`Literatuur is geen sprookjesuniversum'

De Franse critica Pascale Casanova beschreef in bijna vijfhonderd pagina's de wereldrepubliek der letteren, `een historische, geografische en economische machine' om orde te scheppen in de literaire boekenberg. ,,De roman is dood''.

In 1985 schreef de socioloog Abram de Swaan in deze krant (later opgenomen in zijn boek Het lied van de kosmopoliet), dat een wereldgemeenschap weliswaar nog niet bestond, maar dat een wereldbeschaving zich aankondigde in het recht en in de wetenschap. Er was wel al sprake van een wereldcultuur: die van de muziek, die vrijelijk de wereld rondging en zich naar hartelust verrijkte met alle mogelijke nieuwe bronnen en invloeden. Hetzelfde gold, zo meende De Swaan, voor advertenties, videoclips en voor de van oudsher internationale schilderkunst. Maar, zo vroeg hij zich af, gebeurde er ook zoiets in de literatuur? Nee, of een beetje, luidde zijn antwoord in 1985. Ja, en hoe, zegt Pascale Casanova vijftien jaar later, in haar boek La république mondiale des lettres. Daarin verwijst ze onder andere naar recente publicaties van De Swaan.

Pascale Casanova, een pittige docteur des lettres van begin veertig met Corsicaanse voorouders, houdt van duidelijkheid en neemt geen blad voor de mond. Ze maakt al vijftien jaar literaire radioprogramma's en leest gemiddeld tien boeken per week. Ze promoveerde in 1997 op Beckett l'abstracteur, de aanloop tot het erudiete, duizelingwekkende, bijna vijfhonderd pagina's tellende, inspirerende en omstreden La république mondiale des lettres. Het verschijnt binnenkort ook in een Amerikaanse vertaling, ,,bij dezelfde uitgever als Edward W. Said'', vertelt ze tijdens ons gesprek in het Maison Descartes, niet zonder trots. ,,Dat geeft al aan dat mijn boek in zekere zin ook een politiek boek is.''

Politiek, sociologisch, analytisch, vergelijkend, provocerend, origineel, diepgaand, ideeënrijk, kritisch en aanvechtbaar – het is allemaal van toepassing op het boek dat Casanova in eerste instantie schreef uit onvrede met de chaotische, structuurloze boekenberg waarin ze als literair critica haar weg moest vinden. ,,In plaats van een panier percé (letterlijk een doorboord mandje, md) te zijn, wilde ik begrijpen hoe de wereldliteratuur in elkaar zit. Waarom schrijft iemand, waarom kiest hij die vorm en die taal? Ik wilde een model vinden waar alle schrijvers in zouden passen. Dat werd de wereldrepubliek der letteren. Ik heb een historische, geografische, economische machine geconstrueerd om over de inhoud van teksten te spreken. Literatuur is geen sprookjesuniversum, geen koninkrijk van pure schepping, waarin auteurs, in volledige vrijheid, vreedzaam hun boeken schrijven en waarin ze erkend worden, omdat ze `groot' zijn.'' Nee, de internationale literaire republiek van Casanova is een economie zoals alle andere, met haar eigen wetten, haar eigen hiërarchie, haar eigen concurrentie en haar eigen gewelddadigheid. Met een eigen geschiedenis en geografie. Met literaire hoofdsteden en provincies die van haar afhankelijk zijn en die hun aanzien ontlenen aan hun esthetische afstand tot die hoofdstad.

Bankwezen

De literatuurgeschiedenis van Casanova is er één van rivaliteit, van strijd, van manifesten, van revoluties en van krachtmetingen, met als inzet de wereldliteratuur, die zich, tegen alle politieke, nationale, taalkundige en commerciële belangen in, verder ontwikkelt. In het eerste deel van haar boek legt Casanova haar theorie uit en plaatst ze deze in een gedegen historisch perspectief. In het tweede treedt ze meer in detail en bespreekt ze de `geassimileerden' (Naipaul, Michaux, Cioran, Ramuz), de `vertaalden' (zoals Kafka, Macounaïma, Dongola, Kourouma, Chaimoiseau) en de `revolutionairen' (onder anderen Dante, Joyce, Roth, Vargas Llosa).

Het vocabulaire van haar literaire republiek ontleende Casanova aan dat van het bankwezen. Ze spreekt van `literair kapitaal', van de `beurs van literaire waarden', `literair krediet' of van de `literaire economie'. Waarom? Casanova: ,,Ik had een gereedschapskist nodig en heb mijn instrumenten gezocht bij Fernand Braudel, bij Abram de Swaan, bij Valéry Larbaud en Paul Valéry. Het idee van een niet-economische economie, van een symbolische economie, ontleen ik aan Pierre Bourdieu. Valéry, een genie, heeft als eerste nagedacht over het functioneren van de cultuur en de literaire wereld. Er in die termen over spreken was de enige manier om de betovering te verbreken. Vreemd genoeg besef je dan dat iedereen spreekt in beursgerelateerde termen van `spiritueel goud' of `literaire rijkdom'. Men denkt dat dat een metafoor is, maar dat is het dus niet.''

