Limburgse priesters hebben het te druk

Limburgse priesters hebben het drukker dan ooit. Herindeling van kerkgenootschappen en personeelsgebrek veroorzaken stress.

René Pisters (36) heeft een moeilijke periode achter de rug. Hij is sinds twee jaar pastoor in Heerlen en één van de 342 parochiepriesters in het Bisdom Roermond die last hebben van hoge werkdruk. Voortdurende herstructurering van zijn groeiende parochie, inmiddels 12.000 mensen, bezorgden Pisters problemen: ,,Op een gegeven moment breekt het je op.''

Ora et labora. De oude spreuk ,,bid en werk'' van de middeleeuwse benedictijnen krijgt voor veel moderne priester een zure bijsmaak. Door het afnemende aantal priesters worden omvangrijkere en zwaardere taken over de priesters in Limburg verdeeld. Oude parochies worden `heringedeeld' in grotere gemeenschappen, om personeel te sparen. Van 360 vijf jaar geleden, naar honderd dit jaar. Priesters steken veel energie in de opbouw van een nieuwe parochie en nemen steeds meer ,,managementfuncties'' op zich, zegt Pisters. Tijd voor ontspanning is er nauwelijks.

Pisters had in de eerste dagen als priester behoorlijke stress: ,,Ik werd meteen met grote herstructureringen geconfronteerd. En daar komt heel wat op je neer. Vanaf het begin moest ik nieuwe structuren opbouwen en steeds maar de rondjes door de parochie maken, om contacten met de mensen te krijgen.'' Dit probleem hebben alle startende parochiepriesters – alleen bij Pisters hield het niet op: ,,Door de voortdurende samenvoeging van vier parochies moest ik steeds opnieuw de zaken op poten zetten'', zegt hij. ,,Ik zit hier te rollen en te rennen. Ik heb geen tijd meer voor mijn dagelijks werk.''

Bisschop Frans Wiertz van Roermond wil de werkdruk van priesters en diakens tegengaan. In een brief aan zijn ,,medebroeders'' pleitte Wiertz onlangs voor een dag in de week vrij voor ,,gebed en bezinning of studie en ontspanning.''

Ook al denkt Pisters niet de drukste baan te hebben – zijn werkdagen zijn toch behoorlijk vol. Neem dinsdag: eerst enkele administratieve taken, dan onderwijs geven op een basisschool, ziekenhuisbezoeken, snel iets eten, gesprek met gemeentelieden, bewerken van kantoornieuws. Om 18.30 uur wordt de rozenkrans gebed, om 19.00 uur staat het ,,heilige mes'' op het rooster, om 19.30 uur heeft Pisters nog net tijd voor een doopgesprek en daarna wacht een kerkbestuursvergadering tot 's avonds laat. Tussen al deze afspraken pleegt Pisters nog een aantal telefoontjes voor nieuwe afspraken, want een secretaresse heeft hij niet. ,,Er zijn dagen waar ik mijn woonkamer niet één keer heb gezien.''

Hij vat samen: ,,Er zijn te weinig priesters, er is te weinig draagvlak van vrijwilligers, te weinig geld, te weinig aanwas van onderop en de tijd zit ons tegen. Het probleem is een toenemende secularisatie van de maatschappij.''

Hoeveel uur hij per week werkt houdt Pisters niet bij. ,,Je woont bij het werk en dan ben je eigenlijk voortdurend met het werk bezig.'' Pisters weet dat ook andere mensen hard voor hun geld moeten werken maar ,,als priester moet je veel emotionele gesprekken plegen.'' Inmiddels neemt Pisters op maandag of woensdag vrij om zijn hobby's te beoefenen of vrienden te bezoeken. ,,Maar dat lukt ook niet altijd. Morgen is mijn vrije dag en toch moet ik even een uitvaartgesprek houden.''

De problemen van Pisters zijn typerend voor veel priesters in Limburg. Het recent verschenen rapport Aan het eind van z'n Latijn van de Vereniging voor Pastoraal Werkenden (VPW) in Roermond verwacht geen verbetering, omdat het grootste probleem – het priestertekort – niet opgelost kan worden. Volgens het bisdom moeten voor de toekomst kleinere parochies de oplossing zijn. Ook Pisters denkt dat dat de enige kans voor de katholieke kerk is. ,,Wij moeten niet bang zijn kleinschaliger te worden. Wij hebben meer concentratie en geloofszin nodig.''