`Elly is te dromerig'

Elly Nieman: ,,Op deze plek was oorspronkelijk een moeras. 's Avonds komen de `witte wieven' uit de nevelen. Heel spannend! Kleine bijgeloofjes zijn hier allemaal verweven met de aarde. Het isolement bevalt ons wel.

Het eerste singeltje moet in 1967 opgenomen zijn. Ik had Rikkert net leren kennen. In die tijd was ik zo ontzettend verliefd, alle liedjes die ik schreef werden dromerig. Ik droeg altijd zwart en om wat contrast te bereiken voor de hoesfoto knipte de fotograaf uit een stukje wit karton een kraagje. Het is een beetje tuttig. Hij zei: (ik denk dat ie me wel leuk vond) `Je moet niet met die Rikkert gaan, dat is niks voor jou. Dat is niet goed voor je carrière.'

`De gouden regen', de A-kant, ging over de boom die vroeger bij ons in de tuin stond, waar ik als kind speelde, vlinders ving en op de schommel zat. Het was heel sprookjesachtig. Op de B-kant stond een liedje over een `Vreemde vogel'. Dat was pittiger want dat ging over Rikkert. Zo van: `Vogel zou je me vliegen willen leren?' En het eindigt met: `Zou je me liefde willen leren?' Dan zegt ie: `Meisje lief, dat wil ik best, kom vanavond naar mijn nest, dan zal ik je daar de les van de liefde leren.' Op de een of andere manier, misschien wel onbewust, sloot het wel aan bij die sfeer van flower power: lief zijn voor elkaar.

Toen ik klein was wilde ik beroemd worden, of non. Dat leek me allebei wel interessant. Mijn ouders waren zeer rooms. Ik zat op een nonnenschool. Die nonnen hadden voor mij iets heiligs, iets bovennatuurlijks. Toen ik er een keer een van de wc zag komen dacht ik: dat hoort niet.

De mulo was ook een meidenschool. Op mijn rapporten stond altijd: `Elly is te dromerig' en ik had een vijf voor gedrag. Ik flapte er altijd van alles uit. Als de inspecteur op school kwam en vroeg `Wie wil er een liedje zingen?' dan stond ik als eerste op.

Met vriendjes bleef ik heel erg achter. Ik liep nog met twee staartjes en sokjes, toen de andere meisjes al met van die wit geverfde lippen rondliepen en verkering hadden.

Maar er was een jongen met een Puch, de knapste jongen van het dorp. Ik was naar mijn gevoel het lelijkste meisje. Hij had een liedje voor mij gemaakt. Voor mij! Ik dacht: nou moet ik ook een liedje voor hem maken. Van mijn nichtje kocht ik voor een tientje een gitaar. Binnen een week wist ik hoe je er op moest spelen en ik maakte voor hem een liedje. Het was intussen al weer uit, maar toen is het gaan borrelen en begon ik meer te schrijven. Samen met mijn vriendinnetje Truus begon ik de `Crazy Girls.' We schreven Nederlandse en Engelse liedjes. De Engelse liedjes waren in de stijl van Buddy Holly. Zo van `I'm just a crazy girl o, o, o, crazy girl, so in love with you.' Hahaha.

Na de mulo ging ik werken op een belastingkantoor en ondertussen solliciteerde ik bij bandjes, onder andere bij `Johnny and the Cellarrockers' van Jan Akkerman. Er stond een advertentie: `R & B band zoekt zangeres". Ik dacht: wat zou dat R & B nou toch betekenen? Ik kwam op de sollicitatie en ze vroegen: `Welke stijl zing je?' Ik antwoordde: `Eh... Rock en Beat natuurlijk!' `Nou meisje, zei Akkerman, `Ga jij maar weer lekker op je gitaartje spelen.'

Ik ben toen zangeres geworden bij `Dans en show orkest De Aviola's', daar paste ik beter. Ik zong liedjes van de Beatles, meezingers, van alles en nog wat. Daar heb ik zingen geleerd. Achtenveertig nummers per avond en als je klaar was begon je weer opnieuw.

In 1967 won ik in de finale van het `Cabaret der Onbekenden' de eerste prijs: ik mocht een elpee maken. Lennaert Nijgh schreef in de hoestekst over: `de zuiver gemeende lyrische uitlatingen van een jong meisje.'

Kort daarop werd ik door producer Jop Pannekoek gevraagd voor een televisieprogramma. Bij hem thuis ontmoette ik Rikkert Zuiderveld.

Rikkert zat op de vensterbank. Hij had z'n haar achter z'n oren geschoven zodat het voor zijn ouders niet zo lang leek. Hij was waanzinnig gekleed: een oranje gevlamd hemd, een kanariegele broek en hooggehakte laarzen. Ik was direct helemaal verkocht. Hij maakte cynische, grappige liedjes. Echt een linkse student. In 1968 zijn we getrouwd. Bij de eerste plaat die we samen maakten zei ik: `Dan wil ik de A-kant en dan doet Rikkert maar de B-kant.' Ik vond dat ik bekender was dan hij.

Samen met Rikkert ben ik heel lang op zoek ben geweest naar de waarheid, de echtheid in het leven.

Op het moment dat ik wist dat God er is, dat je wel op je knieën móet voor iets waaraan je niet kan tippen, maar dat jou toch liefde geeft... dat is zoiets ontzagwekkends.

Het stuitte op onbegrip bij vrienden. Dat had ik wel ingecalculeerd. Als je voor het één kiest, kies je niet voor het ander. Het is niet zo geweest dat we bewust voor de EO kozen, maar het was uiteindelijk de enige omroep die ons nog wilde hebben.

We zingen veel voor kinderen. We zijn altijd onze eigen liedjes blijven schrijven. Ons kinderrepertoire is erg bijbelgericht, ook omdat we veel door kerken worden uitgenodigd. Het volwassen publiek is heel anders. Daar zitten christenen bij en hippies van vroeger, maar ook nieuwe hippies. Die zien ons toch als een voorbeeld.'