Het nauw van Dover

,,BEN IK VERANTWOORDELIJK als er slecht Engels wordt gegeven op een school in Groningen? Schei uit. Daar moet de Tweede Kamer mij dus ook niet op aanspreken.'' Deze ontboezeming gaf minister Hermans (Onderwijs) onlangs ten beste in een rondetafelgesprek over ministeriële verantwoordelijkheid. Dat blijft een precair thema in de Haagse politieke cultuur. Er bestaat verschil van mening over de `aanspreekbaarheid' van een bewindspersoon voor wat er allemaal in zijn naam gebeurt. Zie het voorbeeld van Hermans.

De mogelijk te voorkomen dood van 58 Chinese verstekelingen in een vrachtauto bij Dover is in elk geval duidelijk een aanleiding om de ministeriële verantwoordelijkheid te activeren. De hoofdverdachte Gürsel O. stond op een Haarlemse lijst voor uitlevering naar Frankrijk wegens mensensmokkel en figureerde tegelijkertijd in een lopend Rotterdams onderzoek, het zogeheten Charimedes-onderzoek. De link is nooit goed gelegd.

Minister Korthals (Justitie) heeft daarvoor een uitvoerige verklaring. De Haarlemse zaak was relatief eenvoudig en had geen hoge prioriteit. Zo zat de Franse straf er in feite al op en was O. in ons land geheel ingeburgerd. In Rotterdam waren er ,,onvoldoende operationele aanknopingspunten'' om hem als een regelrechte verdachte aan te merken. Daar zou eventuele bekendheid met het uitleveringsverzoek weinig aan hebben veranderd. Fijntjes merkt de minister op dat criminele antecedenten alleen niet voldoende zijn om de strafwet te activeren. Daar zijn concrete verdenkingen voor nodig.

JUSTITIEEL-BUREAUCRATISCH valt er moeilijk een speld tussen te krijgen. Het is ook niet zo eenvoudig waar te maken dat het drama van Dover voorkomen had kunnen worden. Het ministeriële verweer heeft echter een belangrijke handicap. Korthals geeft toe dat ,,men het beleidsmatig belang van de uitlevering niet heeft onderkend''. ,,Er is sprake geweest van een niet optimale communicatie.'' En het was niet zomaar een mineure verslikking, het gevolg was dat de bewindsman twee maanden geleden in een spoeddebat met de Tweede Kamer niet over relevante informatie beschikte, die op dat moment wel bij Justitie aanwezig was.

Het is bovendien niet louter een kwestie van twee parketten, Haarlem en Rotterdam, die langs elkaar heen werken. Daarvan kan nog worden gezegd dat het primair een kwestie is van het openbaar ministerie, dat tegenwoordig immers een eigen college van bestuur heeft. Het is ook niet fraai als dit keurkorps het beleidsmatige belang van een zaak mist, maar het staat toch wat verder af van de minister van Justitie. Maar juist bij uitleveringszaken is zijn departement rechtstreeks betrokken - tot op het topniveau van secretaris-generaal Borghouts toe.

Dat brengt de kwestie-Dover voor Korthals toch weer een heel stuk dichterbij. Het wordt ook nu zeer verleidelijk te citeren uit het hoofdstuk-Sorgdrager, waarin het toenmalige Kamerlid Korthals (VVD) de onfortuinlijke bewindsvrouw die hem voorging, zo graag en zo streng de maat placht te nemen. Zij zat overigens de rit uit.