PAPERBACKS

De dichtkunst volgens Christopher Reid

Dichters zijn geen verhalenvertellers. En als er in een gedicht al een verhaal wordt verteld, is dat meestal ondergeschikt aan een diepere waarheid. Een verzamelbundel met de ondertitel 101 korte verhalen in dichtvorm maakt dus nieuwsgierig. Te meer daar de samensteller Christopher Reid zijn inleiding opent met: `This is not an orthodox collection of narrative verse'. Beroemde lange epische gedichten zijn daarom niet in de bundel opgenomen, maar er staat wel veel poëzie in die meestal niet als verhalend wordt gezien.

Het resultaat is een verzameling gedichten waarvan de stijl verhalend is maar veel compacter dan proza. Het mooiste voorbeeld daarvan is `The Last Words of My English Grandmother' van William Carlos Williams. Scheldend en tierend op het ambulancepersoneel wordt een oude vrouw naar het ziekenhuis gebracht. Op weg daarheen ziet ze iepen langs de weg: `What are all those/ fuzzy-looking things out there?/ Trees? Well, I'm tired/ of them and rolled her head away.'

Verrassender, maar niet per se beter, is de aanwezigheid van verschillende romantische en lyrische gedichten. Gedichten van bijvoorbeeld John Keats of Wallace Stevens krijgen een heel andere betekenis wanneer ze in de eerste plaats op hun verhalende inhoud worden gelezen. Maar waarom niet? Waarom, zo vraagt Reid zich in de inleiding terecht af, zou de verrassende verhaalwending voorbehouden zijn aan de roman of de film?

Christopher Reid: Not to Speak of the Dog.

Faber and Faber, 176 blz. ƒ29,95

De geschiedenis van de 36ste Vermeer

Het hoofdpersonage in Girl in Hyacinth Blue is een schilderij: een portret van een meisje dat naar buiten staart, met een naaimandje en een glas melk op een tafeltje. Iedereen houdt van het meisje. De wiskundeleraar die het schilderij van zijn vader heeft gekregen toen deze in 1940 joden op de treinen zette; het joodse meisje dat het in 1940 cadeau kreeg; de man die er zijn eerste liefde in herkent en eigenlijk iedereen die het in zijn bezit heeft gehad vanaf het moment dat het werd gemaakt. De opzet is enigszins vergelijkbaar met die van Alex van Warmerdams film De jurk, maar in dit geval met een vermeend schilderij van Vermeer in de hoofdrol.

35 Schilderijen zijn er aan Vermeer toegeschreven. Susan Vreeland fictionaliseert in haar roman het bestaan van een 36ste exemplaar, `Girl With a Sewing Basket'. Het zou alle kenmerken hebben van een echte Vermeer, maar helaas is het niet gesigneerd en zijn de echtheidspapieren verloren gegaan. In het begin van de roman wordt dan ook gesuggereerd dat het hier om een vervalsing gaat, maar naarmate het verhaal vordert, wordt steeds vaker de schijn gewekt dat het een echte Vermeer is.

Toen de roman verscheen, ontving Vreeland er verschillende prijzen voor. De recensies waren lovend, vooral omdat het Hollandse landschap er zo prachtig in werd beschreven, de Nederlandse geschiedenis er zo mooi in verweven was en de lichtheid van Vermeers schilderijen in het proza zou zijn terug te vinden. Maar dat is toch niet waar de roman het uiteindelijk van moet hebben – de beschreven landschappen zijn standaard, de Nederlandse historie doet op de Tweede Wereldoorlog na nauwelijks terzake en licht is het proza van Vreeland maar nauwelijks. Het boeiende gegeven zit hem vooral in de manier waarop de verschillende bezitters van het schilderij ernaar kijken en er hun eigen invulling aan geven. Iedereen verbindt er zijn lot aan, behalve de schilder zelf. Wanneer de dochter door haar vader wordt geportretteerd, beseft ze opeens `that he looked at her with the same interest he gave the glass of milk'. Iedereen heeft een speciale band met het meisje op het schilderij, behalve de maker zelf. Treurig, maar mooi is dat.

Susan Vreeland: Girl in Hyacinth Blue. Penguin Books, 242 blz. ƒ29,95

Historische soap van Edward Rutherfurd

Edward Rutherfurd (ps. van Francis Edward Wintle) beschrijft in zijn historische roman The Forest een voor zijn doen beperkt tijdsbestek, een kleine duizend jaar slechts. In zijn door veel critici bejubelde voorgangers Sarum en London werd nog respectievelijk 10.000 jaar en 2000 jaar historie geschetst. Evenals in de voorgaande boeken draait het ook in The Forest om een gebied, namelijk een woud dat door Willem de Veroveraar werd bebost als koninklijke jachtgrond.

De historie van in totaal negen families begint in 1099 met de dood van Rufus, de oudste zoon van Willem de Veroveraar. Vervelend genoeg krijgt Rufus, al dan niet per ongeluk, een pijl in zijn oog, afgeschoten door een van zijn medejagers tijdens de hertenjacht.