In haar boek betoogt Casanova dat er in de wereldliteratuur sprake is van een voortschrijdende éénwording, niet te verwarren met de term globalisering. Ook stelt ze vast dat er in de wereldrepubliek der letteren behoefte is aan een maatgeving, een onomstotelijk vaststaand, alom erkend literair ijkpunt, aan de hand waarvan bepaald kan worden of een schrijver `modern' is, `avantgardistisch' of `academisch'. Casanova introduceert dan ook de `literaire meridiaan van Greenwich' als standaard voor het afmeten van de afstand die ex-centrische literatoren en literaturen scheidt van `le présent'of `la modernité' – die zich bevindt: in Parijs. Parijs, onderstreept Casanova zo vaak dat het bijna ergerlijk wordt, is de meest kapitaalkrachtige literaire hoofdstad en was, zeker tot in de jaren zestig, het centrum van de autonome wereldliteratuur. ,,Ik kan moeilijk over de dominantie van Parijs spreken, zonder nationalistisch te lijken – terwijl ik dat niet ben. Feit is dat Parijs over een enorm kapitaal beschikt aan schrijvers, uitgevers, vertalers, acteurs, critici, tussenpersonen en literatuurliefhebbers. Londen erkent als ijkpunt alleen schrijvers in de Engelse taal: Naipaul, Rushdie, Ben Okri en nog veel meer fantastische auteurs. Eigenlijk is de Engelse roman vernieuwd dankzij schrijvers uit dat immense imperium. Frankrijk heeft een lange traditie van vertalingen. Er wordt heel veel uit `kleine', `gedomineerde' talen vertaald. Parijs is de hoofdstad van de kleine literaturen. Parijs kent een aan Londen tegenovergesteld mechanisme: het erkent Franstalige schrijvers niet of nauwelijks. Auteurs als Elfriede Jelinek, Thomas Bernhard of Danilo Kis zijn in Parijs gemaakt, maar op Marokkanen, Algerijnen, Afrikanen, Belgen, québécois en Zwitsers wordt er neergekeken. Ze worden snobistisch als provincialen beschouwd.''

Hoofdsteden

Zou er niet een netwerk van literaire hoofdsteden kunnen bestaan? Casanova: ,,Ik ontken niet dat er taalkundige en culturele regio's zijn. China overheerst het Aziatische gebied, Zweden het Scandinavische, Duitsland het Oost-Europese en Engeland zijn immense ex-koloniale imperium. Ieder gebied heeft zijn eigen ijkpunten, zijn eigen tussenpersonen en dominante en gedomineerde talen en literaturen. De these van mijn boek is dat de literatuur langzamerhand één wordt. Ieder rivaliseert met de ander en de inzet is de universele literatuur. Als je niet vecht, doe je niet mee aan het spel. Ik vind dat de Nobelprijs voor de Chinees Gao Xingjian, vanuit het gezichtspunt van de republiek van de wereldliteratuur, een grote gebeurtenis is. Het is de eerste keer dat wij hier in het westen erkennen dat de Chinezen bestaan. Het is weliswaar een Chinees uit Parijs, maar toch: hij is in China geboren, schrijft in het Chinees en heeft een ingewikkeld leven in China achter de rug. Het was de laatste, grote literatuur die niet met de andere concurreerde: er was die muur. Xingjian is een soort tussenpersoon tussen het westen en het oosten. In 1980 heeft hij in China een essay gepubliceerd, waarin hij beschreef wat er in het westen gebeurde: hij legde de moderne romantechnieken uit, sprak over Faulkner, Woolf en Joyce. Zijn essay veroorzaakte een grote schok. Dat maakt hem erg interessant voor mijn model.''

Wat vindt Casanova van de huidige Franse roman? ,,Die interesseert me niet zo. Ik zie meer in de universele poëzie. De Franse poëzie van dit moment is brutaal, grappig en stellig. Ik houd van formalistische literatuur. Literatuur is vorm. Wat uit de ingewanden komt, uit het diepst van de ziel, interesseert me niet. De roman als vorm heeft afgedaan. Dat genre is zo ongelofelijk aan inflatie onderhevig: iedereen kan er tegenwoordig wel één produceren. Nee, de roman is dood.''

Pascale Casanova: La République Mondiale des Lettres.

Ed. du Seuil. ƒ77,40