overgebleven romantici.

`Something to be, beelden van Thomas Houseago. T/m 25 nov in Galerie Fons Welters, Bloemstraat 140, Amsterdam. Di t/m za 13-18u.