Liefde, verraad, moord en doodslag komen allemaal aan bod in deze geschiedenissoap. Maar behalve de familiebeslommeringen wordt ook het grotere geheel geschetst. Vlot en adequaat plaatst Rutherfurd de familietragedies in de tijd. Zo wordt bijvoorbeeld in een paar zinnen de ruzie tussen koningin Mary en het Engelse parlement over haar voorgenomen huwelijk weergegeven: `When she decided to marry the most Catholic king of mighty Spain and the English Parliament protested, she told them it was none of their business. And then, of course, she burned several hundred English Protestants.' Vervolgens wordt uitgelegd dat `the Christian community had developed an extraordinary appetite for burning human beings alive and it was fashion that lasted for several centuries'.

Zonder dat de lezer nu allerlei historische details op het bord krijgt, wordt toch op een knappe manier 1000 jaar historie weergegeven. Maar wie The Forest ter hand neemt, moet wel van familiegeschiedenissen houden en plezier hebben in het veelvuldig raadplegen van stambomen.

Edward Rutherfurd: The Forest.

Century, 601 blz. ƒ42,95

De caleidoscoop van Ciaran Carson

Het was stormachtig in de Golf van Biskaje. De kapitein en zijn matrozen zaten rondom het vuur. Een van de matrozen zei: kom kapitein, vertel eens een verhaal. En de kapitein begon: het was stormachtig in de Golf van Biskaje. De kapitein en zijn matrozen...

Het is een illustratief begin, maar ook een passend slot voor een boek waarin vertellen centraal staat. Op elk moment begint er iemand aan een verhaal maar op hetzelfde moment wordt dat verhaal weer afgebroken met de belofte van de verteller dat hij de volgende dag, of de volgende maand verder zal gaan.

De Ierse dichter Ciaran Carson heeft Fishing for Amber opgedragen aan zijn vader, die in het boek de rol van meesterverteller heeft. Van hem zijn de verhalen van de kapiteins rondom het vuur, en ook het verhaal over Jack the Lad, een reiziger die zijn verblijf in de herberg dagelijks met een nieuw verhaal moet `betalen', een soort eenmans-Canterbury Tales.

De verhalen zijn ontleend aan de Ierse folklore, de Nederlandse zeventiende-eeuwse geschiedenis, kunst, kunstvervalsing (Han van Meegeren), Griekse en Romeinse mythologie. Deze vertellingen gaan alle kanten op. Illustratief is de veelzijdige rol die amber (of barnsteen) speelt. Het is de kleur van de lucht op de vergezichten van Hollandse meesters, maar ook de fossiele stof waarvan kostbare juwelen worden gemaakt; amber speelt een belangrijke rol in de politiek en religie van de zeventiende eeuw. Hoe uiteenlopend het onderwerp ook is, er is altijd een plek voor amber.

Fishing for Amber is geen roman, maar een `lang verhaal', volgens de titelpagina, waarbij alles, tot en met het opsteken van de (met amber ingelegde) pijp, in het teken staat van de verteltechniek. De associaties zijn onnavolgbaar. Het onderwerp kan binnen twee bladzijden verschuiven van een trompe l'oeil-afbeelding van een pijp naar de tabaksfamilie Reynolds via Keats, naar Ovidius' Metamorfosen. Het geheel is een caleidoscopisch juweel van verhalen, gedichten, informatieve passages, mythes en veel opsommingen.

Fishing for Amber laat zich nog het best vergelijken met beelden uit het boek zelf: het is als de microscoop waarmee Antoni van Leeuwenhoek het krioelende leven in een waterdruppel zag, en tegelijk als de camera obscura met behulp waarvan Vermeer zijn vergezichten maakte. Samenvatten laat het zich op geen enkele manier, maar Fishing for Amber is een betoverend boek.

Ciaran Carson: Fishing for Amber. Granta Books, 360 blz. ƒ33,95

Eerder als hardback besproken in deze krant:

Roddy Doyle: A Star Called Henry. Vintage, 343 blz. ƒ26,95

`Eerste deel van een nieuwe trilogie, The Last Roundup, waarin het vroegwijze straatschoffie Henry Smart zijn levensverhaal vertelt. Deze historische schelmenroman vol bijtende sociale en politieke kritiek, en gelardeerd met uitzinnige humor, is verreweg zijn meest ambitieuze boek tot nu toe, en geeft een ontnuchterend beeld van de Ierse geschiedenis in de twintigste eeuw.' (Corine Vloet, Boeken 17.09.99)

John Lanchester: Mr Phillips. Faber, 247 blz. ƒ42,60

Op een warme julimorgen verlaat een accountant zijn woning om naar zijn werk te gaan. Hij is ontslagen en loopt doelloos door de stad. `Hij is een opmerkzame auteur met een prettige stem, maar maakt hij het zich niet te makkelijk? Moeilijk is het niet, de aantrekkelijkheid voor de lezer die er niet te streng voor is, is dat wij er onze eigen verloren uren en verlopen dagen in herkennen. Phillips, c'est moi.' (J.J. Peereboom, Boeken 31.03.00)