Ontploffingsgevaar Enschede voorzien

Meer dan vijftien minuten voor de fatale explosie bij vuurwerkbedrijf SE Fireworks in Enschede was het verschillende hulpverleners duidelijk dat het bedrijf zou ontploffen. Dat blijkt uit de reconstructie van de ramp door acht verschillende rijksinspecties, die vandaag door minister De Vries van Binnenlandse Zaken is vrijgegeven. De rapporten zijn te vergelijken met logboeken waar om de zoveel minuten korte mededelingen in worden vastgelegd.

Om 15u19 belt een agent met het regionale meldcentrum van de politie: ,,Er dreigt hier ontploffingsgevaar.'' Om 15u25 belt een ambulanceverpleegkundige met de Alarmcentrale van de ambulancedienst ,,dat een vuurwerkopslag de lucht ingaat''. In het feitenrelaas staat bij dat tijdstip verder dat ,,een politiefunctionaris van een burger (vermoedelijk iemand van SE Fireworks) te horen'' kreeg: `Zorg dat je de mensen hier weg hebt. Want als het knalt, knalt het hard.'

Op dat moment bevinden zich voor de ingang van het bedrijf aan de Tollensstraat honderden nieuwsgierigen. De brandweer op het terrein meent dan nog dat ze de zaak onder controle heeft.

Om 15u27 roept de meldkamer op het publiek achteruit te dringen naar de Roomweg. Tweeëneenhalve minuut later zeggen agenten dat de Roomweg, de Nieuwluststraat en de Kievitstraat zijn afgesloten. Om 15u36 volgt volgens het feitenrelaas de fatale explosie: `detonatie bij SE Fireworks'. De wijk wordt grotendeels weggevaagd en 22 bewoners komen om.

In het feitenrelaas is niets terug te vinden van de bewering van Fireworks-eigenaar Bakker, die samen met de politie vlak voor de explosie omwonenden zou hebben gewaarschuwd. Wel staat in een van de rapporten dat de afdeling bijzondere wetten van de politie eind 1995 al vast stelde dat bij het vuurwerkbedrijf Smallenbroek (voorloper van Fireworks) ,,ene B. werkt die zwart/illegaal vuurwerkgebeuren regelt''. In oktober van datzelfde jaar waren volgens de politie ,,vele zwarthandelaren uitgenodigd door de firma S. om naar groot vuurwerk te komen kijken''.

Hoe groot de verwarring was na de ontploffing op 13 mei van dit jaar blijkt ook uit het volgende. Vijf minuten na de klap belt een politieman naar de informatiedesk van het regionale meldcentrum en vraagt ,,of het giftig is''. ,,RMC: antwoord `Nee, niet giftig'.'' Eén minuut later belt de RMC met de brandweer ,,en vraagt of er giftige stoffen vrijkomen''.

De ,,asbestproblematiek'' speelt voor de bestuurders en commandanten in de beleids- en crisiscentra in de dagen na de ontploffing als een lastige stoorzender overal doorheen. Want hoe zit het daar nu precies mee? Burgemeester Mans vraagt er op de avond van de ramp naar, om 23.30. En vanaf dat moment wordt het ,,asbestgevaar'' steeds groter. De brandweercompagnie IJssel-Vecht constateert om 23.30 uur asbest in ,,de zuidelijke sector'' van het rampgebied. Een kwartier later, zo blijkt uit deel 5 van het feitenrelaas, vraagt het Rampen Identificatieteam (RIT) advies over asbestontsmetting.

In de nacht van 13 op 14 mei wordt de medisch leider van het rampenteam afgelost met de boodschap dat het asbest ,,een gering probleem is wegens eenmalige blootstelling'' en omdat puin en asbest worden nat gehouden. In de ochtenduren laat de GGD weten dat men precies in kaart gebracht wil hebben waar asbest is vrijgekomen. Om zeven uur zondagmorgen wordt asbest gevonden in de buurt van de vuurwerkopslag. Terwijl de Arbeidsinspectie beschermende pakken wil, werkt de afdeling voorlichting van de gemeente aan het ,,asbestvoorlichtingsverhaal''. Brieven van de GGD worden door de persvoorlichters ,,tegengehouden'', ook advertentieteksten voor de bewoners kunnen volgens `voorlichting' niet door de beugel. Om zes uur maandagmorgen is het asbestprotocol van kracht geworden: voor iedereen verplicht. Een dag later wordt zelfs het dragen van beschermende witte pakken voorgeschreven. Bewoners mogen het gebied nog niet in wegens het asbestgevaar, óók niet in busjes. de Arbeidsinspectie blijft hameren op betere bescherming voor iedereen die in het rampgebied werkt. Vrijdag 19 mei, een week na de ontploffing, is de onenigheid over het asbestgevaar nog even groot. De Arbeidsinspectie zegt de veiligheid van de hulpverleners niet te garanderen, waarop het commandoteam iedereen uit het getroffen gebied terugtrekt.

In zijn brief aan de Tweede Kamer schrijft minister De Vries dat bij de reconstructie niet gestreefd is om context aan te brengen en dat `thans' geen conclusies kunnen worden getrokken. Daarmee wacht hij tot het rapport van de commissie-Oosting.

DOSSIER ENSCHEDEwww.nrc.nl