Het Noord'n

Komende maandag behandelt de Tweede Kamer de Cultuurnota 2001-2004. Dan zal blijken welke van de 754 culturele instellingen die subsidie aanvroegen wel, en welke minder of zelfs geen geld zullen krijgen. Iedereen die zich tekort gedaan voelt, verhoogt de druk. Er wordt gelobbyd, gesmeekt en gedreigd. Er wordt gehoond en gemanipuleerd.

De kunstenaarsbond FNV Kiem smeedde plannen om voor morgen een `kunstenaarsstaking' uit te vaardigen. Maar kunstenaars zijn niet van die stakers. Nog afgezien van de vraag wie er iets merkt van een stakende kunstschilder of schrijver, kunstenaars maken te graag kunst. Dus het wordt, ideetje, een werkonderbreking op de podia van 175 seconden: één seconde voor elk miljoen dat wordt geëist bovenop de huidige begroting van achthonderd miljoen.

Minder dan drie minuten actie. Veel is het niet. In het theater of de concertzaal zullen we er niet van schrikken, we zullen er om glimlachen. Maar het is iets.

In het noorden van Nederland stelt men zich anders teweer. Eigener. Zoals kunstenaars in het noorden dat doen, namelijk met het schroeiende wapen van de Verongelijktheid. Een beproefde tactiek, die ook bekend staat als de methodeCalimero, naar het populaire tekenfilm-kuiken: zij zijn groot en ik is klein en da's níet eerlijk!

De verzamelde noordelijke culturele instellingen becijferden dat het Kunstenplan maar vier procent van het beschikbare geld besteedt aan de provincies Friesland, Groningen en Drenthe samen, terwijl die goed zijn voor tien procent van de Nederlandse bevolking. Tijd voor actie. Tijd voor een petitie: er is in de Kamer toch veertig miljoen extra beschikbaar gesteld voor de kunsten? Nou, dat geld moet maar naar het noorden.

Naar het noorden? Hoezo? Wat stelt de film, bouwkunst, amateurkunst en educatie, in de noordelijke provincies dan voor? Die aanvragen, lees ik, zijn wat het noorden betreft overgeslagen in het Kunstenplan.

Geen argumenten krijgen we te horen. Geen vlammend betoog over kwaliteit van schilderkunst die bloeit in en om het culturele centrum van Sneek of de onmisbare invloed op de Nederlandse filmkunst van de Winschoter cinema.

Flauw? Inderdaad. Net zo zouteloos als het claimen van meer geld met bevolkingsdichtheid als argument. Want dan zijn we gauw klaar met het verdelen van het geld voor het kunstbeleid. Iedere vier jaar kan het Centraal Bureau voor Statistiek dan een computeruitdraai leveren met bevolkingscijfers per regio, en het geld kan dan naar rato verdeeld worden.

Laat de kunst in en om Assen, Leeuwarden en Groningen net zo onmisbaar worden als in en om Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Laat de kunstenaars in het noorden onmiskenbare kwaliteit leveren.

Alleen op die gronden kan subsidie evenredig worden verdeeld.