Helden in lang ondergoed

Hoe kwam Roy Lichtenstein op het idee om stripplaatjes op te blazen tot wandvullende schilderijen? Wie redde Salvador Dali van de verstikkingsdood toen hij op een surrealistenfeestje zijn duikershelm niet meer af kon krijgen? Welke vooroorlogse Amerikaanse strip was een bron van inspiratie voor Orson Welles? En wat heeft de Praagse golem, de van klei gemaakte wraakengel van een zestiende-eeuwse rabbi, te maken met de superhelden-in-strakke-pakjes uit de Amerikaanse comics?

Het zijn vragen die beantwoord worden in The Amazing Adventures of Kavalier & Clay, een groots opgezette roman van Michael Chabon die zich afspeelt in de Gouden Eeuw van `the long-underwear hero trade'. Chabon vertelt het verhaal van twee verschoppelingen, een Tsjecho-Slowaakse immigrant en een New-Yorkse homoseksueel, die in 1939 gezamenlijk hun Amerikaanse droom realiseren: rijk worden met een eigengemaakte strip. Omdat Josef Kavalier en Samuel Clay (geboren Klayman) beiden joods zijn, vechten ze in de verhalen rondom hun superheld The Escapist de oorlog tegen Hitler op papier uit – lang voordat Amerika naar aanleiding van het bombardement op Pearl Harbor bij de Tweede Wereldoorlog betrokken raakt.

De dag dat de Amerikaanse neutraliteit weggebombardeerd wordt, 7 december 1941, is ook een waterscheiding in het leven van de twee stripmakers: Sammy ontsnapt ternauwernood aan een politie-inval op een homofeest en besluit om zijn liefde voor mannen de rest van zijn leven te onderdrukken; Joe hoort dat zijn jongere broer een vlucht vanuit het getto van Praag niet overleefd heeft en meldt zich als vrijwilliger bij het Amerikaanse leger. De verknoping van de gebeurtenissen op wereldschaal met die in het persoonlijke leven van de hoofdpersonen is een van de standaard-bouwstenen van de Grote Amerikaanse Roman, en het hoeft dan ook niet te verwonderen dat The Amazing Adventures... in de Verenigde Staten positief vergeleken is met epische meesterwerken als Underworld van Don DeLillo en Ragtime van E.L. Doctorow.

Michael Chabon (1963) heeft altijd de ambitie gehad om een grote roman te schrijven. Na zijn succesrijke debuut, de ontwikkelingsroman The Mysteries of Pittsburgh (1988), werkte hij vijf jaar aan een gigantisch project dat nooit zou verschijnen. Toen hij in 1996 in Nederland was voor de promotie van zijn zwart-komische campusroman Wonder Boys – ``een bevrijdend tussendoortje'' in zijn eigen woorden – vergeleek hij zichzelf met een beginnende kok die veel succes had gehad met een betrekkelijk simpel gerecht en vervolgens een veel gecompliceerder gerecht had willen uitvoeren. ``Ik eindigde wanhopig tussen bergen bloem en vuile pannen – of beter gezegd: ik liet alles veel te lang in de oven staan.''

The Amazing Adventures heeft met een dikte van meer dan 600 bladzijden nogal wat vlees om de botten en is overduidelijk Chabons pièce de résistance. Onder het motto `niets is sterker dan een ongebreidelde fantasie' geeft hij niet alleen een levendig beeld van de prehistorie van de albumstrip en van Amerika in de jaren veertig en vijftig, maar ook van de driehoeksverhouding tussen Sammy, Joe en zijn grote liefde Rosa. Alleen al het eerste deel van het boek, waarin wordt verteld hoe de leerling-boeienkoning Josef K samen met de legendarische golem van Rabbi Loew (bekend uit Harry Mulisch' roman De procedure) weet te ontsnappen uit het door de nazi's bezette Praag, is een roman op zichzelf. Maar vanzelfsprekend laat Chabon de belangrijkste elementen uit deze proloog steeds terugkeren: The Amazing Adventures is net als de fictieve `Escapist'-strip van Kavalier & Clay een verhaal over ontsnappingen – aan de armoe, aan de Duitsers, aan het burgermansleven, out of the closet; en de legendarische (overigens nooit teruggevonden) Praagse golem is zowel de superheld avant la lettre die de jonge tekenaar Joe op ideeën brengt, als een sterk symbool van hoop op doorslaggevende momenten.

Chabon betoont zich in The Amazing Adventures nog meer een goochelaar dan een topkok. Heel veel lukt hem. Zijn gebeitelde stijl, die om de elegantie vaak vergeleken wordt met die van John Cheever, stuwt het verhaal voort; de keuze voor een alwetende verteller is in overeenstemming met het karakter van de superheldenstrip, en voorziet in een groot aantal humoristische terzijdes die soms verwerkt zijn in een noot. Bovendien staat op bijna iedere bladzijde wel een mooie zin of een raak beeld. Zo wordt over een geharde zakenman opgemerkt dat hij `nogal wat jonge genieën verlaten (deserted) had aangetroffen tussen de gebleekte beenderen en cactussen van hun dromen.' Een blauwe herfstlucht wordt beschreven als `wolkenloos op één verdwaald schaapje na.' En de niet altijd effectieve leugens die echtgenoten elkaar vertellen, worden vergeleken met een continent van pakijs waarvan af en toe kleine bergjes afbreken.

Er valt wel meer te genieten in Chabons derde roman. De psychologische tekening van de naïeve Joe en de onzekere rouwdouw Sammy bijvoorbeeld. Of de pastiche van een stripscenario over een superheldin die doet denken aan de `Nausicaä'-episode uit Joyce' Ulysses. Of de goed uitgewerkte ironie van Joe's papieren verzet tegen de nazi-moordenaars van zijn familie: machteloos in het werkelijke leven laat hij zijn superheld de nazi's keer op keer verslaan, waarbij de Escapist steeds fascistoïder trekken krijgt.

Eigenlijk heeft The Amazing Adventures maar één zwakke plek, en dat is de overdreven omvang. Zoals veel van zijn collega's lijdt Chabon aan amerikanitis, ook wel bekend als literaire boulimie. Hoe virtuoos hij ook schrijft, hij had er goed aan gedaan om minder uit te weiden. Tweehonderd pagina's korter en de roman had een dynamischer indruk gemaakt – of beter gezegd: dan was er meer overgelaten aan de ongebreidelde fantasie van de lezer.

Je zou dus mogen zeggen dat Chabon zijn magnum opus te lang in de oven heeft gezet; maar niet dat hij tussen de bergen bloem en vuile pannen is geëindigd. The Adventures of Kavalier & Clay is het soort boek waarvan er maar een paar per jaar verschijnen. Wie daar het bewijs van wil, hoeft alleen maar deel vijf te lezen, over Joe's even gruwelijke als absurdistische ontberingen op de Zuidpoolbasis van het Amerikaanse leger. Het van kou en eenzaamheid doortrokken verhaal doet denken aan het beste van John Irving, en de stijl is gracieus en opwindend als die van Cheever of Scott Fitzgerald. Maar de uiteindelijke mengeling is Michael Chabon op zijn best.

Michael Chabon: The Amazing Adventures of Kaveller & Clay. Random House, 639 blz. f 49,95 (geb.). De Engelse paperback-editie is verschenen bij Fourth Estate. f39,95