Plasterk

In de bijlage Boeken van 13 oktober bespreekt A.J.Dunning de bundel columnsLeven uit het lab van Ronald Plasterk zonder voorbehoud positief. Ditvoorbehoudsloze positieve oordeel is niet terecht, want in minstens tweevan deze columns bespot Plasterk anderen, hun werk en hun ideeën opbasis van tendentieus weergegeven citaten en parafraseringen.

In `Niet racistisch maar wel idioot', blz. 148, stelt Plasterk tenonrechte dat Rudolf Steiner `had geschreven dat zwangere blanke vrouwenwerd afgeraden negerromans te lezen, want dan zouden zemulattenkinderen kunnen krijgen'. Steiner heeft dit echter nooitgeschreven. Het citaat komt uit een transcript van een lezing voorongeschoolde arbeiders, buiten verantwoordelijkheid van Steiner gemaaktdoor een ondeskundige. Dit onderscheid is essentieel voor goed begripvan Steiners werk, maar Plasterk heeft slechts `wel eens geprobeerd eriets van te lezen ... maar voor zover er een touw aan vast te knopen is,is het totale onzin', zoals hij op blz. 149 specificeert. Dat is een tesmalle basis voor een scherp negatief oordeel zoals hij in deze columndebiteert.

In `Ethiek uit de onderbuik', blz. 227-229 bekritiseert hij een artikelvan twee filosofen over filosofisch-antropologische aspecten vanxenotransplantatie en daarmee samenhangende risico's. Daarin bespot hijonterecht hun betoog door hun argumentatie tegen transplanteren vanorganen van dieren op één lijn te stellen met argumenten in verband methet inzetten van kunststofproducten; maar de criticus die dit verschilveronachtzaamt, spreekt over iets essentieel anders dan de beidefilosofen.

Het is Plasterks goed recht mee te doen in het filosofischeen ethische debat over de toepassingen van de genetica, maar dit isalleen zinvol voor zover hij er blijk van geeft het idioom waarin ditdebat gevoerd wordt te kennen, en te kunnen en willen hanteren. Wat ditbetreft schiet Plasterk dus tekort.