Snelheid als enige deugd

`Matt Drudge is the only reporter ever to be sued by The White House', staat er op de achterflap van The Drudge Manifesto. Het is een uitspraak die volgens zijn critici precies aangeeft wat er mis is met internetjournalist Matt Drudge. Goed, Drudge is wegens laster aangeklaagd door Sidney Blumenthal, een inmiddels voormalig adviseur van president Clinton, maar dat kun je slechts met een flinke dosis overdrijving uitleggen als een rechtszaak aangespannen door het Witte Huis.

Matt Drudge is de man achter het infame en zeer populaire Drudge Report, een verzameling links naar columnisten, kranten en nieuwsberichten elders op het web aangevuld met eigen verslaggeving. Drudge vindt dat artikelen op het web niet langer mogen zijn dan 500 woorden. Als een verhaal te lang is, haken de mensen af. Maar die – zelfopgelegde – belemmering begon een beetje te knagen. Vandaar dit boek, waarin hij een langer verhaal wil vertellen.

Maar wat dat langere verhaal (dat overigens in samenwerking met een ghostwriter is geschreven) dan precies behelst, is na lezing van het Drudge Manifesto verre van duidelijk. Het boek is deels een aanklacht tegen de mainstream media, deels memoire, deels gênante zelfverheerlijking en deels een pamflet waarin de loftrompet wordt gestoken over de revolutionaire mogelijkheden van internet in het vergaren en verspreiden van nieuws.

Hijgerig

Wie hoopt enig diepgaand inzicht te verkrijgen in leven, denken of werkwijze van de bekendste journalist van internet komt bedrogen uit. De inhoud bestaat voor de helft uit oude afleveringen van zijn Drudge Report, een hoop paginagrote enen en nullen, een uitgebreide transcriptie van een lezing voor de prestigieuze National Press Club, een lijstje favoriete bookmarks en dertig pagina's fanmail. Drudge is geen boekenschrijver. De hijgerige, opgeklopte en hortende schrijfstijl die op zijn website soms zo vermakelijk kan zijn, werkt in een boek niet.

Drudge's voornaamste kracht is snelheid. De `internet news maverick' zoals hij zichzelf noemt, heeft heel wat primeurs op zijn naam staan. Vol trots dist hij die scoops nog eens op. Maar in een boek, gespeend van de actualiteitswaarde die ze ooit hadden, maken ze weinig indruk. Hij neemt nooit de tijd om iets uit te leggen of een gedachte met argumenten te onderbouwen.

Hoe Drudge de scoop van zijn leven bemachtigde - de onthulling dat Newsweek het nieuws over Clintons verhouding met Monica Lewinsky niet zou publiceren - is typerend voor zijn werkwijze. Newsweek twijfelde wekenlang of het explosieve verhaal gepubliceerd moest worden. Drudge kreeg er lucht van en ging ermee aan de haal. In zijn boek weidt hij voor het eerst uit over de achtergrond van de affaire. Zo lezen we dat Drudge al maanden voordat de zaak aan het licht kwam van anonieme bronnen van het verhaal hoorde, dat hij uiteindelijk al zijn informatie verkreeg van de literair agent Lucianne Goldberg (een vriendin van Linda Tripp), dat hij zich dagen lang opsloot in zijn appartement omdat hij bang was dat de secret service hem iets zou aandoen en dat hij alle voors en tegens van de onthulling besprak met zijn kat.

Die reconstructie is het meest interessante deel van het boek. Als Drudge begint over zijn stokpaardje – de corruptie en hypocrisie van de Amerikaanse media – klinkt hij als een verongelijkt jongetje. Drudge is onder Amerikaanse journalisten een omstreden figuur. Aan de ene kant maakt hij zich daar boos om, aan de andere kant vindt hij die aandacht van beroemde `collega's' prachtig. Gloeiend van trots vertelt hij hoeveel hits hij op zijn website krijgt vanaf de domeinen van The New York Times en CNN. De voornaamste kritiek die het Amerikaanse journaille op Drudge heeft, betreft zijn onzorgvuldige werkwijze. Beroemd is zijn uitspraak dat zijn berichtgeving `voor 80% accuraat' is. Regelmatig maakt Drudge miskleunen. De bekendste is zijn bericht over de eerder genoemde Sidney Blumenthal. Drudge berichtte ooit dat Blumenthal zijn echtgenote zou hebben mishandeld. Het verhaal bleek niet te kloppen en Drudge corrigeerde het na 12 uur. Het was een klassiek Drudge-incident. Hij was te gemakkelijk met zijn anonieme bronnen omgegaan. Maar zoals Drudge min of meer aannemelijk maakt in zijn Manifesto, verschilt hij niet zo veel van gerespecteerde journalistieke instituten. Hij wijst op de Richard Jewell- affaire. De beveiligingsbeambte werd door onder meer NBC en CNN als schuldige van de bomaanslag tijdens de Olympische Spelen in Atlanta aangewezen, maar die beschuldiging moest allengs weer worden ingetrokken. Zo'n beetje elke grote nieuwsorganisatie maakt zo nu en dan blunders maar niemand die ze dat consequent blijft aanrekenen. Waarom blijf ik dan als onbetrouwbaar gelden, jammert Drudge in zijn boek.

Vitriool

Een ander punt van kritiek is dat Drudge uitsluitend in sappige schandaaltjes is geïnteresseerd. Zo had hij vorige maand nog een `world exclusive' waarin hij meldde dat het tijdschrift Rolling Stone de bobbel in de broek van Al Gore op de coverfoto had weggeretoucheerd. Veel journalisten halen de neus op voor zulke `nieuwtjes'. Maar feitelijk verschilt deze neiging voor vulgair nieuws weinig van de vele tabloids in de Verenigde Staten. Serieuze journalistiek is het misschien niet, maar het rechtvaardigt geenszins de hoeveelheid vitriool die Drudge over zich heen gestort krijgt.

Het grootste probleem met Drudge is niet eens zozeer zijn onzorgvuldigheid of roddelzieke neigingen, alswel het feit dat hij volslagen partijdig is. Ondanks zijn bravoure en geklets over hoe internet het nieuws gaat veranderen, is hij een reactionair van het zuiverste water. Zijn conservatisme is onverhuld en zijn berichtgeving meer dan gekleurd. Het zijn altijd de Democraten die het moeten ontgelden. Republikeinen zijn kennelijk geheel gespeend van corruptie en seksuele driften. Een goede journalist, ook een die zich specialiseert in roddel en spectaculair nieuws, moet voorkomen dat hij spreekbuis wordt van één partij. Hij moet zijn pijlen op iedereen richten. En dat is precies waar Drudge hopeloos faalt.

Matt Drudge en Julia Philips: The Drudge Manifesto. New American Library, 256 blz. ƒ65,55